poëzie door Marja van Trier •
Lewis Carroll was het pseudoniem van Charles Lutwidge Dodgson (1832-1898), een wat zonderlinge, stotterende, scheeflopende diaken, wiskundige en logicus met een fascinatie voor woordspelletjes, logica en fantasie. Hij raakte bevriend met de zevenjarig Alice Liddell (1852-1934) vertelde haar de onwaarschijnlijkste avonturen die uiteindelijk resulteerden in twee boeken die wereldberoemd zijn geworden: Alice’s Adventures in Wonderland (1865) en Through the Looking-Glass (1871). In dat laatste werk vindt Alice een boek met daarin – in spiegelschrift – een mysterieus onzingedicht over de Jabberwock. ‘Jabberwocky’ geldt sindsdien als het beste onzingedicht ooit geschreven in het Engels en het is inmiddels in tientallen talen vertaald (of hertaald). Ook in het Nederlands bestaan er al enkele vertalingen. Hier volgt een nieuwe.
Jabberwocky
’Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.
‘Beware the Jabberwock, my son!
The jaws that bite, the claws that catch!
Beware the Jubjub bird, and shun
The frumious Bandersnatch!’
He took his vorpal sword in hand;
Long time the manxome foe he sought –
So rested he by the Tumtum tree
And stood awhile in thought.
And, as in uffish thought he stood,
The Jabberwock, with eyes of flame,
Came whiffling through the tulgey wood,
And burbled as it came!
One, two! One, two! And through and through
The vorpal blade went snicker-snack!
He left it dead, and with its head
He went galumphing back.
‘And hast thou slain the Jabberwock?
Come to my arms, my beamish boy!
O frabjous day! Callooh! Callay!’
He chortled in his joy.
’Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe;
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.
De Waakepraat
’T was glinzig en het glibbertouw
Draaikolkt vissnoer, wiebelwatert;
En duizelmaalt de gektevrouw,
Tot de moeder haar oversnatert.
‘Let op de waakepraat mijn zoon!
De haai die bijt, de klauw die rijt!
Mijd de hoeravogels gewoon,
En slonsrovers op tijd!’
Hij nam zijn makker, zwaard, ter hand;
Zocht lang naar zijn Manxe vijand.
De Tumtum boom bood aan de rand
Een rust en denkplek aan de zijkant.
Toen hij in grompige gedachten stond,
Blies De Waakepraat, vlammenogend
In ’t grensloos woud een briesje rond
’t Kwam bor’lend aangevlogen!
Een, Twee! Een Twee! Hopsakee
Zijn vriends lemmet ging snip-snap!
Verliet het dood, nam mee zijn hoofd
Hij kwam toen pralend aan.
‘En hebt gij de wakepraat verslaan?
Kom in mijn armen , mijn stralende Guit!
Een fabuleuze dag! Hoezo! hoezee!
Hij schaterde het uit.’
’T was glinzig en het glibbertouw
Draaikolkt vissnoer, wiebelwatert;
En duizelmaalt de gektevrouw
Tot de moeder haar oversnatert.

Marja van Trier is actief als actrice, zangeres en schrijfster. Zij schrijft theatrale acts en voorstellingen voor onder meer de Efteling, Natuurmonumenten, bibliotheken, scholen en organisaties op het gebied van erfgoed. Daarnaast is zij leadzangeres (en tekstschrijver) bij Treveris en maakt ze prentenboeken, maar ook het boek ‘Het geheim van de Peperstraten’, over de geschiedenis van Pepernamen in Nederland.
Meer over Marja van Trier op Brabant Cultureel
Meer over vertalingen op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026
