Molukkers spreken zich uit in Het Noordbrabants Museum

In nauwe samenwerking met de Molukse gemeenschap maakte Het Noordbrabants Museum een expositie over de veerkracht waarmee de Molukkers in Nederland vasthouden aan hun cultuur. Objecten en gesproken boodschappen geven een goed beeld van hoe het ook in Nederland lukt om Molukker te zijn, ondanks alles.

door Lauran Toorians

21 maart 1951, het begin van de lente. Op die dag in 2026 in het precies vijfenzeventig jaar geleden dat negenhonderd Molukkers aan boord van de Kota Inten arriveerden aan de Lloydpier in Rotterdam. De groep bestond vooral uit militairen van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) en hun families en voor hen begon die lente niet alleen koud, maar werd het ook een erg koude douche.

Ambonezen op de Kota Inten bij aankomst in Rotterdam. Foto > Joop van Bilsen / Anefo. Collectie > Nationaal Archief.

Deze mensen was voorgespiegeld dat zij snel weer naar de Molukken zouden terugkeren en dat Nederland zou zorgen dat zij daar een eigen, onafhankelijke staat konden vestigen. Dat was een grove leugen, want daar kon Nederland helemaal niet voor zorgen en er is zelfs nooit een serieuze poging ondernomen. Bovendien werden de mannen meteen na aankomst ontslagen uit het KNIL – dat was opgeheven – het dienstverband waaraan zij een groot deel van hun trots en identiteit ontleenden. De Molukkers in Nederland werden stateloos en konden daardoor lang nauwelijks reizen. Ook zette de Nederlandse overheid er bewust op in dat de Molukkers niet zouden integreren – zij moesten immers ‘terug’ – en bracht de mensen voor een groot deel onder in de barakken van voormalige concentratiekampen die door de Duitse bezetter waren gebouwd en waar tot kort tevoren NSB’ers en andere (vermeende) Duitsgezinden opgesloten hadden gezeten.

Meteen bij het begin van de tentoonstelling stellen de tien sprekers zich voor aan de bezoekers. Foto > Lauran Toorians

Ketahanan betekent veerkracht

Inmiddels leven er derde- en vierdegeneratie Molukkers in Nederland. Hun situatie is absoluut beter dan die van de eerste generatie, maar de onderlinge band en de band met de Molukken blijft sterk. Het is door de jaren gemakkelijker geworden om de Molukken te bezoeken en relaties met verwanten daar aan te halen. Anderzijds is er ondanks alles natuurlijk ook sprake van integratie in de Nederlandse samenleving en het bewustzijn van leven in een diaspora leeft sterk. Wat dat alles vraagt – en ook wel vereist om overeind te blijven – is veerkracht. Dat is dan ook het thema van de expositie die nu is te zien in Het Noordbrabants Museum: ‘Ketahanan: verhalen van veerkracht’. ‘Ketahanan’ betekent veerkracht in het Moluks-Maleis, maar ook weerbaarheid en uithoudingsvermogen.

Het motief van de ‘oiale’ komt regelmatig terug. Het symboliseert de zon met daaromheen vier fregatvogels. De cirkels wijzen op verbondenheid. Links de neon-installatie AMI, van Rafaël Pattiwael, rechts van Hatutamelen Asal, a Voyage of to Source, The Womb of Creation. Acryl op linen. Foto > Lauran Toorians
Twee werken van Jessica Manuhutu, Akar Bahar Hitam. Acryl op doek. De titel betekent ‘zeewortel’, het skelet van een koraalsoort waarvan sieraden worden gemaakt. In de achtergrond van Loes Leatemia, ‘Burung Laut’. Een vlag van linnen met botanische verf, indigo, zijde, borduurgaren, batik en borduurwerk. Foto > Lauran Toorians

Deze tentoonstelling is er gekomen in nauwe samenwerking met de Molukse gemeenschap. Aan de hand van vragenlijsten werden ervaringen en herinneringen opgehaald waarna zeventig deelnemers in groepen de ideeën uitwerkten en vervolgens Molukse professionals de expositie vormgaven. In de tentoonstelling brengen tien Molukse vertellers – veelal jongeren – middels korte verhalen op videoschermen hun verhaal over veerkracht. Sterk is het verhaal van de man die met veel nadruk stelt dat zijn vader een mens is. Ook een Molukker en een oud-KNIL-militair, maar eerst en vooral een mens. Dat wordt bij praten over Molukkers (blijkbaar) nog te vaak vergeten. Alle begeleidende teksten in de tentoonstelling zijn in het Nederlands, Engels en Indonesisch. Ook dat illustreert de band met alle andere Molukkers thuis en in de diaspora.

De spreekmicrofoon van Wyldemerck

Naast de verhalen zijn er erg diverse objecten, van etnografica en sterk cultureel bepaalde gebruiksvoorwerpen tot recentere objecten met een symbolische waarde voor de geschiedenis van de Molukkers in Nederland en hedendaagse kunst waarbij zonder uitleg niet altijd duidelijk is hoe een werk een link legt naar de Molukken. Van historische waarde is onder meer de spreekmicrofoon van Wyldemerck. Die maakt duidelijk dat er ook binnen de Molukse gemeenschap verschillen bestaan. Zo is een deel katholiek en een ander deel gereformeerd, terwijl een minderheid moslim is. Anders dan in het huidige Indonesië is dat onder de Molukkers in Nederland een minderheid, maar wel een opvallende. Na aankomst vormden zij immers in de jaren vijftig de eerste groep moslims in Nederland.

Een vitrine herinnert aan het woonoord Kamp Wyldemerck waar de Molukkers een moskee kregen, met een minaret. De microfoon bleef bewaard in de collectie van Ghani van den Bergh die een boek over het woonoord schreef. Foto > Lauran Toorians

Er bestond weliswaar eerder al een moskee in Den Haag voor oud-kolonialen die moslim waren geworden. Maar sinds 1951 kende Nederland gemeenschappen met islamitische Molukkers die nu wonen in Ridderkerk en in Waalwijk. In het Friese woonoord Kamp Wyldemerck werd in 1956 begonnen met de bouw van een moskee. Daarbij verrees de eerste minaret in Nederland. De microfoon die nu in het museum staat, maakte het mogelijk dat ook de thuisblijvers in de barakken in het woonoord het gebed konden volgen. Zowel de barakken, de moskee en de minaret werden in 1969 afgebroken.

Zo vormt deze tentoonstelling in alle bescheidenheid een mooie kennismaking met de veerkracht van de Molukkers. Het is die veerkracht die zeker bij de jongere generatie centraal lijkt te staan, meer dan het leed van de gedwongen emigratie en de frustratie van het in de steek te zijn gelaten door de Nederlandse overheid die de KNIL’ers zo vol overtuiging hadden gediend. Maar, moet de bezoeker wel concluderen, dat hebben de Molukkers zelf bereikt. Op eigen kracht en met veel ‘ketahanan’.

Bijna onzichtbaar tegen een wand een grote groep ‘cicak’ (tjietjak), kleine hagedissen die vaak in en rond Molukse huizen voorkomen. Een cicak met een gespleten staart brengt geluk. Een werk in klei van Jerrold Saija. Foto > Lauran Toorians

‘Ketahanan: verhalen van veerkracht’, tot en met 31 mei 2026 in Het Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *