Henrik Ibsen schreef in 1890 ‘Hedda Gabler’, over een vrouw opgesloten in haar huwelijk. De Toneelschuur maakte met ‘Hedda’ een hedendaagse versie voor een vrouw van kleur, gevangen in de verwachtingen van haar omgeving. Een heldere voorstelling die wel wat meer de nieuwsgierigheid van de toeschouwer zou mogen prikkelen.
door Evy Lasschuit • scènefoto’s > Sanne Peper
We zien een woonkamer bestaand uit blokken, bekleed met stof. Hedda zit in een satijnen nachtjapon te spelen met een geweer en kijkt stoïcijns het publiek in. Links achter haar staan twee gestoffeerde designstoelen, linksvoor drie nog ingepakte witte koffers van haar huwelijksreis.
Hedda (Hajar Fargan) is de hoofdpersoon in een nieuwe productie van De Toneelschuur met de gelijknamige titel. Het verhaal is gebaseerd op Hedda Gabler van de Noorse schrijver Henrik Ibsen, die het stuk schreef in 1890. Hedda is daarin een vrouw in een elitair milieu die gevangen zit in een liefdeloos huwelijk en daaruit wil ontsnappen.
In een bewerking door Sarah Sluimer, geregisseerd door Abdel Daoudi, is Hedda een vrouw van kleur die niet zit opgesloten in een huwelijk, maar in een omgeving die van alles van haar vindt. Ze wil zichzelf zijn, haar eigen keuzes kunnen maken en haar eigen pad volgen.
Alles wat gelukkig maakt
De hedendaagse Hedda is na het overlijden van haar vader getrouwd met Jur (Thomas Höppener); een aardige, zachte man die als een blok viel voor haar vuur en intelligentie. Ze zitten in hun pas gekochte huis, als pasgetrouwd stel en alles is ingericht zoals zij het zou willen. Dat is alles wat er nodig is om gelukkig te zijn, toch?

Al snel wordt duidelijk dat de rol waar Hedda in is gestapt haar beknelt. Bekenden lopen de deur plat. Een tante, collega en ex van Jur, vallen binnen; allen houden zij haar vast in een rol, in plaats van te zien wie zij werkelijk is. De man adoreert haar als zijn exotische muze. De tante ziet haar enkel als toekomstige moeder en haar hogergeplaatste collega belooft haar kansen die slechts bij beloftes blijven. Tenslotte is daar de andere vrouw, die het gemunt heeft op haar man en haar confronteert met de kwetsbaarheid van haar positie.

Ontsnappen aan stereotypen
Als jonge vrouw van kleur wil ze haar eigen stem laten horen, haar eigen stukken schrijven en ontsnappen aan de stereotypen die haar worden opgelegd. In dit twee uur durende stuk maken we haar vanaf het begin mee in haar wrok, die zich uit in vlijmscherpe reacties en provocerende acties. Haar verlangen is groot, maar dit ontwikkelt zich gedurende de voorstelling helaas weinig naar een andere vorm.
Naarmate de voorstelling vordert, worden Hedda’s handelingen en oogopslag weliswaar ongecontroleerder, maar deze onrust gaat soms ten koste van de emotionele gelaagdheid die nodig is om werkelijke empathie bij het publiek op te wekken.

Boeiend is wel dat het decor met haar mee verandert: de blokken drijven verder uit elkaar en lijken te staan voor haar toenemende afstand tot de andere personages. Dit gebeurt soms via wat onhandige overgangen, waarbij de acteurs een onnatuurlijke schakel maken van spel naar het praktisch verschuiven van de elementen.
In deze beknellende kooi blijkt Amir (Nur Dabagh), haar eerste liefde, terug te zijn in de stad. Hij spreekt haar taal, begrijpt haar grappen en het allerbelangrijkste: hij heeft belangstelling voor haar stem.
Interessante mix van conflicten
Toch functioneert Amir ook als spiegel. Hij is de migrantenjongen die wél een kans krijgt om zijn verhaal te vertellen en juist daardoor aanzien verwerft. Zij wordt niet naar haar verhaal gevraagd; integendeel, men probeert haar juist in een te nauw, ‘Nederlands’ hokje te stoppen. Hedda voelt zich verraden, wat haar wrok en vuur verder voedt.
Hierin duidt Abdel Daoudi een interessante mix van conflicten in cultuur en gender, en hoe de ruimte die men krijgt om te ontplooien oneerlijk verdeeld is.

Op een feest barst bij Amir de bom. Na een dankwoord aan de gastheren valt zijn masker. Hij wijst deze witte heren op hun privileges en bespot hen. Het trekt als een schok door het gezelschap, dat direct terugvalt in het oorspronkelijke vooroordeel: een ongetemde leeuw, een onbekende dreiging, iemand waarvoor de politie moet worden gebeld.
In de climax, die wat lang op zich laat wachten, volgt een verwarrende nacht. Er gebeurt veel waarbij Hedda zelf uit de focus raakt, wat afleidend werkt voor de opbouw van haar persoonlijke conflict.
Hedda laat wrok de vrije loop
Wanneer Amirs manuscript bij Hedda belandt, laat zij haar wrok de vrije loop. Ze bespuugt het, vreet het en verbrandt uiteindelijk zijn belangrijkste bezit. Terwijl de overige personages zich na de fatale feestavond enkel nog zorgen lijken te maken over de toekomst van het boek, blijft Hedda eenzaam achter.

De mokerslag volgt wanneer blijkt dat Amir is overleden door haar eigen pistool, het wapen dat zij hem eerder gaf als aandenken, maar dat ook als dreigement fungeerde. Het laatste restant van wie zij ooit was, lijkt hiermee door haar eigen hand weggevaagd. Haar laatste stukje thuis is verdwenen en ze heeft daar zelf aan meegewerkt.

In deze bewerking van Hedda Gabler laten muziek, spel en tekst aan het publiek soms weinig ruimte voor eigen invulling. Het is een heldere voorstelling, maar helderheid kan ook leiden tot achteroverleunen van het publiek, in plaats van opwekken van nieuwsgierigheid.
‘Hedda’ door de Toneelschuur. Gezien op 20 februari 2026 in Breda bij het Chassé Theater. Gebaseerd op Hedda Gabler van Henrik Ibsen. Bewerking door Sarah Sluimer, regie door Abdel Daoudi. Gespeeld door Aiko Beemsterboer, Peter Blok, Nur Dabagh, Nanette Edens, Hajar Fargan en Thomas Höppener.
Onder andere te zien in Speelhuis in Helmond (24 februari) en de Verkadefabriek in Den Bosch (18 maart).
Beeld voorpagina > publiciteitsbeeld Hedda door Tengbeh Kamara
Hedda | Toneelschuur > meer info en volledige speellijst
Meer over de Toneelschuur op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026
