Janáčeks Sluwe Vosje voor jong en oud en verstaanbaar voor iedereen

De Nederlandse Reisopera presenteert Janáčeks Sluwe Vosje in een Nederlandse vertaling van Jibbe Willems. De vertaler/bewerker legt uit hoe hij te werk is gegaan. Een knappe prestatie zonder Tsjechisch te kennen, maar met een diepgaande analyse van de tekst en nauwe samenwerking met de uitvoerders.

door Camiel Hamans scènefoto’s > Marco Borggreve

Jibbe Willems

Opera en verstaanbaarheid zijn geenszins synoniem. En dat wordt nog erger als de tekst in een taal is die de bezoeker niet voldoende meester is. In het geval van Janáčeks Příhody Lišky Bystroušky is de kans zo goed als uitgesloten dat een Nederlands publiek, zonder boventiteling, ook maar iets van het verhaal kan volgen. Het verhaal is namelijk in het Tsjechisch. Omdat de Nederlandse Reisopera dit sprookje toegankelijk wil maken voor een publiek van tien jaar en ouder, is daarom gekozen voor een vertaling in het Nederlands. Jibbe Willems tekent hiervoor.

Leoš Janáček (1854-1928). Het Sluwe Vosje schreef en componeerde hij in 1924. Karakteristiek is de wijze waarop hij zijn melodieën synchroon laat lopen met het ritme en de intonatie van het Tsjechisch zoals dat gesproken wordt: de ‘spraakmelodie’.

Een veel breder terrein

Willems, acteur van opleiding, heeft al vaker voor de Reisopera gewerkt. Een jaar of vijf geleden bewerkte hij Humperdincks Hans en Grietje-verhaal tot een campingopera en vorig seizoen leverde hij de tekst voor een musical over de geschiedenis van Enschede. Hij bestrijkt een veel breder terrein: hij schrijft toneelstukken, libretti voor opera’s, levert teksten voor jeugdtheater en is huisschrijver bij Toneelgroep Maastricht.

Vertalen is meer dan de ene taal in de andere overzetten.
Het gaat om keuzes maken.

“Ik heb geen een op een vertaling gemaakt”, legt Jibbe Willems uit. Dat zou ook niet gekund hebben, want hij spreekt geen Tsjechisch. “Ik heb wel eens Russisch en Oekraïens geprobeerd via een Duolingo-cursus, maar Tsjechisch niet. Maar vertalen is ook meer dan de ene taal in de andere overzetten. Het gaat om keuzes maken. Welke betekenis wil je communiceren? Als je vertaalt, ga je diep in de tekst, je onderzoekt de wereld die erin beschreven wordt en je kijkt hoe andere schrijvers werken. Ik ken natuurlijk het verhaal van Het Sluwe Vosje. Naast de Tsjechische tekst en vooral de muziek, heb ik een aantal vertalingen tot mijn beschikking. In dit geval twee Engelse, twee Duitse en een Franse. Soms vind je in een cd-boekje er nog een. Die bekijk je allemaal en gebruik je ook. Plus dat je natuurlijk woordenboeken hebt.”

Het Sluwe Vosje wordt gespeeld en gezongen door Laetitia Gerards. Hier het kostuumontwerp van Sarah Mittenbühler en Gerards in het decor, een ontwerp van Sebastian Hannak.

Kloppen met de muziek

“Ik maak een theatrale vertaling. Dat is iets anders dan een letterlijke of een zakelijke. Mijn verhaal moet werken op de bühne en moet kloppen met de muziek. Dat is het allerlastigste. Tsjechisch en Nederlands zijn heel andere talen. In het Tsjechisch ligt de klemtoon bijna altijd op de eerste lettergreep. In het Nederlands wisselt dat veel meer. Bovendien is de volgorde van woorden in een zin anders. Het Tsjechisch heeft naamvallen en dat betekent dat de woordvolgorde veel vrijer kan zijn.”

Het Sluwe Vosje, de haan en de kippen.

“In sommige Duitse en Engelse vertalingen zag ik dat er gesmokkeld werd met het aantal lettergrepen. Waar het Tsjechisch er bijvoorbeeld twaalf of vijftien had, die allemaal op een eigen noot gezongen worden, stonden er in de vertaling maar acht. Dan verlies je veel van de springerigheid van het Tsjechisch. Dat mag niet, want dan verliest het sprookje veel van zijn onverwachtheid, van zijn levendigheid. Ik wil de tekst met eerbied voor Janáček op muziek overbrengen aan een Nederlands publiek.”

Regel voor regel, zin voor zin

“Als ik begin, heb ik de cd van de opera de hele tijd opstaan. Ik luister totdat ik de tekst, in het Tsjechisch in mezelf mee kan zingen. Ik bekijk de partituur en ga lettergrepen tellen en de tekst fonetisch uitschrijven, zodat ik precies weet waar welke nadruk valt. Dat doe ik regel voor regel, zin voor zin. Vervolgens begin ik blokje voor blokje, claus voor claus te vertalen. Voorlopig te vertalen, wat het ongeveer moet zijn. Dan komt het fijnslijpen. Ordenen, herordenen. Waar ik assonanties en alliteraties verlies, omdat die in het Nederlands nu eenmaal anders liggen dan in het Tsjechisch, probeer ik rijm in te brengen. In totaal heb ik meer rijm dan Janáček.”

Laetitia Gerards en Huub Claessens als hond (boven) en als stroper.

“Dan ga ik alles weer na, lettergreep voor lettergreep. Ik zing de hele tekst, steeds opnieuw. Klopt het, is het goed, communiceert het wat het moet communiceren. Dan weer opnieuw. Vervolgens loop ik met de dirigent de tekst na. Klopt het muzikaal, komen mijn klemtonen overeen met zijn accenten. Vanzelfsprekend moet er dan weer van alles veranderd worden, stellen we varianten voor en wijzen we daar toch weer een deel van af.”

Welk taalregister

“Ik vertaal zowel op vorm als op inhoud en de taal mag absoluut niet geforceerd zijn, gewoon Nederlands. Soms ben ik wel een halve dag bezig met een zin. Ondertussen vraag ik me natuurlijk ook af wat voor een karakter een bepaalde persoon, in dit geval een bepaald dier heeft. Welk taalregister hoort daarbij. In welke situaties treffen de figuren elkaar en welke taal past daarbij.”

“Ook overleg ik met de regisseur. Hoe hij het stuk ziet, bepaalt ook weer mede de taal. In dit geval was het helemaal van belang, want voor regisseur Rennik-Jan Neggers gaat het verhaal van het sluwe vosje over de vraag hoe we als mens omgaan met de natuur. Daarom heeft hij het eind aangepast en daar moest ik natuurlijk ook rekening mee houden. Hij wilde bijvoorbeeld soms ook dat ik een scherper woord koos of een uitdrukking die duidelijker het karakter aangeeft van het dier dat aan het woord is.”

Beste resultaat

“Het heeft me zo’n half jaar gekost voordat ik met de vertaling naar buiten kon komen. Toen hebben we, lang voordat de repetities begonnen, een eerste lezing met de zangers gehad. Zij hebben toen met pianobegeleiding de tekst doorgenomen. Daar zijn ook weer suggesties uit naar voren gekomen. Woorden die beter pasten bij het karakter of die beter zingbaar zijn. Ook tijdens de repetities zijn er af en toe nog verzoeken gekomen om iets aan te passen. Ik vind dat fijn. Op die manier kom je samen tot het beste resultaat.”

De Boswachter (Jasper Leever) in confrontatie met het Sluwe Vosje

Nederlandse Reisopera: Leoš Janáček Het Sluwe Vosje, met onder meer Laetitia Gerards, Mark Omvlee, Martijn Sanders en Huub Claessens. Phion onder leiding van Pieter-Jelle de Boer.

Voorstelling zonder pauze (duur één uur en 45 minuten) geschikt voor een publiek vanaf 10+
29 januari > Theater aan de Parade Den Bosch 20.00 uur
10 februari > Parktheater Eindhoven 20.00 uur

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *