column door JACE van de Ven •
Eind januari zijn we een paar weken weggeregend en -gestormd in Andalusië. Op één van de weinige dagen dat het mogelijk was, gingen we eten in een strandtent met livemuziek. Ik zag dat eigenlijk niet zitten, want meestal is het soort muziek daar van een niet te harden vogeltjesdansgehalte of, nog erger, schuifelnummers, gezongen door mensen die daarbij kijken of ze een hemelse stem hebben. Gevoel voor maat, en dan bedoel ik de hoeveelheid suiker die ze over hun muzikaal gebak strooien, kennen ze niet, maar ze staren in het niets alsof ze constant klaarkomen.
Maar het viel mee, er stond een bandje met een drummer en twee gitaristen die de betere popnummers van vroeger brachten. Op heel verantwoorde wijze. Op een gegeven moment kwam er een mondharmonicaspeler bij en werd er uiteraard Bob Dylan gespeeld. Later voegden zich nog een saxofonist, een trombonist en twee zangeressen bij het bandje en begon het optreden steeds meer te lijken op een jamsessie van formaat, want spelen konden ze, deze Andalusische muziekmakers.
“Geweldige band”, zei ik even later tegen een Hollandse overwinteraar die net als ik zijn blaas aan het ledigen was in het pissoir. “Och, dit is nog niks”, antwoordde hij, “moet je zaterdag maar eens komen, dan is het helemaal geweldig.” En zo kwamen mijn vrouw Hetty en ik enkele dagen later terecht bij een soort zanger zoals ik in de eerste alinea beschreef: een zoetgevooisde gladjanus met gepommadeerd haar, gebruind als een tosti en met een oneindige glimlach. Uiteraard bewoog hij zich op een manier waarvan hij dacht dat die zinnenprikkelend was en verspreidde hij een eau-de-toilette-geur van een heel duur namaakmerk. Julio Iglesias was er niks bij.
Nu ik dit schrijf, voel ik me een beetje elitair
Meteen terwijl ik dit schrijf, voel ik me een beetje elitair. Natuurlijk, het is nep wat zo’n pauwachtige kweepeer staat te doen, maar er zijn mensen die daarvan houden. Op de eerste rij bijvoorbeeld zaten twee dames in rolstoelen die de superster filmden bij elke beweging die hij maakte. Wie ben ik om hen dat te misgunnen? Maar waarschijnlijk vind ik het allemaal te simpel? Bijna steeds kun je – net als bij een tekst van Vader Abraham – al invullen wat er gaat volgen, nog voor je het gehoord hebt. Het is te gemakkelijk.
Wat is dat eigenlijk moeilijke of makkelijke muziek? De componist György Ligeti gebruikt in het eerste deel van zijn Musica Ricercata alleen de toon A. Pas als hij overgaat naar het volgende deel komt daar de D bij. Toch is het eerste deel van Musica Ricercata geen makkelijke muziek. Naast toonhoogte bestaan er in de muziek nog tal van andere smaakmakers zoals ritme, kleur en intensiteit. Zij brengen de noten op spanning.
Jazz is de spannendste muziek, omdat de uitvoerende musicus een grotere invloed heeft op het eindresultaat dan bij andere muziekstijlen. Tot op het laatste moment kan hij variëren en een heel persoonlijke draai aan het geluid geven. Dat betekent niet dat een zanger bij andere muziekstijlen geen persoonlijke invloed heeft. Elke menselijke stem heeft zijn eigen klank en de zanger kan de muziek die hij zingt persoonlijk maken door intonatie, stembuiging en inleving, kortom door er zijn of haar eigen karakter in te leggen.
Klinken daarom door de computer-gefabriceerde popsongs zo leeg? Zij kunnen niet gevuld worden met identiteit, omdat ze een vaststaande toevoer van gegevens verklanken. AI heeft dat natuurlijk ook, maar op den duur zal bij AI de vaststaande toevoer van gegevens die verklankt worden zo divers zijn, dat het zal lijken of er een natuurlijke persoon achter zit. We zullen zo knap voor de gek gehouden worden, dat we er van zullen houden.
Simpele muziek in de volkskroeg, ik kon er moeilijk tegen
Tot mijn zesenzestigste – ik ben nu zesenzeventig jaar oud – was ik een bijna dagelijks bezoeker van volkskroegen. Dus ik heb heel wat simpele muziek op me af gekregen. En dan ook nog vaak met veel volume. Ik kon er moeilijk tegen. Soms was het een reden om naar een stiller café op zoek te gaan. Maar in de jaren dat ik als werkstudent hard lichamelijk werk deed in de bouw, vond ik het prachtig. Op de steiger kweelde ik mee met Corrie Konings: ‘Ik zal geen traan meer om je laten.’ Of met Vicky Leandros: ‘Ich hab die Liebe gesehen.’ Ik zou die nummers nu nog mee kunnen kwelen. Zijn ze letterlijk arbeidsvitaminen, omdat het luisteren ernaar geen enkele moeite kost?
Normaal hoef je bij mij niet met dit soort songs aan te komen, want ja, misschien ben ik wel een beetje elitair. Maar ik kan niet anders. Muzikale voorkeur kun je niet kiezen, ze wordt je door je eigen inborst opgedrongen. Alleen je stemming van het moment kan de keuze naar wat je wilt luisteren nog enigszins beïnvloeden. Mensen die zeggen van alle muziekstijlen te houden, wantrouw ik. Maar wie weet, misschien is het mogelijk?
Zelf kan ik, geheel tegen mijn overtuiging om panklare muziek niet te pruimen, enorm genieten van de klanken van een draaiorgel in een winkelstraat. Ik word daar vrolijk van. En ik niet alleen. Met zichtbaar plezier stond bij ons in Tilburg destijds een buitenbeentje, ‘Zot Joke’, altijd naast het draaiorgel te genieten. Dat raakte mij zozeer dat ik bij zijn overlijden een sonnet schreef met de slotregels:
dat jij nu in dat blind geluk mag delen
en dat je daar bent waar de orgels spelen
Ach, muzikale ontwikkeling? Wat is het? We beginnen ooit allemaal gelijk op muzikaal gebied. Al voor we geboren worden, horen we de hartslag van onze moeder. Nauwelijks in de wieg vertonen zich allerlei menselijke koppen boven ons die simpele slaapliedjes zingen. Ook kraaien ze soms van enthousiasme of vertellen op zogenaamd spannende wijze hele verhalen tegen je. Bepaalde tonen houden ze langer aan, andere korter, ook wisselen ze hun klanken af in toonhoogte. Ze noemen het praten, maar het is natuurlijk gewoon een eenvoudige manier van zingen.
En jij als baby lacht hen toe, want zingen maakt de mens gelukkig. Het zou me niet verbazen als er een of ander gelukstofje in ons lijf wordt getriggerd als er iemand voor je zingt. Zelfs als het een of andere namaak-Julio-Iglesias is die staat te jeremiëren, schijnt dat bij sommigen toch nog te werken.
Meer columns van JACE van de Ven op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026

Jace, Wederom een heel mooi verhal