Anne Sey beschrijft het dagelijks leven op Deshima tot in de intiemste details

Een klein eiland als een sleutelgat waardoor Japan en de Westerse wereld elkaar ruim twee eeuwen bekeken en handel met elkaar dreven. Dat is Deshima. Nadat de Japanners de Portugezen hadden verdreven en het christendom onderdrukten, kreeg de Verenigde Oostindische Compagnie het alleenrecht op handel met Japan. En misschien was de uitwisseling van kennis wel belangrijker dan de handel. Anne Sey beschrijft in detail hoe het dagelijks leven op Deshima eruit zag.

door Lauran Toorians

Deshima is de naam van een klein kunstmatig eiland in de haven van Nagasaki in het zuiden van Japan. Als zodanig bestaat het niet meer, maar gedurende ruim twee eeuwen vormde Deshima vrijwel het enige contactpunt tussen Japan en de westerse de wereld. Dat contact liep via de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) die hier een streng gereguleerde handelspost had. Er waren vergelijkbare – en wat grotere – handelsposten in Japan voor China en Korea, maar voor het overige had de VOC gedurende die twee eeuwen het monopolie op de handel met Japan. Het was een verbintenis die voor beide partijen bijzonder vruchtbaar was.

Atelier van Kawahara Keiga, De baai van Nagasaki. Inkt en kleur op zijde, hout, lak, parelmoer, circa 1833-1836. Collectie > Rijksmuseum. Deshima is het waaiervormige eiland links, met de Nederlandse vlag in top, zie uitsnede hieronder.

Onderdanigheid betuigen

In Wikipedia wordt de fysieke omvang van Deshima vergeleken met die van de Dam in Amsterdam of ook wel zo’n twee voetbalvelden. Feitelijk was het eiland wel iets groter, maar niet erg veel. De kooplieden en beambten van de VOC mochten dat eilandje alleen verlaten voor de hun opgelegde jaarlijkse – later eens in de vier jaar – hofreis naar de hoofdstad Edo, het huidige Tokyo. Daar moesten zij hun onderdanigheid betuigen en de shogun overladen met geschenken. Die hofreis over een afstand van wel tweeduizend kilometer over land nam steeds zo’n drie maanden in beslag en vormde voor de deelnemers het enige ‘uitje’ tijdens hun verblijf op Deshima.

De akte van vrijgeleide voor alle havens in Japan door de Shogun Leyasu aan Jacques Groenewegen verleend ten behoeve van de Nederlanders, 1609. Hiermee begon de VOC-handel met Japan, die al snel werd ingeperkt tot Deshima. Collectie > Nationaal Archief

Het gezelschap op het kleine eiland bestond uit zeven tot vijftien VOC-medewerkers plus een soms tot tweemaal zo grote groep bedienden en slaven. De Japanners die op het eiland werkten, mochten daar alleen overdag zijn. Het eiland was bovendien omgeven door een hoge muur die er nog meer voor zorgde dat contact met de buitenwereld uiterst beperkt en gereguleerd was. De mannen bleven in principe steeds maar één jaar, maar sommigen bleven langer. Vrouwen mochten er niet zijn, met uitzondering van Japanse prostituees met wie de mannen soms wel langdurige relaties aanknoopten en waarover hieronder meer. Wie in of uitging werd gecontroleerd en vaak ook gefouilleerd. Toch was de bewaking niet waterdicht. Soms wisten dieven binnen te dringen en werd er gestolen. 

Plattegrond van de Nederlandse faktorij op het eiland Deshima bij Nagasaki, gemaakt door Isaac Titsingh, ± 1824. Collectie > Koninklijke Bibliotheek

Centrum van kennisoverdracht

We denken bij de VOC natuurlijk aan Nederlanders. Het was immers een in de Republiek der Verenigde Nederlanden – en vooral in Holland en Zeeland – gevestigde onderneming, maar het personeel in de Oost was veel internationaler dan dat. De handel op de vreemde kusten trok nu eenmaal avonturiers en nieuwsgierigen van her en der. Voor de Japanners zal het weinig hebben uitgemaakt. Voor hen ging het om handel met Nederlanders (Hollanders) en was de belangrijkste eis dat er op geen enkele manier blijk mocht worden gegeven van de ambitie om te koloniseren of politieke invloed uit te oefenen en dat er geen zichtbare uitingen van christelijke religie mochten zijn. De bijbel verbleef op Deshima achter slot en grendel.

Anonieme print van een Hollander op Deshima, mogelijk opperhoofd Titsingh, circa 1700. Collectie > Rijksmuseum

Naast een economisch scharnierpunt tussen Japan en de westerse wereld werd Deshima ook een belangrijk centrum van kennisoverdracht. In Japan ontstond al snel een honger naar kennis van de ontluikende wetenschappen in Europa en om die te ontsluiten werd Nederlands geleerd en ontstond een groep ‘Hollandologen’ ofwel Rangakusha. Ook kennis over de politieke situatie in Europa en Amerika kwam via Deshima Japan binnen. En omgekeerd waren er onder de VOC-beambten mensen die nieuwsgierig genoeg waren om kennis over Japan te vergaren en voor de buitenwereld vast te leggen. De bekendste daarvan is Philipp Franz Balthasar Siebold (1796-1866) die als arts op Deshima verbleef, zijn medische kennis overdroeg aan Japanse artsen en op werkelijk encyclopedische schaal zowel kennis over als materialen uit Japan verzamelde. Hij keerde er later nog terug en genoot in Japan veel aanzien, totdat hij werd beschuldigd van spionage en het land uit moest.

Kawahara Keiga, portret van Philipp Franz Balthasar Siebold (1796-1866). Collectie > Saga Prefectural Museum of Art. Wikimedia Commons.

Een lees- en leergierig kind

Het met een klein groepje mensen opgesloten zitten op een eiland, omgeven door een vreemde cultuur waarmee je handel wilt (moet) drijven, zal de nieuwsgierigheid naar die omgeving zeker hebben gestimuleerd. Bij de een meer dan bij de ander. Zo was van belang dat de kooplieden op zijn minst elementair Japans leerden. Simpelweg omdat zij dan konden onderhandelen zonder dat er een tussenpersoon bij was betrokken. Enkelen leerden de taal vloeiend, maar dat was niet iedereen gegeven. Bovendien wisselde het personeel regelmatig zodat iedereen er hooguit enkele jaren verbleef. De Japanners wilden voorkomen dat er persoonlijke banden werden gesmeed.

Anne Sey (1965) schreef een uitvoerig gedocumenteerd en zeer leesbaar boek over Deshima. En op een bepaalde manier is haar uitgangspositie vergelijkbaar met die van de kooplieden op Deshima. Sey groeide op in Oost-Berlijn in (toen nog) de Duitse Democratische Republiek. Ze was een lees- een leergierig kind en toen ze veertien was kreeg ze het boek Reisen in Nippon in handen. Een boek met historische reisverslagen van Duitse geleerden over Japan en deel uit een reeks vergelijkbare boeken over allerlei delen van de wereld die voor gewone Oost-Duitsers op dat moment grotendeels onbereikbaar waren. Dat boek vormde het begin van haar fascinatie voor Japan.

De val van de Muur

Met het nodige geluk – de studiekeuze was in de DDR niet vrij – kon zij later in Berlijn Japankunde (Japanologie) studeren. Doordat in 1989 ook voor haar net op tijd de Muur viel, kon zij die studie voortzetten aan Tōkai-Universiteit in Tokyo. Sey promoveerde in 2001 in Nijmegen in de bedrijfskunde op een Japans onderwerp. Ze werkte in Nederland als docent en onderzoeker aan diverse universiteiten en als strategisch adviseur bij de Nationale Politie. Tegenwoordig is zij actief als schrijver en keramist. Ze woont en werkt in Deursen-Dennenburg bij Ravenstein. Japankunde studeren in Oost-Berlijn moet hebben gevoeld als het vanaf een eilandje doorgronden van een vreemde en onbereikbare cultuur. Al tijdens haar studie behoorde Siebold tot haar helden.

Voor haar boek over Deshima deed Anne Sey uitgebreid onderzoek. De VOC was een bureaucratische organisatie en het Nationaal Archief in Den Haag bewaart dan ook een uitgebreid archief van Deshima. (NL-HaNA 1.04.21 ‘Inventaris van de archieven van de Nederlandse Factorij in Japan te Hirado [1609-1641] en te Deshima, [1641-1860], 1609-1860’). Daarin bevindt zich niet alleen de vastlegging van de handel, maar ook dagrapporten van de opperhoofden, correspondentie, lijsten van inboedels en erfenissen van medewerkers die op Deshima overleden en nog veel meer. Al die stukken zijn gedigitaliseerd en dus gewoon thuis op een pc te raadplegen.

Er is natuurlijk ook eerder over Deshima gepubliceerd en Sey kon met haar talenkennis ook Japanse bronnen raadplegen. Ook maakt zij veelvuldig gebruik van de vele afbeeldingen die in de loop van de tijd zowel aan Nederlandse als aan Japanse kant zijn gemaakt en die het – met een kritische blik – mogelijk maken het eiland en zijn bewoners op verschillende momenten in de tijd te bekijken.

Anne Sey is steeds de gids

Zoals de ondertitel van het boek al aangeeft, gaat Sey vooral in op het dagelijks leven op Deshima. En dat in groot detail en smakelijk verteld. Het boek opent met een kort historische overzicht. Maar daarna wordt de chronologie losgelaten en volgt een reeks hoofdstukken waarin allerlei deelonderwerpen worden behandeld.

Zo maken we kennis met hoe het eiland eruitzag en in de loop van de tijd veranderde, hoe de bewoners gekleed gingen, wat zij aten en hoe – en door wie – dat werd bereid, de tuinen die zij onderhielden, hoe de werkzaamheden verliepen, hoe zij zich vermaakten, wat ze lazen en nog veel meer. En dat alles aan de hand van de bronnen, maar zonder dat het verhaal droog wordt. Anne Sey is steeds de gids die de lezer informeert en zonder al te nadrukkelijk zelf aanwezig te zijn, schroomt zij niet om her en der een persoonlijke noot te plaatsen of commentaar te leveren.

Ishizaki Yushi (toegeschreven), Portret van de familie Cock Blomhoff, hun min en twee tot slaaf gemaakte bedienden. Verf op zijde, 1817. Blomhoff verbleef met zijn gezin daadwerkelijk enige tijd op Deshima. Collectie > Rijksmuseum

Hoewel de Japanners niet toestonden dat er vrouwen op Deshima verbleven, waren er toch enkele uitzonderingen. Echtgenotes die meekwamen, werden rücksichtslos teruggestuurd. Als zoiets zich al voordeed, mocht zo’n vrouw in principe niet eens van het schip waarop zij had gereisd, maar een heel enkele keer kon het niet anders. Zo’n westerse dame was dan meteen een bezienswaardigheid waar natuurlijk ook de Japanse toezichthouders naar kwamen kijken en die ook in prent werd vastgelegd.

Prostituees voor de Nederlanders

In principe namen de VOC-mannen dus afscheid van hun vrouwelijke partners voor de duur van hun verblijf in Japan. In de latere periode – eind achttiende en in de negentiende eeuw – kon dat verblijf soms flink langer duren dan één jaar. ‘Man wil vrouw’, noteert Sey enkele keren heel zakelijk en gedurende de hele periode dat Deshima functioneerde zorgden de Japanners voor prostituees die in Nagasaki woonden en door de Nederlanders bezocht konden worden, of die ook op Deshima op bezoek konden komen. De archieven bevatten in enkele gevallen openhartige verslagen van hoe dat werkte, met op Deshima soms bijeenkomsten met veel drank, gezelligheid en uiteraard ook seks. Opvallend genoeg kent het Japans diverse Nederlandse leenwoorden voor alcoholische dranken, voor alcohol (arukoru) en het woord ‘doronken’. Opmerkelijk, want sterke drank was ook daarvoor in Japan al bekend.

Een afbeelding van een feest (De Groote party) in het huis van het Nederlandse opperhoofd De Sturler (midden) op Deshima in 1825, ‘het opper Hoofd’ wordt geflankeerd door de bezoekende kapiteins en Japanse meisjes van plezier. Prent door Kawahara Keiga. Bron: Geheugen van Nederland Maritiem Digitaal NL, Wikimedia Commons. Sommige bronnen menen Franz Siebold te herkennen in de man met oranjebruine jas.

Voor een deel van de mannen zullen de Japanse prostituees simpelweg vrouwen van plezier zijn geweest, maar in een aantal gevallen ontstonden toch vaste relaties waaruit ook kinderen werden geboren. Daarvoor werden dan voorzieningen getroffen om te zorgen dat vrouw en kind niet met lege handen achterbleven nadat de man weer was vertrokken. Vrouw en kind meenemen naar Batavia (of naar Nederland) was uitgesloten. Enkele opperhoofden die langer bleven konden zich zelfs veroorloven om meerdere vrouwen te hebben, wat ook elders op handelsposten van VOC niet ongebruikelijk was. Wat in Nederland totaal ongepast was, bleek dan in ‘de Oost’ geen probleem.

Minder preuts dan gedacht

Een bekend voorbeeld is de al genoemde Siebold die een relatie aanging met de jonge Japanse Otaki. Zij was zestien toen hij haar leerde kennen, hij was zevenentwintig. De relatie had alle kenmerken van een gelukkig huwelijk, al konden zij niet trouwen. Ze kregen een dochter Oine (1827-1903) die opgeleid door haar vaders Japanse leerlingen de eerste vrouwelijke Japanse arts in de westerse geneeskunde werd. Zij bracht het tot lijfarts van de keizerin.

Oine Kusumoto (1827-1903), dochter van Siebold en Otaki, als gynaecologe de eerste vrouwelijke westerse arts in Japan. > Onbekende fotograaf, Wikimedia Commons.

Terug in Nederland trouwde Siebold, maar hij maakte nooit een geheim van zijn Japanse gezin en bracht later ook met zijn twee Nederlandse zoons nog een bezoek aan Japan waarbij de kinderen in goede harmonie samen kwamen. Aangezien dergelijke situaties ook elders in de VOC handelsposten en later in de koloniën voorkwamen, lijkt de negentiende eeuw toch een stuk minder preuts te zijn geweest dan we vaak denken. Blijkbaar was er veel (speel)ruimte tussen de leer en de praktijk.

Het boek sluit af met een korte levensloop van Siebold, een dankwoord, vele pagina’s noten en een uitvoerige literatuurlijst. Daarmee is dit boek een wetenschappelijk werk en een rijke bron van informatie over het leven op Deshima en toch – en dat is knap – uiterst leesbaar, juist doordat der auteur ook steeds zelf aanwezig is zonder al te nadrukkelijk op de voorgrond te treden. De lezer reist mee door ruim tweehonderd jaar wel en wee op Deshima.

Anne Sey, Deshima. Het dagelijks leven op de Nederlandse handelspost in Japan. Zutphen: Walburg Pers 2025, 429 pp., ISBN 978-94-6456-634-5, pb., € 29,99.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *