Werk van Vince Donders en Maartje Korstanje biedt houvast in een wereld op drift 

In kunstruimte PARK is tot en met 5 april werk te zien van de beeldhouwers Vince Donders en Maartje Korstanje. Hun beeldende werk is een soort houvast in een onophoudelijk veranderende wereld waarin schoonheid en verval om voorrang strijden. En de bezoeker uitnodigt tot reflectie.

door Pieter Siebers foto’s > Hans Lodewijkx en PARK

Langzaam repeterende hefbomen, druppelend water, roestige artefacten met gifgroene uitslag, slangen die doelloos rond de installatie kringelen: Vince Donders heeft zijn hart verloren aan wat je industrieel erfgoed zou kunnen noemen. Fascinatie en zorg gaan hand in hand bij het weerbarstig poëtische kunstwerk dat hij in PARK laat zie. Geflankeerd door de ogenschijnlijk sombere sculpturen van Maartje Korstanje. Waarin vergelijkbaar groene tinten een dwars soort schoonheid aan de oppervlakte brengen.

De installatie van Vince Donders in PARK: ‘langzaam repeterende hefbomen, druppelend water, roestige artefacten met gifgroene uitslag, slangen die doelloos rond de installatie kringelen.’
Sculpturen van Maartje Korstanje: ‘haar meer dan manshoge sculpturen zijn opgetrokken uit bruinig karton, bekroond met een soort stampers waarin wit, geel en groene kleuren om voorrang strijden.’

Het werk van beide kunstenaars ademt vergankelijkheid; balancerend tussen natuur en cultuur op een wijze waarin koestering, hunkering en noties van verlies schuilgaan. Beider werk nodigt uit tot aandachtig kijken, waarbij gaandeweg een arsenaal aan associaties en historische connotaties opdoemt. De installatie van Vince Donders (Tilburg 1991) is heel authentiek, met een benadering die nu eens doet denken aan de machinale, speelse beelden van de veelzijdige Fransman Jean Tinguely en dan weer aan de dromerige vliegmachines – die niet konden vliegen – van de Belgische beeldhouwer Panamarenko. 

‘Het beeld van Vince Donders wekt de indruk van een enorme bedrijvigheid, een gedoe dat bij nadere beschouwing in het geheel tot niets dient.’
De output van Donders’ installatie: een korrelig zoutlandschap.

Het beeld van Vince Donders wekt de indruk van een enorme bedrijvigheid, een gedoe dat bij nadere beschouwing in het geheel tot niets dient. Het komt prachtig tot zijn recht in de ruimte van PARK, maar wat zou het fraai zijn, zo bedacht ik, als het een plek zou krijgen bij de Verbeke Foundation in België. De honderden eigenzinnige, ongepolijste beelden die daar staan kenmerken zich bij uitstek door begrippen als transformatie en vergankelijkheid.

Manshoge sculpturen

Dat het werk van Donders in PARK zo goed tot zijn recht komt is ook te danken aan het duet met Maartje Korstanje (Goes 1982). Haar meer dan manshoge sculpturen zijn opgetrokken uit bruinig karton, bekroond met een soort stampers waarin wit, geel en groene kleuren om voorrang strijden. Bloemachtigen die zich uit een donkere aarde naar boven lijken te hebben geworsteld, ontluikend, hun weg zoekend in de ruimte, tastend naar de hemel. Het werk is bij uitstek organisch, in de zin dat het samenhang centraal stelt. Het zijn scheppingen binnen een levend, samenhangend en verbonden geheel, ze deden me in de verte denken aan de tekeningen van de Deense kunstenaar en geoloog Per Kirkeby.

De notie van samenhang in het werk van beide kunstenaars voorkomt dat de beschouwer – door de kleurstelling en thematiek – tot de gedachte wordt verleid dat we hier vooral getuige zijn van een dystopische wereld die vervuild en uitgeput in het zicht van de eindtijd is. Het is, zo bedacht ik me aan het slot, toch echt anders. De bron voor het werk van Donders en Korstanje lijkt me zorg, en mogelijk zelfs angst. Een angst echter die bovenal voortkomt uit liefde voor het leven, hoe ongenaakbaar zich dat soms dan ook openbaart.

SCHEMERGEBIED, tentoonstelling van Vince Donders en Maartje Korstanje. Kunstruimte PARK in Tilburg tot en met 5 april 2026

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *