Toegankelijk boek over hoe kerk en overheid carnaval gekneed hebben

Column door JACE van de Ven

Met veel plezier tijdens de carnavalsdagen het boek van André van Voorst (1953), Het getal der zotten is oneindig, gelezen. Het gaat volgens uitgeverij Verloren ‘over de conflictueuze verhouding tussen enerzijds het volkse carnaval en anderzijds de religieuze en wereldlijke overheden’. De ondertitel luidt dan ook Kerk, overheid en carnaval van nieuwe naar moderne tijd, een favoriet onderwerp van mij. In mijn tijd bij het Brabants Dagblad en ook hier op de site Brabant Cultureel heb ik er met enige regelmaat over geschreven. Steeds was mijn conclusie min of meer dat carnaval, zoals wij het vieren in de postmoderne tijd, geen oorzaak meer heeft en dat het daarom niet anders kan zijn dan krachteloos, leeg en irrelevant.

Carnaval

Het lijkt of hier een carnavalshater aan het woord is, quod non. Ik heb juist altijd gezocht naar manieren om ons carnaval weer inhoud te geven. Maar tevergeefs. Eenmaal, nadat ik een lezing had mogen houden ter ere van vierenveertig jaar openbaar carnaval in Tilburg, kwam de Prins Carnaval van Gilze naar me toe en zei dat ze daar eens iets zouden uitproberen van wat ik had voorgesteld. Ik had, buiten een hoop andere aanpassingen, onder meer betoogd dat een moderne Raad van Elf er uit zou moeten zien als doorgeslagen yuppen in blauwe pakken of mantelpakjes, die haastig op en neer rennen terwijl ze op mobieltjes kijken. Steken met veren en pofbroeken ridiculiseren machthebbers van vijfhonderd jaar geleden, vond ik. Maar ook in Gilze hebben ze gewoon alles bij het oude gelaten.

Begeesterd door Herman Pleij

Mijn interesse in een inhoudelijke carnavalsviering begon nadat ik in 1979 voor Het Nieuwsblad van het Zuiden het proefschrift Het Gilde van de Blauwe Schuit van Herman Pleij had mogen recenseren. In dat boek legt Pleij uit dat de vijftiende-eeuwse tekst over het Gilde van de Blauwe Schuit geen reglement van een gilde is, maar een carnavalstekst, een parodie op de maatschappij van dat moment. Toen ik het las, raakte ik begeesterd. Carnaval kreeg plotseling inhoud.

Carnaval
Pieter van der Heyden, Die blau Schuyte, 1559. Beeld > Wikimedia Commons

In Het getal der zotten is oneindig komt André van Voorst ook al vlug terecht bij Het Gilde van de Blauwe Schuit. Hij begint zijn carnavalsgeschiedenis namelijk in de middeleeuwen, omdat lijnen tussen ons carnaval en vergelijkbare feesten in de oudheid moeilijker te trekken zijn. Een verstandige beslissing, al was het maar omdat de kerk ten tijde van de Germaanse joelfeesten of de Romeinse saturnalia nog geen rol speelde.

In de middeleeuwen was de kerk oppermachtig, zo machtig dat zij eenmaal per jaar op haar gerichte spotternij kon toestaan. Dat uitte zich in een soort humor waarin pies, poep, verkleedpartijen en seksueel getinte liedjes een hoofdrol speelden. Van Voorst wijst erop dat niet enkel de onderste lagen van de samenleving zo’n uitlaatklep nodig hadden: ‘De beroemde Anna Bijns dichtte niet alleen hartverscheurend en kritisch over de wereldse liefde en het huwelijk, maar ook over de zotheid en over stront en schetenwedstrijden tussen giebelende begijntjes.’

Carnaval had ventielfunctie

‘De Blauwe Schuit was een ironische metafoor voor een wereld die men juist niet wenste’, schrijft Van Voorst. ‘Het bejubelen van de zotheid moest één ding duidelijk maken: dit zijn de gevolgen als de mens blind de zotheid volgde. Carnaval had een ventielfunctie, even stoom afblazen om daarna weer braaf verder te gaan.’

Carnaval
De strijd tussen Vasten en Vastenavond, Pieter Bruegel de Oude. Op de voorgrond zien we de confrontatie tussen de ruw-feestelijke vastenavond en het ideaal van de vasten, de periode van onthouding tot Pasen. Links zien we ‘Heer Vastenavond’, omringd door mannen en vrouwen die doen wat zij het liefst doen: brallen en dansen, eten en drinken, minnen en plagen. Het tafereel rechts is een stuk ingetogener. Hier regeert ‘Vrouwe Vasten’ en zij predikt een leven dat uiteindelijk zal worden beloond met de hemel. Wie daar komen wil, kan zich maar beter houden aan een leven van vroomheid, boetvaardigheid, bidden en werken.’ Beeld > Wikimedia Commons. Het schilderij is ook afgebeeld in Het getal der zotten is oneindig, het bijschrift is van André van Voorst.

Er zijn carnavalsvierders die iets dergelijks tegenwoordig nog steeds beweren, maar ik geloof daar niet in. Er bestaan nauwelijks nog taboes in de maatschappij die je bestaan op normale dagen verstikken en wie houdt er nog rekening met wat de kerk verordonneert? De ventielfunctie van carnaval bestaat misschien alleen nog voor strebers in het bedrijfsleven. Voor hen zijn de carnavalsdagen een extra vakantie, maar die hadden ze natuurlijk ook skiënd kunnen doorbrengen.

Na de Middeleeuwen werd carnaval langzaamaan wat minder belangrijk, maar het verdween nooit helemaal, wel probeerden kerk en overheid het steeds meer in te kapselen. Een voorbeeld uit het boek van Van Voorst is een verbod uit 1565 in ’s-Hertogenbosch waarin het verboden werd om de stedelijke elite uit te schelden en in nagemaakte priesterkleding rond te lopen. Tja, jammer! Maar sinds het Concilie van Trente (1545-1563) waarin maatregelen werden genomen om de reformatie te bestrijden, mocht er in de katholieke kerk überhaupt niet meer gelachen worden. Net als de protestanten wisten de katholieken opeens met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat God dat niet wilde.

Carnavalsexcessen in Den Bosch

Die trend zette zich voort in de moderne tijd met dien verstande dat niet alleen kerk en overheid het carnaval een keurigheidscertificaat probeerden te geven, maar ook de gegoede burgerij. In Den Bosch bijvoorbeeld, richtte een aantal brave ingezetenen in 1882 een carnavalsvereniging op. ‘De hoop bestond’, schrijft Van Voorst, ‘dat een soortgelijke club carnavalsexcessen kon voorkomen.’ Carnavalsexcessen. Dat was kennelijk het ergste wat een stad kon overkomen.

Maar misschien ben ik te negatief, clubs als die van de Bossche bourgeoisie hebben er wel voor gezorgd dat het carnavalsbeest kon overleven tot in onze tijd, ook al had het dan geen klauwen meer. ‘De clerus zag met lede ogen aan hoe het carnaval zich feitelijk uitbreidde, nu het door de elite aanvaard werd’, schrijft Van Voorst. Misschien dat in steden als Tilburg, waar minder elite voorradig was, de acceptatie van carnaval daarom achterbleef. Tot in de jaren zestig van de vorige eeuw.

Carnavalsexcessen.
Dat was kennelijk het ergste wat een stad kon overkomen.

Van Voorst besteedt nogal wat aandacht aan de ontwikkeling van het carnaval in Tilburg en de gebedsoefeningen die de kerk tegen het feest in stelling bracht. Hij woont zelf in Tilburg, dat verklaart misschien die extra belangstelling. Anderzijds illustreert het op prima wijze de macht die kerk en overheid tot in de jaren zestig in Brabant hadden over wat vaak ‘het gewone volk’ wordt genoemd. Lees voor de precieze verwikkelingen zijn boek, ik heb volgens mij al eerder over deze zaken geschreven op deze site.

Laten we carnaval blijven vieren

Zoals gezegd heb ik Het getal der zotten is oneindig met plezier gelezen. Het is een verantwoord boek. De schrijver heeft gebruik gemaakt van wetenschappelijk onderzoek, maar ook van verhalen uit kranten en persoonlijke interviews. Samen met een prettige stijl van schrijven zorgt die aanpak ervoor dat zijn betoog lezenswaardig en toegankelijk is. Het grote aantal treffende foto’s van en hoe mensen carnaval beleven, gemaakt door zijn broer Bert van Voorst, zijn een welkom extra.

Carnaval
Eén van de vijftig foto’s van het carnaval in Tilburg door Bert van Voorst in Het getal der zotten is oneindig.

Ach, laten we carnaval blijven vieren, ook al hebben kerk en overheid voor ons bepaald hoe we dat mogen doen, en laten historici na ons beschrijven of onze wijze van carnavalsviering inmiddels onbetekenend is of niet.

André van Voorst is historicus en publiceerde in 2024, ook bij Verloren, Achter de heg. Begrafenisrituelen rond ongedoopte kinderen. Nu dus Het getal der zotten is oneindig, 188 pp., ISBN 9789464552171, pb., € 20,00.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *