Met ‘Mondruimtes & matroesjka’s’ maakt Ton Naaijkens van de Duitse literatuur een feest

Hoogleraar vertaalwetenschap en vertaler, Ton Naaijkens is het allebei en werd in beide disciplines gelauwerd. Zijn specialisme is de moderne Duitstalige poëzie en als uitvloeisel van zijn bekroning met de Cultuurfonds Vertaalprijs Martinus Nijhoff in 2023 verscheen nu een pracht van een bloemlezing met actuele gedichten uit het Duitse taalgebied.

door Lauran Toorians

Met naar schatting ruim zevenduizend talen die momenteel op aarde worden gesproken is het geen wonder dat tolken en vertalers onmisbaar zijn. Tegenwoordig zijn er weliswaar vertaal-apps, maar niemand staat er bij stil dat die ook ooit zijn ‘gevoed’ door vertalers die anoniem blijven. Ook vertalers van boeken, websites, games en tv-programma’s blijven veelal onbekend, terwijl zij toch onmisbaar en specialistisch werk leveren. Bovendien werken zij vaak voor een hongerloon en vooral uit liefde voor het vak. Het is dan ook belangrijk dat sinds 1953 de Cultuurfonds Vertaalprijs Martinus Nijhoff bestaat, oorspronkelijk onder de naam Martinus Nijhoffprijs en tegenwoordig vaak toegekend als oeuvreprijs. In 2025 kreeg Mark Leenhouts (Geldrop 1969) deze prijs voor zijn vertalingen uit het Chinees, in 2023 was Ton Naaijkens (Tilburg 1953) de gelukkige voor zijn vertalingen uit het Duits.

Interculturele uitwisseling

Ton Naaijkens was van 2001 tot in 2019 hoogleraar Duitse Letterkunde alsmede Vertaalwetenschap aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij directeur van het Expertisecentrum Literair Vertalen en coördinator van de researchmaster Literair Vertalen. Daarvoor was hij sinds 1997 in Nijmegen bijzonder hoogleraar Theorie en Praktijk van het Literair Vertalen. In zijn onderzoek richt hij zich op vertaling, vertaalgeschiedenis en de interculturele uitwisseling die bij het vertalen een rol speelt. 

Ton Naaijkens

Poëzie heeft daarbij zijn bijzondere belangstelling en hij vertaalde onder meer werk van Robert Musil en Paul Celan. Op zichzelf is het al bijzonder dat Naaijkens zich zowel als wetenschapper verdiept in de bezigheid van het literair vertalen en tegelijk ook zelf actief is als productief vertaler. Niet elke musicoloog is ook componist. Opmerkelijker is nog dat hij in beide disciplines hoge ogen scoort – als vertaler dus bekroond met de Vertaalprijs Martinus Nijhoff.

Actueel is ook relevant

Naaijkens debuteerde als vertaler in 1977 en sindsdien bleef hij vertalen, vooral moderne Duitstalige dichters. In 1984 verscheen bij Meulenhoff de door hemzelf en Jan Gielkens samengestelde Spiegel van de Duitse poëzie van 750 tot heden, een bloemlezing met zo’n vijfhonderdvijftig pagina’s waarin dus ook oudere gedichten zijn opgenomen. De grootste lof oogstte Naaijkens met zijn vertaling van de verzamelde gedichten van Paul Celan (1920-1970), een dichter wiens werk algemeen wordt beschouwd als ‘onvertaalbaar’. De volledig tweetalige editie hiervan verscheen in 2003 eveneens bij Meulenhoff en in 2020 bij Athenaeum – Polak & Van Gennep in een aangescherpte en uitgebreide versie onder de titel Verzameld werk. Het laat zien dat vertalen ook een kwestie van schaven is. De vertaling groeit mee met de vertaler. Of, zoals Naaijkens het zelf zegt: ‘Vertalen duurt een leven lang.’

Paul Celan, verzamelde gedichten, 2003. Het boek was uniek, niet alleen omdat het wereldwijd de enige integrale vertaling van dit belangrijke naoorlogse poëtische oeuvre was, maar ook omwille van de bijzondere vormgeving waarvoor de uitgeverij in de prijzen viel. Het hele boek oogt als één groot zwart blok door zwart linnen en de pagina’s uitgevoerd in zwart op snee. De baksteenrode stofomslag was net iets kleiner dan het boekblok. Ook de uitgave van 2020 speelt met zwart en wit, twee kleuren die voor alle poëzie, maar voor die van Celan in het bijzonder van groot belang zijn.

De bloemlezing Mondruimtes & matroesjka’s die nu verscheen, is er mede gekomen door het prijzengeld van de Nijhoffprijs. Ze biedt een persoonlijke keuze uit de moderne Duitstalige poëzie. Actuele poëzie, zegt de ondertitel, en dat betekent hier meer dan ‘modern’. Actueel is ook relevant voor het hier en nu. En dat is deze poëzie, want de Duitstalige poëzie blijkt in veel opzichten speelser, creatiever, veelstemmiger en ‘wilder’ dan de Nederlandstalige en deze bloemlezing – volledig tweetalig – biedt daarmee een spiegel en misschien wel een bron van inspiratie om maar weer eens los te gaan met alle mogelijkheden (en ook de onmogelijkheden) van de taal.

Kijk en luister naar Ton Naaijkens

Geen klassieke bloemlezing

Nadrukkelijk is dit geen bloemlezing in de klassieke zin van het woord. Geen verzameling van willekeurig – op kwaliteit – gekozen gedichten, maar een weloverwogen kennismaking met vierendertig dichters met wie – en vooral met wier werk – Naaijkens een relatie opbouwde. Van elk van de dichters werd een bundel gekozen waaruit een samenhangende reeks gedichten of een lang gedicht is vertaald. Het gaat om achttien vrouwen en zestien mannen waarvan de oudste (Celan, hij mocht niet ontbreken) is geboren in 1920 en de jongste in 1991. In vrijwel alle gevallen ontstonden de vertalingen in overleg met de dichter, wat in enkele gevallen zelfs leidde tot lichte aanpassingen in het Duitse origineel. De gedichten spreken voor zichzelf en worden niet ingeleid en over de dichters krijgen we niet meer dan korte ‘honderd woorden teksten’. Wel is er een kort nawoord waarin Naaijkens de achtergronden van zijn keuzes toelicht en terugkijkt op zijn vertalersleven.

Zelf betreurt Naaijkens in zijn nawoord dat de zelfgekozen opzet en omvang maakte dat enkele dichters buiten de boot vielen. Daarbij noemt hij de Oostenrijker H.C. Artmann (1921-2000) van wie misschien de ‘Acht-Punkte-Proklamation des poetischen Actes’ (Achtpuntenproclamatie van de poëtische handeling) een passend voorwoord op deze bloemlezing had kunnen zijn. Artmann betoogt daarin niet alleen ‘dat men dichter kan zijn zonder ook maar ooit een woord te hebben geschreven of gesproken’, maar ook dat alles wat de werkelijkheid verdicht, verheft, poëzie is. Voor Artmann kon dat zelfs zonder taal, maar dat is voor een dichter natuurlijk lastig. Zoals ik het begrijp is het taal in zijn meest pure vorm, zonder zich verder aan iets gelegen te laten liggen. Dus niet ‘poëzie is het spul in boeken dat de marge niet haalt’, dat rijmt of allittereert en is opgebouwd uit strofen. Meteen al het voorgerecht oftewel het ‘Entree’ in Mondruimtes & matroesjka’s haalt al deze verwachtingen onderuit en is toch, zonder meer, een smakelijk gedicht.

Buiten de boot gevallen

Zoals gezegd is de hele bloemlezing tweetalig en op het eerste gezicht is een gemis dat de oorspronkelijke tekst en de vertaling niet steeds naast elkaar staan. Een dergelijke presentatie heeft voordelen, want wie de brontaal een beetje beheerst, kan dan meteen zien wat de vertaler precies heeft gedaan. Maar na wat langer lezen, kijken en bladeren blijkt het juist winst dat je als lezer ‘gewoon’ de vertaling leest en als op zichzelf staand gedicht op je laat inwerken om pas daarna achterin het boek ook het origineel te lezen. Of omgekeerd eerst het Duitse gedicht te lezen en pas dan te worden verrast door de knappe vertaling. In beide gevallen wordt je verrast zonder dwangmatig regel voor regel naast elkaar te leggen (wat ik in andere gevallen overigens niet afwijs).

Vrolijk bladeren

Bovendien is de volgorde van de vertalingen een andere dan die van de Duitse originelen. Dat wordt door een handig systeem van paginaverwijzingen goedgemaakt en leidt tot een vrolijk en steeds weer nieuwsgierig makend heen-en-weer bladeren. Precies wat een bloemlezing zo aantrekkelijk kan maken. Het is een ruiker waarbij je elke bloem afzonderlijk ontdekt en waarbij je steeds weer nieuwe combinaties kunt maken. Daar is duidelijk over nagedacht en dat verraadt misschien wel de vertaalwetenschapper in de vertaler.

Tot slot het boek zelf, als boek. Dat is door uitgever Martien Frijns met veel zorg gemaakt en ook dat draagt bij aan het leesplezier. Mooi papier, een prettige letter, fijne opmaak met een heldere indeling en twee leeslinten in rood en zwart, kleuren uit de Duitse vlag. Daarmee is dit een boek dat uitnodigt om vaker ter hand te nemen, in rond te zwerven en je te laten verrassen door teksten die ook na een tweede of derde lezing blijven verrassen.

Schrikbarend laag

Er was een tijd dat Nederlanders erom bekend stonden dat zij ‘hun talen’ spraken – al was actief spreken niet altijd het beste deel daarvan. In het hoger middelbaar onderwijs leerde men Frans, Duits en Engels en op het gymnasium ook nog eens Grieks en Latijn. Die tijd ligt achter ons, Frans en Duits halen nog maar zelden het vakkenpakket en aan universiteiten is het aantal studenten in die talen schrikbarend laag, terwijl in allerlei buitenlanden studies Nederlands volop in trek zijn. Dat betekent niet alleen dat op vele gebieden de (wat) oudere vakliteratuur niet meer wordt gelezen, maar ook dat we de literatuur en het theater uit de ons omringende landen niet meer kennen. Dat maakt goede vertalingen zoals die door Ton Naaijkens belangrijker dan ooit, maar het is dan natuurlijk ook te hopen dat die vertalingen er ook – al is het maar bij enkelingen – toe aanzetten om de talen te leren en uit de eigen bubbel te ontsnappen.

Ton Naaijkens, Mondruimtes & matroesjka’s. Actuele Duitstalige poëzie. Doetinchem: M10Boeken 2026, 480 pp., ISBN 978-94-93332-32-4, hb., € 39,50.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *