Opera Zuid presenteert voor de tweede keer in zijn bestaan ‘L’Étoile’, een absurdistische opera van de slechts bij kenners bekende Franse componist Emmanuel Chabrier (1841-1894). In het stuk is een hoofdrol weggelegd voor ‘mad king’, Ouf I, die zijn grillen en lusten botviert op zijn onderdanen en tegenstanders. De jonge Britse regisseur Matthew Eberhardt legt uit waarom L’Étoile niet alleen actueel is, maar ook verrassend en vooral onderhoudend.
door Camiel Hamans • foto’s > Opera Zuid | scènefoto’s > Bjorn Frins
“Ik ben eigenlijk in opera verzeild geraakt. Ik was assistent-regisseur bij kinder- en jeugdtheaters in Londen”, vertelt Matthew Eberhardt (1988). “Daar kwam ik toen voor het eerst in aanraking met muziektheater en opera. Ik ontdekte hoe muziek een verhaal kan ondersteunen. Daardoor raakte ik in de ban ervan en hoe meer ik in aanraking kwam met opera, hoe meer lol ik eraan beleefde, hoe meer liefde en affiniteit ik ervoor kreeg. Het is dus bijna toeval dat ik mezelf terugvond in opera. Van huis uit heb ik niet veel muziek meegekregen. Ik speel wat piano en een beetje trombone, maar als kind zijn we als gezin nooit naar een opera geweest.”

‘Ik wilde onderwijzer worden’
“Ik heb ook geen muzikale opleiding gevolgd. Ik studeerde in Cambridge aan Homerton College, een college dat lange tijd vooral gericht was op het onderwijs, zoiets als wat in Nederland een pedagogische academie heet. Ik wilde onderwijzer worden. Maar mijn studie verbreedde mijn interesse. Ik heb naast pedagogische en didactische vakken ook Engelse literatuur en drama gevolgd. Op die manier kwam ik in het theater terecht en ben ik vervolgens bij opera uitgekomen. Gelukkig kan ik een partituur lezen en hoef ik me bij mijn voorbereiding niet te beperken tot de tekst en een paar Spotify-opnames. Als de samenwerking met een dirigent begint, leer ik echter nog altijd veel bij. Hoe een dirigent naar de dynamiek van een stuk kijkt, hoe hij de tempi ziet, daar leer ik telkens weer van.”
“Dit is nu mijn eerste regie bij Opera Zuid en als ik eerlijk ben mijn eerste regie in Nederland. En dat terwijl we toch al drie jaar in Nederland wonen. Mijn vrouw is psycholinguïst en werkt als postdoc mee aan een project aan de Radboud Universiteit in Nijmegen over de problemen die Oekraïense vluchtelingen ondervinden bij het leren van Nederlands.”

“Gemeenschappelijk vrienden wezen Waut Koeken, de intendant van Opera Zuid, op mijn bestaan en lieten mij ook kennis maken met het gezelschap. Ik wilde al zolang we in Nijmegen woonden ook in Nederland werken, want tot nu toe ben ik voornamelijk actief geweest in Groot-Brittannië. Bij Opera Zuid voel ik me welkom. Het is een uniek gezelschap. Klein, maar vol ambitie en zo goed in het aanboren van alle mogelijke hulpbronnen. Waut en zijn mensen doen er bovendien alles aan om je bij hen thuis te laten voelen.”
Research als handelsmerk
“Als je kijkt naar de lijst opera’s die ik geregisseerd heb, dan lijkt het inderdaad of ik een voorkeur heb voor een lichter repertoire, in elk geval voor componisten en werken die niet tot de kaskrakers van het standaard operahuis behoren. Dat is toeval, want het is niet zo dat ik die minder courante opera’s en componisten heb voorgesteld of gekozen. Ik ben gevraagd deze stukken te doen. Waarom? Niet zozeer, denk ik, dat ik een kenmerkende, specifieke wijze van ensceneren uitdraag of dat al die opera’s tot een en dezelfde stijl behoren, want dat is zeker niet het geval. Kurt Weill kun je niet op een lijn plaatsen met Leonard Bernstein, Massenet, Menotti of Johan Strauss. Bovendien heb ik ook Bizet, Britten en Janáček gedaan. Ik denk eerder dat de manier waarop ik werk de directies van operahuizen heeft overtuigd en dat ik daarom gevraagd word opera’s te regisseren die niet tot het ijzeren repertoire behoren. Ik doe geen acht regies per jaar, twee, hooguit drie en die bereid ik dan zeer goed voor. Tot in de details. Research is mijn handelsmerk.”

“In L’Étoile zit bijvoorbeeld nogal wat gesproken tekst, net zoals in Kurt Weills Love Life dat ik vorig jaar bij Opera North geregisseerd heb. Toch kun je niet dezelfde aanpak gebruiken. Je moet nagaan wat de functie is van de gesproken tekst, hoe die werkt, hoe die al dan niet met de muziek samengaat en dan pas kun je bedenken hoe die tekst gesproken moet worden.”
“Ik ga de diepte in met mijn onderzoek en ook al staat een werk bekend als luchtig, beperk ik me niet tot een snelle oppervlakkige lezing. Ik zoek naar de relevantie van een stuk, ik probeer een diepte te vinden waar die niet verwacht wordt, maar die ga ik vervolgens niet met veel gewicht op het toneel brengen. Het stuk moet aantrekkelijk blijven, zijn lichtheid behouden, maar tegelijkertijd moet het publiek ontdekken wat voor een betekenis erin of eronder zit. Ik wil niet belerend zijn en leg wat ik de relevantie van het werk vind er daarom ook niet duimendik bovenop. We brengen L’Étoile zo dat het publiek met een fijn gevoel naar buiten gaat, het een onderhoudende avond vond, maar tegelijkertijd beseft wat er tussen de regels gezegd is.”

Bijna volledig Nederlandse cast
“In L’Étoile zit humor, licht- en luchtigheid en tegelijk een diepere maatschappijkritische laag. Opera Zuid houdt van deze cabareteske opera en brengt die nu voor de tweede keer. De eerste serie ging in 1993 onder regie van Christopher Alden in première en is met veel succes tienmaal door heel Nederland vertoond. Nu trekken we opnieuw het land door met een bijna volledig Nederlandse cast, maar onder leiding van een Franse dirigent, Nicolas Krüger, die de combinatie van amusement en kritiek tot in zijn haarvaten voelt.”
“L’Étoile is het verhaal van een gekke, wispelturige koning die vandaag dit wil en morgen dat en ondertussen wreedaardige grappen en grollen uithaalt. Voor zijn verjaardag geeft hij zichzelf bijvoorbeeld steeds een onderdaan cadeau. Die laat hij tot meerdere eer en glorie van zichzelf executeren. Zo maar. Toch blijft het stuk door alle absurde wendingen en zwarte humor luchtig. De muziek is even afwisselen en onverwacht.”


“Chabrier werd pas op latere leeftijd beroepscomponist. Jarenlang schreef hij slechts in zijn vrije tijd naast een nette ambtenarenbaan. Omdat hij niet van zijn muziek hoefde te leven kon hij het zich permitteren om buiten alle scholen om speels zijn invallen te volgen. Hij was bovendien een geducht improvisator. Als hij op een van de Parijse soirees kwam, werd hij door de gastvrouw of gastheer aan de vleugel gezet. Hij kreeg dan de krant van die dag aangereikt met het verzoek de inhoud daarvan muzikaal te parafraseren. Het kostte Chabrier geen enkele moeite. Hij schudde de muziek uit zijn mouw en volgde daarbij niet de gebaande paden en de bekende procedés van de café-improvisator. Hij volgde zijn fantasie en deed nooit wat verwacht werd. Zo ook in L’Étoile. Als gebruikelijk ontwikkelt zich een romance tussen twee van de hoofdpersonen en je verwacht dus, naar goed operagebruik, een heftig duet tussen de twee geliefden. Nee hoor, niet bij Chabrier. Het wordt een kwartet.”

“Overal in zijn muziek stelt hij je voor verrassingen, hier een kietelend trio, daar een nies-aria en het zijn die onverwachte wendingen die we het publiek moeten laten ervaren. De actualiteit van de inhoud is evident, maar dat hoeven we niet nog een keer uit te leggen. Wat onze voorstelling doet, is tegelijkertijd het publiek laten ervaren dat capricieuze leiders van alle tijden zijn, maar dat je hun gedraai, gedrag en gelieg ook als amusement kunt zien.”
Opera Zuid, L’Étoile, met Philzuid onder leiding van Nicolas Krüger.
15 mei > 19.00 uur • Eindhoven • Parktheater, try-out
17 mei > 14.30 • Eindhoven • Parktheater, première
28 mei > 20.15 • Tilburg • Schouwburg Concertzaal
30 mei > 19.30 • Breda • Chassé Theater
17 juni > 20.00 • ’s-Hertogenbosch • Opera op de Parade
Foto voorpagina > publiciteitsfoto L’Étoile door Bjorn Frins
© Brabant Cultureel 2026

Reacties (1)