Met de tentoonstelling ‘Haus of fibre’ wil het TextielMuseum in Tilburg het verhaal vertellen over de rol die textiel speelt in het werk van kunstenaars uit de LHBTQIA+ gemeenschap in de zoektocht naar persoonlijke identiteit, in het vormen van gemeenschappen en in het verzet tegen gevestigde normen.
door Corien Ligtenberg

Het ‘Van Dale groot woordenboek van de Nederlandse taal’ definieert een huis niet alleen als ‘bouwwerk of bouwsel dat tot woning voor mensen dient of geschikt is’, maar ook als ‘(met betr. tot de bewoners) iemands woning (zonder dat bepaaldelijk aan een gebouw wordt gedacht)’. Met andere woorden: je huis is waar je je thuis voelt. De expositie ‘Haus of fibre’ in het TextielMuseum verbeeldt zo’n huis.
Het ‘Haus’ in de titel van de tentoonstelling verwijst naar de ballroom houses die in de jaren 1970/’80 ontstonden in Harlem, New York. Een subcultuur rond dans en mode waarbinnen queer mensen zich vaak verenigden in ‘huizen’ – een gekozen (alternatieve) familie. Daarbij stonden veiligheid, verdraagzaamheid en acceptatie centraal. Grote modehuizen vormden de inspiratie voor de balls die de huizen hielden, vandaar de benaming ‘Haus’ of ‘House’.
Een traject van co-creatie
‘Haus of fibre’ is het resultaat van een traject van co-creatie waarbij het idee was dat het verhaal het best kan worden verteld door queer kunstenaars zelf (met ‘queer’ gedefinieerd als verzamelterm voor mensen die niet in de hokjes ‘hetero’ of ‘cisgender’ passen). Na een open call waarop vijfenzeventig reacties kwamen, nodigde het museum daarom de kunstenaars Nixie Van Laere, Célio Braga, Chathuri Nissansala en Yamuna Forzani uit om de tentoonstelling mede vorm te geven. Het viertal heeft onder meer meegedacht over de verhaallijn en de boodschap van de tentoonstelling en suggesties gedaan voor kunstenaars en makers die er interessant voor waren. Het resultaat: een queer ‘huis’.

De relatie tussen textielkunst en queerness schuilt volgens de samenstellers van de tentoonstelling vooral in het zelfgemaakte. Uit de tentoonstellingstekst: ‘Een queer huis is veranderlijk en wordt actief bevochten en aan elkaar gehaakt. Het is een ontmoetingsplek waar vriendschappen en families op eigen wijze ontstaan, als een quilt van bestaande stoffen die samen een nieuw patroon vormen.’



De tentoonstellingsruimtes zijn voor de gelegenheid omgedoopt tot woonkamer, keuken, badkamer, slaapkamer en tuin. Elk staat voor thema’s die voor veel LHBTQIA+ mensen spelen. Deze inrichting is ingegeven door hoe queer mensen vaak hun eigen plek en (alternatieve) familie moeten creëren om hun leven te kunnen leven buiten de kaders van het ‘klassieke’ gezin.
It takes a village
De entree van de tentoonstelling begint met een sterk beeld. Wandkleed ‘It takes a village’ van Yamuna Forzani toont een groep queer mensen, krachtig en verbonden, in een haast klassieke compositie. Het verbeeldt de kunstenaar als lid van Kiki House of Angels, onderdeel van de ballroomcultuur, omringd door haar gekozen familie.
Studio Paul & Haiko onderzoekt hoe de geschiedenis door een queer lens is te herschrijven. Op de quilt ‘I was born from an ocean of my mother’s skirts’ krijgt Paul, centraal in beeld als de Venus van Botticelli, van zijn moeder een jurk aangereikt.
Woonkamer
In de knusse woonkamer, de plek waar je vrienden en (zelfgekozen) familie ontvangt, staat een comfortabele bank, een sofa en er hangt een wandkleed aan de muur: ‘Familieportret’ van Nixie Van Laere. Het verbeeldt het gezin van de kunstenaar: zijzelf, diens partner en hun dochter. Een sterretje op de buik van de partner staat symbool voor het kindje dat op komst is. Het werk is een eerbetoon aan relaties die afwijken van het standaard kerngezin.

Ertegenover hangt het borduurwerk ‘Christus’ Hemelvaart’ van Christine en Adrianus van Zeegen (1915) uit de eigen collectie van het museum. Verbeeldt het Christus aan het kruis? Of is het een lelie, of een orchidee, als symbool voor vrouwelijkheid en seksualiteit? Het beeld roept associaties op met fallus en vulva. ‘Silent Secrets’, een handgeknoopt wollen vloerkleed van modeontwerper Walter van Beirendonck, toont de naakte ‘Walterman’, een figuur dat hij vaker in zijn werk gebruikt.
Keuken
In de keuken staat centraal hoe queerness een mengelmoes vormt met andere vormen van identiteit. Het tafelkleed van Manon van Kouswijk met geborduurde vlekken van wijnglazen op de keukentafel is als een blijvende herinnering aan een maaltijd met vrienden. Op tafel staat een ‘artistiek maal’, verschillende kunstwerken die een relatie hebben met het menselijk lichaam.
Uitgangspunt in het werk van Dakota Magdalena Mokhammad is de zoektocht naar identiteit. Haar wandtapijt ‘Theys Архангел’ toont een aartsengel (Архангел in het Russisch), ‘een beschermer die “binaire” genderindeling overstijgt’, met een geschokte uitdrukking op het gezicht. Het werk is een aanklacht tegen het geweld dat transpersonen op veel plekken ondervinden.
Badkamer
De badkamer is de plek die alle ruimte biedt voor emoties. Een plek waar je met jezelf wordt geconfronteerd – in de spiegel moet je jezelf wel aankijken. Voor Nixie Van Laere is het ook de plek waar je je klaarmaakt om uit te gaan, experimenteert met je uiterlijk of de medicijnen voor je transitie inneemt. In ‘Drieluik in blauw’, drie ‘filmshots’, onderzoekt Van Laere hoe het is om afhankelijk te zijn van die medicijnen.

Slaapkamer
In films is de slaapkamer vaak het decor van romantische (meestal heteroseksuele) liefde. Deze queer slaapkamer heeft meer gezichten. Hier hangt de quilt uit 1997 van de HIV-vereniging Brabant, onderdeel van het NAMENproject Nederland, ter nagedachtenis aan de aidsslachtoffers uit de regio. Met het bed ‘Stand up and deliver’ verwijst Anneke Wildeman naar de seksualisering van vrouwen in de media. Uit een collage van erotische plaatjes zijn ruiten gesneden waar het satijnen beddengoed als vulva’s doorheen piept. Wildeman wil met het werk onderzoeken waar de grens ligt tussen lust en intimiteit.

Tuin
De tuin wordt beschouwd als een plek waar mens en natuur, maar ook dromen, samenkomen. Voor queer kunstenaars is het vaak een metafoor voor een alternatieve wereld waarin queer mensen volledig tot bloei kunnen komen. Zowel in het tentoongestelde werk van Aimée Phillips, ‘een queer orgie van menselijke, dierlijke en plantaardige seksuele organen’, als in het aaibare, kleurrijke ‘landschap’ van melanie bonajo & Théo Demans zijn seksualiteit, intimiteit en erotiek in de breedste zin van het woord het uitgangspunt. Lize Maekelberg schept met haar vilten ‘Speelweide, Tuin’ een zacht fantasielandschap als tegenhanger van de soms grimmige realiteit.

‘Haus of fibre’, tot en met 15 maart 2026 in het TextielMuseum, Tilburg.
Beeld voorpagina > Damien Ajavon, Sérénade Enchantée – Mélodie de refuge. Foto > Josefina Eikenaar / TextielMuseum
Meer over het TextielMuseum op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026



