Martins leidt de mannen terug naar de verboden poppenhoek

‘Ben ik mannelijk?’ is de nieuwe tentoonstelling in Het Noordbrabants Museum. Gastcurator Roberto Luis Martins onderzoekt wat mannelijkheid vroeger en nu inhoudt. Enerzijds krijgt de man klappen te verduren, omdat hij zich in allerlei opzichten niet kan inhouden. Aan de andere kant wordt hij opgezweept door types als vrouwenhater Andrew Tate.

door Henk van Weert

Het gebeurt niet zo vaak dat een Netflix-serie tot een tentoonstelling leidt. Nu wel. Een tijd terug bespraken de vrouwelijke conservatoren van Het Noordbrabants Museum in hun lunchpauze de bejubelde serie Adolescense waarin een dertienjarige jongen een meisje om het leven brengt. Zou het niet eens tijd zijn om de benarde positie van vrouwen in een expositie te verbeelden, vroegen zij zich af. Twee boterhammetjes verder was het perspectief veranderd. Zou het niet beter zijn om de positie van de jongen (de man) te belichten? Hij komt in de serie ook als slachtoffer naar voren: van oplaaiende vrouwenhaat en van de druk van sociale media om een echte man te zijn. Besloten werd om die tentoonstelling te maken en daarvoor een man aan te zoeken. De ster van Roberto Luis Martins (mode, video fotografie) als tentoonstellingsmaker is rijzende, dus waarom hij niet?

Roberto Luis Martins: nadenken over geërfde mannenconstructies. Foto > Evita Copier

Eigen poppenhoek uit groep twee

Meestal blijft de maker van een expositie als een onzichtbare architect op de achtergrond. Roberto Luis Martins niet. Hij stapt naar voren en maakt er een persoonlijk verhaal van. ‘Ben ik mannelijk?’ is als zijn eigen poppenhoek uit groep twee, maakt hij onomwonden duidelijk. “Als kind wilde ik de poppenhoek in. Spelen met Barbies. Maar ik durfde niet, als vijfjarige vreesde ik al het oordeel van andere jongetjes. Zo corrigeerde ik mijzelf en dat heb ik later vaker gedaan. Al die conflicten hebben tot mijn eigen kwetsbare verhaal geleid. Met deze tentoonstelling ga ik wel die poppenhoek in. Ik wil met bezoekers nadenken over al die constructies die wij als mannen geërfd hebben”, legt hij uit.

Bezoekers rond de boksring waarin de klassieke mannelijkheid wordt verbeeld. Foto > Evita Copier

Martins regisseert in ’s-Hertogenbosch dode en levende kunstenaars en komt tot een geheel dat over vijf delen – vijf zalen – is uitgesmeerd. Is dat een intellectualistische, hermetische gedachtenoefening geworden die voor de gemiddelde bezoeker vooral vaagheid oproept? Integendeel, Martins wordt heel concreet, geeft duidelijke voorbeelden van hoe hij naar het fenomeen man kijkt, stelt ook vragen, maar vermoeit de bezoeker niet met raadsels.

Vol frutsels en friemels

In de eerste zaal gaat het over het lichaam. De gastcurator kreeg vaak het verwijt dat hij als een meisje liep. In deze zaal, ‘The Body’, wordt het mannelijk lichaam gesublimeerd. Dit is het klassieke beeld van de man in een opperst mannelijke omgeving, een boksring voor kickboksers. De vormgeving is stoer en er draait een video over het ideaal van de gespierde man. We zien beelden van mannen die refereren aan de klassieke oudheid en kunstvoorwerpen die de man op een voetstuk plaatsen. Het museum heeft onder meer het bekende schilderij ‘De bokser Rolf’ (1918) van Jan Sluijters uit het depot gehaald.

Jan Sluijters, De bokser Rolf (1918). Collectie > HNBM.

De volgende zaal is een gigantische inloopkast geworden. Hier gaat het over mode. Martins trekt het harnas uit de zestiende eeuw door naar het zakenpak van nu en laat zien hoe mannenmode in de achttiende eeuw juist vol frutsels en friemels zat die wij nu als typisch vrouwelijk zouden zien. Pas na de Franse Revolutie werd mannenkleding zakelijker.

Bezoeker bij mannenkleding en Gucci-mannenpetten. Foto > Evita Copier

Ooit geweten dat in vroeger jaren roze bij uitstek de mannenkleur was en blauw juist de kleur van meisjes? De Amerikaanse presidentsvrouwen Eleanor Roosevelt en Jacky Kennedy draaiden die kleuren om en sindsdien weten we niet beter dan dat roze bij meisjesbaby’s past en blauw bij jongens.

Een beeld voor alle mannentranen

Het hart van de expositie is een nagebouwde barbershop, waarin vijf Brabantse mannen hun verhalen over mannelijkheid vertellen aan de mannen die hen knippen. Wat vooral blijft hangen is het verhaal van de man met een buitenlandse vader. Die vader trekt zich bij het afscheid telkens terug in een kamertje om stilletjes te huilen, in plaats van dat hij huilt in de nabijheid van zijn zoon. Achter de kapperszaak staat een installatie van OTION en Luthfi Darwis die uitblinkt in eenvoud en expressie. Op video’s is het oneindig klotsen van water te zien, een beeld voor alle mannentranen die nooit vergoten zijn. Klaagliederen vergezellen die beelden.

Bezoekers luisteren in de barbershop naar verhalen van Brabantse mannen over mannelijkheid. Foto > Evita Copier
Worstelaars in de video van Bart Hess.

Nog zo’n krachtig onderdeel van de tentoonstelling is de video van de Eindhovense kunstenaar en ontwerper Bart Hess. Twee bijna naakte worstelaars vechten met elkaar om snoepjes die op hun lichamen zijn geplakt. Wie het eerst de snoepjes van de ander bemachtigt, heeft gewonnen. Een keihard, gemeen gevecht om een zachte, zoete prijs. De subtiele toon van Hess blijft wel even hangen. De expositie sluit af met zaal ‘The Liberation’ die je mag zien als een soort vuurwerk in de poppenhoek van Roberto Luis Martins. Alle taboes zijn weg, de man doet alles wat zijn gevoel hem ingeeft.

Slotzaal ‘The Liberation’. Foto > Evita Copier

‘Ben ik mannelijk?’, samengesteld door Roberto Luis Martins, tot en met 14 juni 2026 in Het Noordbrabants Museum, ’s-Hertogenbosch. Met bijdragen van onder andere vormgevers van Maison The Faux, Bart Hess, Tess van Zalinge, Chris Rijk, OTION/Luthfi Darwis, Coco Olakunle en Jan Sluijters.

Video van niet vergoten mannentranen > OTION/Luthfi Darwis.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *