Met ATLAS laat Steve McQueen ons het heelal gewaarworden

In De Pont in Tilburg is de eerste Nederlandse solotentoonstelling te zien van de vermaarde Britse kunstenaar en filmmaker Steve McQueen. Centraal staat de filminstallatie ATLAS, dit jaar gemaakt speciaal voor De Pont. Op vier schermen wordt het heelal aan de orde gesteld, zoals we het niet eerder kenden.

door Pieter Siebers

Het heelal was voor mij als jongen van een jaar of acht een even mooi als wonderlijk fenomeen, maar moeilijk te bevatten. Talloos veel uren tuurde ik vanuit het bed op de zolderkamer in mijn ouderlijk huis naar de nachtelijke hemel, naar de maan en sterren, mezelf afvragend hoe groot dat heelal toch wel niet was. En zou God – want die zou het wel geschapen hebben – die enorme ruimte ergens begrensd hebben. En als dat het geval was, wat zou er dan aan de andere kant van die grens te vinden zijn?

Steve McQueen, Atlas, 2026. Video installatie, detail. Foto > Antoine van Kaam

Die herinnering dook op bij het zien van ATLAS, de installatie die kunstenaar Steve McQueen (Londen 1969) maakte voor de De Pont. In een donkere ruimte van zo’n veertig bij veertig meter hangen vier donkere beeldschermen die als door vensters een blik op die onmetelijke sterrenhemel bieden. De bewegende lichtpuntjes op die schermen doen daar sterk aan denken, met dit verschil dat de sterren bij het ‘live’ kijken stil lijken te staan en McQueens witte stippen relatief snel bewegen. Ze komen dichterbij, ze verdwijnen, ze doen denken aan een sterrenhemel, maar dat is een illusie.

Vensters op de onmetelijke sterrenhemel

De nachthemel van de Britse kunstenaar, zo blijkt, is een gedigitaliseerde weergave van een verzameling data over het heelal, afkomstig van de ESA. Dit European Space Agency heeft via de Gaia-satelliet een uiterst gedetailleerde 3D-kaart van de Melkweg weten te maken, met data van bijna twee miljard sterren. Daardoor weten we nu veel meer dan in mijn jongensjaren over de precieze posities, afstanden, bewegingen en helderheden. Waar het McQueen om gaat is dat al die sterren een eigen leven hebben, of hebben gehad, in een onderling verband waar wij nog maar weinig van begrijpen. Wij zien het licht van wat denkelijk een ster is, terwijl de bron van dat licht – de ster zelf – mogelijk al lang ter ziele is.

Fotomontage ruimtetelescoop Gaia & de Melkweg. Op de voorgrond: ruimtetelescoop Gaia. Op de achtergrond: een gedeelte van de Melkwegkaart. De kaart toont de totale helderheid en kleur van 1.8 miljard sterren. Meer informatie: klik hier. Bron: ESA/Gaia/DPAC & Wikipedia

Dat is een soort waarheid die niet zozeer is te zien in ATLAS, maar wel te ervaren – door een wandeling langs de schermen, door jezelf af te vragen wat je nu eigenlijk meer weet over die sterrenhemel dan in je vroegste jeugd. Aan de astronomie danken we de kennis dat er niet één sterrenstelsel is, dat in al die stelsels net als op aarde de wet van de zwaartekracht geldt en dat die stelsels eindig zijn. Het vroegste stelsel zou zo’n veertien miljard jaar geleden ontstaan zijn. Maar wat er voordien was, niemand die het weet. Betoverend is het altijd geweest, zoals voor Dante die na zijn rondgang door de hel euforisch is over het licht dat hij weer kan zien, de sterren die weer stralen.

Steve McQueen, Atlas, 2026. Video installatie. ‘De patronen op de vier schermen van ATLAS herhalen zich dan ook niet, ze vormen een eindeloze reeks, zonder een begin of een einde.’ Foto > Antoine van Kaam

Het menselijk perspectief

Op het moment dat ik de installatie in De Pont zag, was net de maanmissie Artemis II gelanceerd. Een uiterst knap staaltje menselijk vernuft, gebaseerd op de vage notie van de mensheid dat we voorwaarts gaan, naar een wereld die ‘beter’ wordt en waarin we een scherper beeld krijgen van hoe het nu precies zit, in de ruimte en ook hier. Het menselijk streven om te doorgronden dan wel te achterhalen van wat waarheid is, is even lovenswaardig als onmogelijk. Dat menselijk perspectief is waaraan Steve Mc Queen zich hecht in zijn werk. Het doordenken ervan inspireert hem, net als het ontrafelen van de beperkingen die de mensheid eigen is.

Hij legt dat uit in het mooie vraaggesprek dat De Pont-directeur Martijn Nieuwenhuizen met hem had en dat te zien is zolang de tentoonstelling loopt. ATLAS ziet hij als een werk dat zich onttrekt aan de ons gebruikelijke kaders. Het universum, zo zegt hij, gaat over eeuwigheid. De patronen op de vier schermen van ATLAS herhalen zich dan ook niet, ze vormen een eindeloze reeks, zonder een begin of een einde.

Steve McQueen, 2026. Foto > Roos Pierson

Ook omdat de stippen zich met aanmerkelijk grotere snelheid bewegen dan hemellichamen doet ATLAS in zekere zin denken aan Stanley Kubricks ‘2001, A Space Odyssey’. In die speelfilm uit 1968 zitten beelden van een onwerkelijk snelle reis door ruimte en tijd die de gedachte voedt dat ontwikkeling niet zozeer een lineaire aangelegenheid is, maar eerder een cyclisch proces, een eeuwige repetitie die het menselijk bevattingsvermogen – althans het mijne – te boven gaat.

Met prijzen overladen

ATLAS is een installatie die gemaakt is in opdracht van De Pont door Steve McQueen, die een grote staat van dienst heeft als kunstenaar en als filmmaker. Hij maakte in 2008 de erg indrukwekkende film ‘Hunger’ (2008), handelend over de hongerdood van het IRA-lid Bobby Sands (1954-1981) in de Maze Gevangenis in Noord-Ierland. In 2015 regisseerde hij ‘Twelve years a Slave’, een epos gebaseerd op het leven van violist Solomon Northup, die gedrogeerd werd om te worden verkocht als slaaf. De film werd met prijzen overladen, waaronder drie Oscars. Als beeldend kunstenaar boekte McQueen eveneens grote successen. Zo won hij de Turner Prize, de Johannes Vermeerprijs en bevindt zijn werk zich in collecties van belangrijke musea waaronder in Nederland het Stedelijk Museum Amsterdam en De Pont.

De Pont heeft hechte relaties met diverse kunstenaars, waar Steve McQueen er een van is. Van deze beurtelings in London en Amsterdam wonende kunstenaar kocht De Pont in 2009 de filminstallatie ‘Gravesend/Unexploded’, handelend over coltan, een metaalerts dat gewonnen wordt in Congo en als grondstof van groot belang is voor de Tech industrie. McQueen stelt in dat werk geopolitieke aspecten aan de orde, zonder daarbij te oordelen of in platitudes te vervallen over schuld en boete. Zijn werk doet daarmee – hoewel van een heel andere verschijningsvorm – denken aan dat van kunstenaars waarmee de Pont ook verwantschap voelt, zoals Marlene Dumas, Kara Walker en recent nog Laure Prouvost. ATLAS is een werk dat bovendien goed tot zijn recht komt in de grootste ruimte van De Pont, die nu verduisterd is zodat er letterlijk ruimte ontstaat om door te dringen in dat duizelingwekkende mysterie van het heelal.

De eerste sprekende film

McQueen stelt grote vraagstukken aan de orde, zonder op enige manier belerend te zijn. Het draait in zijn werk om ondervinding of gewaarwording. Een term als beeldend kunstenaar doet hem tekort, zijn werkterrein lijkt welhaast onbegrensd, evenals het appèl dat hij doet op onze zintuigen. Een voorbeeld daarvan is ‘Untitled’, dat zich afspeelt in een aardedonkere ruimte waar dus werkelijk niets te zien is. De voor dit doel aangepaste ruimte wordt in een tekst van De Pont een audiolandschap genoemd, met geluiden die mij nog het meest aan een boksschool deden denken. Harde stoten, zachte klappen, nu eens snel dan weer traag. Bedreigend soms, maar na enige tijd eerder ritmisch. Ik moest zelfs even denken aan de Fransen met hun mooie c’est la geste qui compte.

Behalve ATLAS en ‘Untitled’ toont het museum ook enkele oudere werken van McQueen, waaronder ‘Sunshine State’ dat in 2022 werd verworven. Het is een filminstallatie die, wellicht typerend voor McQueen, van twee kanten bekeken kan worden. Ook hier gaat het om perspectief en gaat kijken al snel over in ervaren, vanwege de overrompelende melange van de verzengende kleuren van de zon en historische beelden afkomstig uit de eerste ‘sprekende’ film ‘The Jazz Singer’ (1927). De beelden worden in positief en negatief vertoond, soms in omgekeerde volgorde. Het is een soort hommage aan zijn vader, die in de jaren vijftig vanuit het eiland Grenada als seizoensarbeider op een sinaasappelplantage in Florida te maken kreeg met racistisch geweld.

Steve McQueen, Sunshine State, 2022. Video installatie met geluid. Foto > Antoine van Kaam

Grenada is ook de bron voor een reeks foto’s van zevenenveertig bloemen en planten uit 2024 die de titel ‘Bounty’ heeft gekregen. Die titel verwijst enerzijds naar de premiejagers uit de tijd van het Wilde Westen, die tegen betaling joegen op ontsnapte gevangenen of personen die gezocht werden, en anderzijds naar overvloed, de ongekende pracht van het Caribische eiland. De foto’s zijn wat meer anekdotisch en bescheiden dan de overige werken in deze overzichtstentoonstelling, maar wellicht zijn ze ook een ode aan het mooie geboorte-eiland van zijn vader en aan het motto dat McQueen lijkt te huldigen: ‘Natura artis magistra’, de natuur is de leermeester van de kunsten.

Steve McQueen, Bounty, 2024. Archival inkjet prints. Foto > Antoine van Kaam

‘Steve McQueen – ATLAS’, tot en met 30 augustus 2026 in De Pont Museum, Tilburg.

Alle kunstwerken: © Steve McQueen. Met welnemen van de kunstenaar, Thomas Dane Gallery en Marian Goodman Gallery.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *