Kreek Daey Ouwens debuteerde laat, maar is inmiddels een gevestigde naam in de Nederlandse poëzie. Met weinig woorden weet zij sferen te scheppen die vaak melancholisch zijn, en tegendraads. Een terugkerend thema in haar werk is haar jong overleden broer Guillaume, geboren met het syndroom van Down. In haar nieuwste bundel leent zij hem haar stem.
door Lauran Toorians
Als Kreek Daey Ouwens (1942) schrijft, is haar broer Guillaume nooit ver weg. In 2020 verscheen zelfs een dichtbundel met zijn naam als titel. Guillaume werd geboren met trisomie-21 ofwel het syndroom van Down. In haar nieuwe bundel is Guillaume niet alleen de hoofdpersoon, maar voortdurend ook de spreker. De titel is dit keer Daun. Zo werd Guillaume door zijn omgeving geïdentificeerd. Meer dan ooit geeft Kreek Daey Ouwens daarmee haar jong overleden broer een stem.

Uit haar eerdere werk is al duidelijk dat Guillaume in het gezin waarin hij werd geboren liefdevol werd ontvangen, maar dat de familieleden zich ook niet goed raad met hem wisten. In Daun volgen we hem door zijn te korte leven. En dat in korte teksten die Daey Ouwens hem in de mond legt. Zo bijvoorbeeld als hij naar school gaat:
‘Toen jij geboren werd,’ zegt mamma, ‘waren vader en ik zó blij!’
Ik kleur in mijn tekenboek
‘Toen kwamen de dokters
Ze keken se-rie-jeus’
Toen was ik verkeerd…
Ik kan heel mooi kleuren
De lucht en de wolken en zo
Leren gaat Guillaume niet goed af. Zij favoriete bezigheid is kleuren en na enige tijd wordt hij van school gehaald en naar een tehuis gebracht, en dan weer naar een ander tehuis. Met af en toe een uitstapje naar zijn ouders:
Eindelijk mag ik naar huis
Mamma maakt mijn oren schoon met een wattenstaafje
‘Daar hebben ze dáár geen tijd voor,’ zegt ze
Ik kan één nachtje slapen
Dan moet ik terug
Ik moet alleen met de bus
Het regent
Ik kijk naar de druppels ik kijk in de ruit
Mijn tong is daun mijn neus mijn ogen zijn daun
Allemaal mijn verhaal,
In een soort begeleid wonen omgeving – de teksten zijn niet erg expliciet – verricht hij klusjes en sluit hij vriendschap met Jolanda, die eveneens het syndroom van Down heeft. Er ontluikt een liefde die (uiteraard?) niet tot volle bloei kan komen. Het is pijnlijk om dromen en ambities steeds te zien stranden zonder echt te begrijpen waarom. Zonder greep op de situatie te hebben en toch tastend op zoek naar zelfstandigheid. Dan krijgt hij werk:
Ik werk bij Mica-splitsen
Het stinkt, het maakt een afgrijselijk geluid: Krr… Krrr…
Ik hoor het nog in de nacht
Pijn in mijn kop,
Het stof van de mica wordt hem uiteindelijk fataal. Ironisch, om in Zuid-Limburg op te groeien en te overlijden aan stoflongen, niet door werk in de mijn, maar van het mica-splisen.
‘Als je doodgaat,’ zegt oma, ‘vliegt je ziel naar de hemel.
Daar wacht hij totdat je opnieuw geboren wordt’
Word ik dan weer net als nu?
Of de teksten in deze bundel gedichten zijn, lijkt mij open voor discussie. Poëtisch zijn ze wel en ontroerend is het geheel ook. ‘Met Daun’, staat op het achterplat, ‘schrijft Kreek Daey Ouwens een even ontroerende als kritische bundel over een maatschappij die van iedereen perfectie eist.’ Die kritiek zit ook in de schrijfster zelf en daar zullen de ervaringen met Guillaume zeker aan hebben bijgedragen, maar gezien haar hele oeuvre lijken eigenzinnigheid en een neiging tot non-conformisme ook haarzelf wel aangeboren. Een gezond kritische houding tegenover een wereld die graag ziet dat iedereen zich schikt.

Daun is mooi verzorgd uitgegeven en dat komt beslist mede door de vele kleurige tekeningen die zijn gemaakt door Felix Sonnenschein, een illustrator met Down die de teksten volledig recht doet.

Kreek Daey Ouwens, Daun. Gent: Poëziecentrum vzw 2026, 112 pp., ISBN 978-90-5655-483-5, pb., € 23,00.
Beeld voorpagina: (Gedeelte) omslagillustratie Daun; een werk van Elly Strik, zonder titel, 300 x 205 cm
Lees meer over Kreek Daey Ouwens op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026
