In Stedelijk Museum Breda zijn de exposities ‘Mon Repos’ en ‘Anna Lange. Sideway Scenery’ te zien. In haar installatie onderzoekt Anna Lange de botsing tussen stad en platteland en, in een breder perspectief, het verdwijnen van werelden door de onvermijdelijke vooruitgang. De negentiende-eeuwse, geënsceneerde familiefoto’s in ‘Mon Repos’ van het Bredase ondernemersechtpaar Arthur en Willie Klep ademen juist een sfeer van zorgeloosheid, alsof de tijd stilstaat en alles voor altijd blijft zoals het is.

door Corien Ligtenberg • fotografie > Aad Hoogendoorn
Tien jaar geleden kwam ik op de terugweg van de begrafenis van een oude tante langs mijn geboortestad waar ik tot mijn twintigste woonde, maar zelden was teruggeweest. In een sentimentele bui besloot ik van de snelweg af te gaan en een tussenstop te maken in het landschap van mijn jeugd. Eerst langs de begraafplaats, even ‘bijpraten’ met mijn ouders, daarna door naar ons oude buurtje, een naoorlogse stadswijk met portiekflats, de opzet gebaseerd op het principe van licht, lucht en ruimte.
Het kerkgebouw, de basisschool, de flats, zelfs de snackbar waar we altijd kwamen was er nog. Mijmerend en melancholisch sloeg ik onze straat in. Ik wist niet of ik moest lachen of huilen. Van de flat waar we als gezin woonden, restte alleen een stapel puin, afgeschermd door een stalen hek. De flat was, als eerste in de wijk, net gesloopt, ingehaald door de tijd en de vooruitgang. Het stof sloeg nog neer. Anderhalf jaar later maakte heel de wijk plaats voor nieuwbouw.
Waar zij als kind logeerde
Daar moest ik aan denken toen ik in Stedelijk Museum Breda het project ‘Sideway Scenery’ van Anna Lange zag. De familiegeschiedenis van Lange (Schaijk 1967), en meer specifiek het overlijden van een oom en tante die op het Noord-Brabantse platteland woonden en waar zij als kind vaak logeerde, leidde tot de wording van het meerjarig project ‘Sideway Scenery’. Als Lange voor haar tante en oom optreedt als executeur-testamentair brengt dat jeugdherinneringen naar boven.



De aanleg van een snelweg veranderde die Noord-Brabantse leefwereld radicaal. De familiegrond werd doormidden gesneden. Boerderijen verdwenen. Op het land van haar voorouders kwam een vuilnisbelt, op het voormalige erf van de buren een schreeuwerig bordeel. ‘Je bent op de snelweg. De autoradio staat aan en je hoort “Motel Money Murder Madness” uit L.A. Woman van The Doors. Je kijkt opzij en ziet hoe de omgeving uit je jeugd veranderd is’, citeert het museum Anna Lange daarover.
Lange presenteert in Breda een keuze van werk uit ‘Sideway Scenery’ als één ruimte vullende installatie, bedoeld om stil te staan bij de botsing tussen stad en platteland, tussen commerciële expansie en angst voor verandering, tussen vooruitgang en stilstand. Zoals in de installatie ‘Registered Trademark’, een memento mori van een elandschedel met gewei, een bekend beeld als jachttrofee aan de muur, met daarboven in neon het icoon R, dat staat voor geregistreerd handelsmerk. De boodschap van het werk lijkt te zijn: is dan werkelijk alles te koop, zelfs de dood?
Het kadaver van een reebok
De atmosfeer in de zaal heeft iets verwarrends, onheilspellends. ‘Sideway Scenery III’ bestaat uit een stapel pallets met daarop het kadaver van een reebok, een ‘sperenregen’ van rood-witte jalonstokken die worden gebruikt om een terrein op te meten en in neon de door Lou Reed geschreven tekst ‘First came fire then came light / Then came feeling then came sight’.
In ‘Sideway Scenery 1’ hangen aan de muur naast een jalonstok, symbool voor de onvermijdelijke vooruitgang, twee dode hazen met daaronder in neon ‘Motel Money Murder Madness’.



‘Waste’ bestaat uit verraderlijk echt afval – die kroketten! – rond een overvolle vuilniszak (gemaakt uit brons en handgeschilderd) zoals je die langs de weg kan aantreffen. De weegbree die her en der in de zaal opduikt en die door Lange is gerepliceerd in messing en olieverf is een tredplant, zo gehard dat hij zelfs nog gedijt als er overheen wordt gelopen of gereden. Hij doet het prima in de berm. De plant kwam onder de schoenzolen van Europeanen naar Amerika en werd door de inheemse bevolking veelzeggend ‘White man’s footstep’ genoemd. Over verdwenen werelden gesproken.
Een zorgeloos leven
Het idyllische, zorgeloze leven, dat in Lange’s werk ten onder lijkt gegaan, is in de foto’s van Arthur en Willie Klep juist volop aanwezig. Arthur Klep, de tweede zoon van Maria van de Loo en Frans Klep, werd na zijn huwelijk in 1902 directeur van de Bredase ijzergieterij De Etna, het familiebedrijf. Het echtpaar deelde met vrienden een moderne hobby: fotografie. Door de komst van handcamera’s die werkten met verwisselbare glasnegatieven was het makkelijker geworden om de fotostudio te verlaten en er met een fototoestel op uit te trekken. De Kleps deden dat graag en experimenteerden met belichting, perspectief, aankleding en enscenering. Al met al lieten zij honderden glasnegatieven na.



In de kleine, intieme tentoonstelling ‘Mon Repos’, met zijn zorgvuldig geënsceneerde foto’s, wordt de illusie van het goede leven in stand gehouden, of zelfs geïdealiseerd. Vrienden en familie in het Mastbos. De ouders met hun vier jonge zoons, tot in de puntjes gekleed, poserend op een bankje voor hun statige herenhuis aan de Baronielaan – het behang achter de foto’s in de expositieruimte verwijst naar het art-deco interieur van dat huis. Foto’s van de jongens met hun hondje, met strooien hoeden, met een hobbelpaard.
Een vrouw die mijmerend uit het raam kijkt, een vrouw in gedachten verzonken met een boek op schoot. Familie op de veranda van zomerhuis Mon Repos, vlakbij het Mastbos. Familie en vrienden quasinonchalant poserend in het bos, een man leunend tegen een boom met een sigaretje, twee fietsen gestald op de achtergrond. Vrolijke foto’s van het echtpaar en hun zussen verkleed voor een carnavalsbal. Er zit geen haartje verkeerd, er is geen wolkje aan de lucht. Alles ademt harmonie, zorgeloosheid, welvaart. Alsof de tijd bevroren is en er nooit iets zal veranderen.
‘Anna Lange’ & ‘Mon Repos’ tot en met 30 augustus 2026 in Stedelijk Museum Breda.
Mon Repos • Anna Lange • Stedelijk Museum Breda
© Brabant Cultureel 2026
