Bij de beelden van Niko de Wit draait het om omkeerbaarheid en balans

Beeldhouwer Niko de Wit maakte veel kunstwerken voor de openbare ruimte. Die beelden zijn opgebouwd uit geometrische vormen. Wie voor een van zijn beelden staat en denkt te kunnen voorspellen hoe de andere kant eruitziet, komt bedrogen uit. De andere kant is verrassend anders van vorm. Dat spelen met vormen begint in zijn atelier, in het klein.

atelierbezoek door Irma van Bommel  foto’s > Joep Eijkens

Niko de Wit (Bergen op Zoom 1948) heeft zijn atelier achter zijn huis in het centrum van Tilburg. Daar zien we niet alleen geometrisch abstracte beelden, maar ook plastische portretkoppen. Dat hij naast een geometrische vormentaal ook figuratief werk maakt, wijt hij aan zijn opleiding aan de Academie voor Beeldende Vorming te Tilburg die hij van 1967 tot 1975 volgde. Dat was een opleiding tot docent, maar de toenmalige directeur Lambert (Ber) van der Ham, was van mening dat een goede leraar ook kunstenaar moet zijn. Het was een brede opleiding, met zowel aandacht voor techniek en materiaalkennis als kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing. Dat zorgde er dus voor dat De Wit plastische portretten leerde boetseren, maar ook kennis maakte met abstracte en concrete kunst. Enthousiast was hij over de lessen kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing die hij als waardevol heeft ervaren voor zijn kritische vorming als beeldend kunstenaar.

Niko de Wit
Het atelier bevindt zich in de achtertuin.
Inkijkje in het atelier met boven opslag van foto’s van beelden in de openbare ruimte.
Een deel van het atelier is ingericht als toonzaal.

Mini-optocht van carnavalswagens

De Wit was al op jonge leeftijd creatief. In een vitrine in zijn werkkamer is een kleurrijke mini-optocht van carnavalswagens en groepen te zien die hij vanaf zijn vijftiende tot zijn achttiende levensjaar maakte van klei, hout, karton en papier dat hij beschilderde met plakkaatverf en vernis. Deze ontwerpen zijn in Bergen op Zoom daadwerkelijk uitgevoerd. Na zijn studieperiode in Tilburg gaf hij enkele dagdelen per week les om in zijn onderhoud te voorzien. Zo gaf hij onder andere les aan de academies in Eindhoven, Amsterdam en Tilburg.
Zijn werk is regelmatig te zien in beeldenroutes, zoals in 1982 in ‘Beelden in Stadswandelpark Eindhoven’ en ook exposeerde hij veelvuldig in musea en diverse galeries. In 2020 besteedde Luycks Gallery in Tilburg aandacht aan zijn vijftigjarig kunstenaarschap.

Bergse Vastenavend verovert d’ele wereld, 1964. Op 15-jarige leeftijd ontwierp Niko de Wit deze maquette naar aanleiding van de Cubacrisis in 1962. Foto > Niko de Wit

De opdrachten die hij kreeg voor beelden in de openbare ruimte kwamen vaak voort uit werk dat hij eerder in het klein maakte. “Als het in het klein werkt, werkt het waarschijnlijk ook in het groot.” De bronzen beelden die hij maakt, worden eerst in klei, gips, tempex of hout gemaakt. Vervolgens worden hiervan gipsen mallen gemaakt om wasafdrukken te maken. Deze wasmodellen dienen dan weer om via de cire perdue techniek, de verlorenwasmethode, het uiteindelijke beeld in brons te gieten.

Verschillende beelden, links Hommage aan Ad Dekkers uit 2016.
Abstracte en geometrische beelden in de presentatie ruimte. Beide foto’s > Niko de Wit

De beeldtaal blijft abstract

In de jaren zeventig zette hij met Leon Vermunt in Steenbergen een bronsgieterij op. Later gaf hij les in het gieten van brons in het Duvelhok in Tilburg en was hij een aantal jaren begeleider bij kunstenaarswerkplaats Beeldenstorm in Eindhoven, nu Make Eindhoven. Voor zijn beelden kiest hij een keur aan metaalsoorten en technieken, van brons, gepatineerd, gepolijst of verguld, koper, gietijzer, staal, tot gesnijbrand (massief) staal. Soms kiest hij bij de afwerking voor polijsten, maar vaak kiest hij ervoor om de sporen van de mal of van het frezen en snijbranden te laten zien.

Architecturale vormen in metaal en in was.
Opslag van modellen in was.

Aanvankelijk maakte hij ranke beelden die de invloed verraden van Brancusi. Maar bij De Wit zijn het geen gestileerde dierfiguren. De beeldtaal blijft abstract. Ook zijn de invloeden van Carel Visser en Donald Judd merkbaar in de vroege werken van De Wit. Ook de portretkoppen van Charlotte van Pallandt zijn een inspiratiebron. Daarnaast liet hij zich inspireren door alledaagse voorwerpen, architectuur, oude culturen en speciaal de astronomische instrumenten uit India.

Baby portretjes, direct na de geboorte gemaakt.

Omkeerbaar en stapelbaar

Karakteristiek voor de beelden van De Wit zijn de omkeerbare en stapelbare vormen. Spelenderwijs komt hij tot nieuwe combinaties. Het gaat hem om de balans en de suggestie van het tarten van de zwaartekracht. Wanneer mensen om een beeld heen lopen, zijn ze verrast dat het beeld er aan de andere kant anders uitziet dan je zou verwachten. Zijn beelden lijken vanuit een bepaalde hoek vaak met slechts een punt of lijn de grond te raken om als het ware los te komen van de grond. Maar als je eromheen draait, zie je dat het oppervlak dat de grond raakt groter is en er dus wel degelijk een solide basis is om het gewicht van het beeld te dragen.

Driemaal dezelfde vorm maar anders neergezet. Vervaardigd in academietijd (1970). 

“Ik wil de toeschouwer verrassen, door hem te laten onderzoeken hoe de verschillende elementen zich tot elkaar verhouden.” Om te laten zien wat hij bedoelt, draait hij aan een schijf waar een beeld op staat. En inderdaad, je bekijkt het beeld telkens vanuit een andere hoek en ervaart het spel van balans. In de loop der jaren kregen zijn geometrische beelden steeds vaker een architecturale uitstraling, waarbij de interactie tussen vorm en restvorm een grote rol speelt.

In de palm van je hand

Inmiddels heeft hij ruim achthonderd beelden op zijn naam staan, waaronder meer dan vijftig portretkoppen en dertig penningen. En nog steeds is hij aan het werk. Die penningen, dat is een verhaal apart. Penningen, dat zijn toch platte, ronde vormen met aan de voorkant een figuratieve voorstelling in reliëf? Bij De Wit niet. Zijn ‘penningen’ zijn kleine, geometrische beeldjes. De enige overeenkomst met traditionele penningen is dat ze in de palm van je hand passen.

Penningen, handzame sculpturen, uitgestald voor de lopende tentoonstelling in Beelden aan Zee.
‘Hommage aan Ad Dekkers I’ (1996 -2003, plexiglas, 1,9 x 7,9 x 7,9  cm). Het grote en het kleine vierkant in het omkeerbare object vragen om beurten om voorrang. Foto’s > Niko de Wit

Ook maakte hij hommages aan kunstenaars en architecten, voortbordurend op kenmerkende aspecten in hun werk. Zo liet hij zich inspireren door het werk van Ad Dekkers. Om het principe van Ad Dekkers uit te leggen, toont hij een tekening op (doorzichtig) kalkpapier. Op de ene kant is een horizontale lijn aangebracht, aan de andere kant een verticale lijn. Als je beurtelings een van beide zijden bekijkt krijg je een omkeerbaar perspectief van voor- en achtergrond. De Wit maakte een vertaalslag in 3D van doorzichtig kunststof waarbij op dezelfde wijze een groot en een klein vierkant wedijveren om voorrang. Het kleine object is een van de vernieuwende penningen die De Wit maakte.

Werk van Niko de Wit is tot en met 22 maart 2026 te zien in de groepstentoonstelling Doorkijk. Over transparantie in de kunst in de Bergkerk in Deventer.
En tot en met 3 mei 2026 in de tentoonstelling Monumentale penningkunst van Niko de Wit in Museum Beelden aan Zee in Scheveningen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *