poëzie door Carina van der Walt •
vreemde eend in de bijt
bij de woorden
eend in de bijt
kan ik me niks
voorstellen
een eend is te lomp
heeft geen gehemelte
of wél – maar
het gehemelte
wordt beschermd
door een eendenbek
het klopt niet
met ’n vis wat byt
voor aan ’n visstok
aan de vislijn
gestroomlijnd
voor de vangst
met een haak
door het gehemelte
dus verzin ik een hok
van hout & gaasdraad
met een open valdeur
een stukje aas achterin
verstopt aan de oever
van een sloot
hoe moest ik weten
dat een bijt een wak is
in het ijs?… het íjs!
vreemd val ik op
tussen gelijkgestemde
eenden – maar bijten?
normaal bijt ik niet
dat is weer iets anders
ik ben geen prooi
noch jager noch visser
toch jaag ik op &
vis ik naar betekenis
achter de woorden
van vreemde mede-eenden
Carina van der Walt (Welkom, ZA) kwam voor haar studie Afrikaanse en Nederlandse Letterkunde in 2003 naar Nederland en woont sinds 2007 in Tilburg. Zij debuteerde in 2025 als dichter in Nederland met ‘Amalgaam’, een tweetalige bundel samen met Willy Martin, en in 2021 in Zuid-Afrika met ‘Landluisteraar’. Die laatste bundel is een verlengstuk van haar boek ‘Stilspraak’ (2020) over de ‘land art’ van Strijdom van der Merwe. Van der Walts gedichten verschenen in bloemlezingen, literaire tijdschriften en webmagazines. Zij is lid van de redactie van Brabant Cultureel. Dit gedicht verschijnt ter gelegenheid van de Poëzieweek 2026.
Beeld voorpagina > Laten we ons niet van de domme houden; de vreemde eend is een gans geworden. Beeldmanipulatie > Hans Lodewijkx
@ Brabant Cultureel 2026

wat mogen wij, Nederlandstaligen, ons gelukkig prijzen dat er vreemde eenden zoals jij, Carina, in onze bijt te vinden zijn; ze ons laten ons, vrolijk en welgezind, eindelijk zien wat er altijd al was, verstopt achter de woorden