Een herontdekking. Zo presenteert Museum Jan Cunen in Oss de tentoonstelling ‘Willem van Konijnenburg, vanuit chaos’. Van Konijnenburg (1868-1943) was in zijn tijd een bekend kunstenaar, maar hij werd na zijn dood snel vergeten. Ten onrechte, zo vertellen conservator Merel van den Nieuwenhof en verzamelaar Bas van de Klundert-van der Hof in een interview met Henk van Weert.
door Henk van Weert
Tijdgenoot Jan Toorop kom je nog overal in de Nederlandse musea tegen. Jan Sluijters ook, onder meer in de eerste vertrekken van Het Noordbrabants Museum. Maar Willem van Konijnenburg? Willem wie?

Merel van den Nieuwenhof stelde de expositie over hem in Museum Jan Cunen samen. “Een tijd geleden hadden we hier een tentoonstelling over Willem Witsen, een bekende kunstenaar in zijn tijd, rond de vorige eeuwwisseling, die volstrekt onbekend was bij het huidige grote publiek. We realiseerden ons toen dat er nog meer van die vergeten kunstenaars zijn. In onze collectie hebben we al lang een grote krijttekening, ‘Chaos’ genaamd, van Willem van Konijnenburg. Vanuit dat mooie, boeiende werk zijn we hem opnieuw gaan ontdekken. Samen met Bas van de Klundert-van der Hof, die een grote verzameling werken van Van Konijnenburg bezit, kwamen we tot deze expositie.”

Symbool voor de kunst
De fraaie tentoonstelling opent met een levensgrote foto van de kunstenaar. Een heer van stand. Zijn houding verraadt dat hij niet van de straat is. Op een voorpand van zijn deftig maatkostuum prijkt een bloem, symbool voor de kunst waar hij zijn hart aan had verpand.

Tilburger Bas van de Klundert-van der Hof bezit ongeveer zeventig werken van de Haagse kunstenaar. Hij heeft zich in de man verdiept. “Van Konijnenburg was een man van uitersten. Enerzijds bescheiden, anderzijds totaal niet. Hij kwam vaak niet zo sympathiek over, omdat hij erg overtuigd was van zichzelf en dat graag liet weten. Hij kwam uit een zeer goed milieu. Vader was een hoge ambtenaar, moeder een jonkvrouw met een oorsprong in Zuid-Limburg. Willem had een zachte, wat zangerige stem, waarschijnlijk door de invloed van zijn moeder. Al jong kreeg hij tekenles van moeder. Van haar had hij ook de hang naar Zuid-Limburg. Hij voelde zich gelukkig in Meerssen en omgeving en schilderde er vaak het Limburgse landschap.”
“Van Konijnenburg voelde zich ook goed thuis in het culturele milieu van Den Haag. Hij ging met veel mensen om. Met Tony Offermans – nog zo’n vergeten kunstenaar – vormde hij in die Haagse kringen een komisch duo. Hij kon een feestnummer zijn, maar hij was ook een strakke meneer, met zijn maatpakken. Een dandy. In zijn atelier zag hij er juist heel anders uit. Als hij schilderde droeg hij een monnikspij. Schilderen was een goddelijke roeping, vond hij. Hij zag zichzelf als priester van de kunst.”

Niet onverdienstelijk
Van Konijnenburg groeide op met het werk van schilders van de Haagse School. Hij begon zijn loopbaan met het schilderen en tekenen van landschappen. Die werken waren niet onverdienstelijk, maar hij boekte er geen artistieke en zakelijke triomfen mee.
Merel van den Nieuwenhof: “En dat zat hem erg dwars. Hij besloot om het radicaal anders aan te pakken. Dat was een rationele beslissing, waarop tien jaren volgden waarin hij het wiel opnieuw aan het uitvinden was. Hij begon zich te spiegelen aan de kunstenaars van de Italiaanse Renaissance. Niet om ze kopiëren, maar om een eigen, moderne kijk op die tijd te ontwikkelen. Het was echt een harde breuk met wat hij tot dan toe deed.”

In kunstenaarskringen kreeg hij de bijnaam Leonardo van de Lage Landen. “Hij slaagde erin om een eigen beeldtaal te ontwikkelen, met verbanden naar de Renaissance. Hij begon in zijn werken geometrische patronen te gebruiken, rasters en lijnen, waardoor ze een eigenheid kregen.” Zakelijk brak hij door toen hij in contact kwam met de grote kunstverzamelaar Frits van Kooten Kok.
Geen enkele economische drang
Bas van de Klundert-van der Hof: “Van Kooten Kok was een puissant rijke man die zijn fortuin had vergaard met handel in thee uit Indonesië. Via een van zijn leerlingen kwam Willem met hem in contact. Frits van Kooten Kok was gefascineerd door het werk van Willem. Hij kocht alles wat Van Konijnenburg maakte. Hij droeg ook ideeën aan, waar Van Konijnenburg mee aan de slag ging. Zo komt bijvoorbeeld het idee voor de schilderijen waarop vechtende reptielen en monsters te zien zijn bij de verzamelaar vandaan. Willem had door het contact met Van Kooten Kok geen enkele economische drang meer om zich verder te profileren. Gevolg was dat er ook geen handel meer was in zijn werk, of zeer beperkt.”

Merel van den Nieuwenhof: “De komst van deze verzamelaar was een zegen, maar ook een vloek. Hij had voortaan een goed jaarinkomen, maar hij werd ook veel minder zichtbaar.” Na de oorlog viel de collectie uiteen. De doeken en tekeningen kwamen terecht bij enkele musea – Kunstmuseum Den Haag en het Drents Museum – en een paar particulieren. Van de Klundert-van der Hof is een van die verzamelaars.


“Ik had als kind al veel interesse in kunst en verzamelen. Toen ik veertig werd, ben ik er serieus werk van gaan maken. Op een internetveiling stuitte ik op een tekening van een lezende vrouw die gemaakt bleek te zijn door Willem van Konijnenburg. Ik kende hem niet, maar ik heb de tekening gekocht. Dat was het begin van een collectie die nu ongeveer zeventig werken omvat. Verzamelen ging vrij gemakkelijk, omdat niemand naar Van Konijnenburg omkeek. Er was geen handel in. Ik heb dat nooit begrepen. Dat er nu hier een tentoonstelling gemaakt is, is voor mij de kroon op mijn werk.”
Een dynamisch tafereel
Pronkstuk van de expositie is de krijttekening ‘Chaos’. Het is een dynamisch tafereel. Menselijke figuren wervelen door elkaar heen en lijken elkaar te vertrappen. Lichaamsdelen en hoofden botsen tegen de omlijsting.

De nog altijd zo geliefde Jan Toorop was een goede kennis van de Hagenaar. Ze kwamen bij elkaar over de vloer. Van Konijnenburg kende ook Jan Sluijters. De contacten waren vooral zakelijk. Bas van de Klundert-van der Hof: “De ambitieuze Willem was misschien wat jaloers op Toorop. Die was in zijn tijd al echt een gevestigde naam en Willem vond dat hij daar ook recht op had.”

‘Willem van Konijnenburg. vanuit chaos’ is een gevarieerde expositie, waarin de Hagenaar als een veelzijdig kunstenaar naar voren komt. Er hangen ook werken van tijdgenoten en leerlingen van hem. Een van hen was een bijzondere pupil: koningin Wilhelmina. Het knetterde vaak tussen leraar en leerlinge. Wilhelmina wilde graag les in de traditie van de Haagse School, maar Van Konijnenburg vond de Haagse School passé en dus niet relevant voor de les. Na een jaar vond Wilhelmina het welletjes. Van haar is overigens niets te zien in Oss. Wilhelmina verbood in haar testament openbaarmaking van haar artistieke erfenis. Vele jaren later kwamen hun namen nog een paar keer samen. Van Konijnenburg ontwierp enkele postzegels met de beeltenis van de koningin.

‘Willem van Konijnenburg, vanuit chaos’, tot en met 7 juni 2026 in Museum Jan Cunen, Oss.

Lees ook op Brabant Cultureel: Sleutelfiguur Willem Witsen kon en wilde zelf niet stralen [2024]
© Brabant Cultureel 2026

in die tijd schilderde Jeanne Bieruma Oosting, (1898-1994) ook. Zij heeft les gehad van Willem van Konijneburg.
Een paar werkjes van haar zijn nu te zien op de zolder van het JCM.
Jolande Withuis heeft een biografie over Jeanne geschreven.” Geen tijd verliezen”.2021.Een aanrader!