In het Design Museum Den Bosch is een expositie te zien met en over het werk van de Duitse architect Mahmoud Bodo Rasch. Na zich tot de islam te hebben bekeerd, kon hij mooie opdrachten uitvoeren in de voor moslims heilige steden Mekka en Medina. De tentoonstelling is stijlvol en het werk is mooi, maar iets meer distantie had gepast.
door Lauran Toorians
Wie moslim is, moet als zijn of haar financiën en gezondheid het toelaten tenminste éénmaal als pelgrim naar Mekka. Die pelgrimage – hadj in het Arabisch – vindt plaats in de laatste maand van de islamitische kalender en dus, net als de ramadan, steeds op een ander tijdstip in de (Gregoriaanse) kalender die we dagelijks hanteren. In 2026 zal dat zijn van de avond van zondag 24 tot en met vrijdag 29 mei. In die korte periode zullen een kleine twee miljoen moslims zich in Mekka verzamelen en daar via een vast patroon op diverse plekken in en nabij die stad rituelen uitvoeren. Veel pelgrims bezoeken dan ook nog Medina, de geboortestad van Mohammed. Het zal duidelijk zijn dat dit enorme logistieke problemen met zich meebrengt.
Een grote verantwoordelijkheid
Twee miljoen mensen die gedurende iets minder dan een week allemaal op dezelfde plaatsen en min of meer tegelijkertijd hetzelfde willen doen in een woestijn waar de temperatuur overdag gemakkelijk oploopt tot boven de veertig graden Celsius. Dat is geen sinecure en een grote verantwoordelijkheid voor de hoeder van de heilige plaatsen, het Saoedische koningshuis. Dat pelgrims tijdens de hadj omkomen, is niet ongewoon. Onder twee miljoen mensen zijn er tijdens een week vanzelfsprekend natuurlijke overlijdens, maar mensen raken ook bevangen door de hitte of worden – in extreme gevallen – vertrapt of doodgedrukt in de menigte. Bovendien vormden hygiëne en de verkeerschaos in Mekka lang een probleem.

Om hieraan tegemoet te komen, is enorm veel werk verzet, met als ‘bijkomende schade’ dat van het oude Mekka weinig is overgebleven. De oude stad moest ruimte maken voor moderne hotels en andere faciliteiten en het stratenplan werd grondig gemoderniseerd. Daarbij werd de hulp ingeroepen van ingenieurs en architecten van buiten. Eén daarvan was de Duitse architect Frei Otto (1925-2019) die was gespecialiseerd in lichtgewicht overspanningen en daarmee onder meer naam had gemaakt met de bouw van het Olympisch Stadion in München in 1972.

Otto had een leerling en volgeling in Bodo Rasch (1943) die als architect een tijd werkte in de Verenigde Staten en daar bevriend raakte met de Saoedische architect Sami Angawi (1948). Deze vriendschap, Rasch’ al langer bestaande belangstelling voor religies en spiritualiteit en de mogelijkheid op grote schaal te kunnen werken in Mekka, deden hem besluiten moslim te worden. Als Dr. Mahmoud Bodo Rasch kon hij aan de slag om de fysieke omgeving van de hadj bij de tijd te brengen.
Veilig en zonder overbodige obstakels
De belangrijkste opgave was uiteraard om te zorgen dat moderne pelgrims de hadj op een veilige manier en zonder overbodige obstakels – zoals een verkeersinfarct – kunnen volbrengen. Rasch, Angawi en Otto werkten hierin samen, maar uiteindelijk lijkt het totale project toch vooral een Rasch-project geworden. Dat is althans wat de tentoonstelling in het Design Museum suggereert. Dat geld nauwelijks een rol speelde, zal bij de heilige plaatsen in Saoedi-Arabië geen toelichting behoeven. Wat wel een rol speelt is dat ook de Saoedi’s begrijpen dat olie geen eeuwig vloeiende bron van inkomsten is en dat pelgrimages en toerisme daarom steeds belangrijker worden.

Het eerste grote project was de enorme tentenstad waar de pelgrims enkele nachten buiten Mekka in de woestijn doorbrengen. Daar zijn nu dus gedurende die korte tijd voor zo’n twee miljoen mensen tenten die veilig onderdak bieden, voldoende schoon drinkwater en sanitaire voorzieningen. De plannen hiervoor waren al gereed in 1980, maar tot uitvoering kwam het pas nadat in 1997 bij een grote brand driehonderdveertig pelgrims omkwamen.
Experimenteren met zeepbellen
De mooi vormgegeven tentoonstelling in het Design Museum Den Bosch biedt een overzicht van het werk van Mahmoud Bodo Rasch, van zijn leerjaren bij Frei Otto tot nu en met een accent op zijn projecten in Arabië. Met veel maquettes, foto’s, tekeningen en een videogesprek krijgt de bezoeker inzicht in het werk. Er is aandacht voor de religieuze context en er is een hoek waarin kinderen (en volwassenen) kunnen experimenteren met zeepbellen die het principe van de grote overspanningen inzichtelijk maken.



In Medina voorzag Rasch de grote Moskee van de Profeet (Al-Masjid al Nabawī) van grote verschuifbare koepels, ongeveer zoals de afsluitbare daken van sportstadions, en een reeks ingenieuze en enorm grote parasols die op het grote binnenplein verkoeling bieden. Vooral die parasols zijn indrukwekkend. In de tentoonstelling is er een model en videobeelden tonen het openen en sluiten en laten zien hoe effectief deze ingreep is die mooi de bestaande architectuur intact laat.

Zeven wolkenkrabbers
In de hal van het museum staat een groot model van het bovenste stuk – met klok – van het enorme hotelcomplex dat Rasch in Mekka bouwde, de Abrāj as-Sā’aẗ (Torens van de klok). Het complex omvat zeven wolkenkrabbers waarvan de middelste behoort tot de hoogste vrijstaande gebouwen ter wereld met bovenin een klok à la Big Ben met daarbovenop een spits met een enorme halve maan. Het complex staat op de plaats van het achttiende-eeuwse Ottomaanse Ajyad Fort dat begin 2002 in minder dan tien dagen compleet werd gesloopt. Uiteraard leidde dat in de wereld – en vooral in Turkije – tot protest, maar daarover geen woord in de tentoonstelling.
De tentoonstelling oogt mooi en het werk van Rasch is indrukwekkend, maar hier en daar lijkt het ook erg op de reclame voor een architectenbureau die ook op een beurs had kunnen staan. Er is wel enige aandacht voor de islam als religie, maar de schijnbare achteloosheid waarmee cultureel erfgoed werd en wordt gesloopt had best een kritische noot mogen krijgen. Het enige wat – zonder kritische noot – in die richting wijst, zijn enkele foto’s die de Egyptische ingenieur Muhammad Sadiq Bey in 1880 in Mekka maakte. Die hangen in een nauwe doorgang en met de opmerking ‘verboden te fotograferen’, wat vreemd is, want deze foto’s zijn al lang in het publieke domein.

Jammer ook dat hier niet de Nederlandse arabist Christiaan Snouck Hurgronje wordt genoemd. Die bezocht en fotografeerde Mekka in 1885 en werkte daar toen samen met Sadiq Bey. Alle teksten in de tentoonstelling zijn in het Nederlands, Engels en Arabisch. Gezien het aanwezige publiek had daar best ook nog Turks bij gemogen.

‘Van Bauhaus naar Mekka’, tot en met 6 april 2026 in het Design Museum Den Bosch.
Meer over het Design Museum Den Bosch op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026



Deze tentoonstelling pretendeert een link te leggen met het Bauhaus, maar dat hoofdstuk is niet verzorgd door dr. Bodo Rasch, maar door dr. Rasch senior en Heinz Rasch. Soortgelijke grote paraplu-ontwerpen werden eerder getoond in het TextielMuseum Tilburg en de overgang naar het klassiek vormgegeven deel van deze expo met uitleg over Islam en religie heeft niets uit te staan met het functionele denken van het Bauhaus. De enige succesvolle religieuze beweging in het Bauhaus was overigens de kring rond Johannes Itten. De vermaarde museumdirecteur Willem Sandberg was een beoefenaar van Ittens Mazdanan. Van Bauhaus naar Mekka-tentoonstelling, dagelijks geplugd op NPO Klassiek, veegt van alles bijeen. Dat lijkt dan weer de signatuur van het Museum te zijn geworden. Het museum werd eerder daarop aangesproken door het historisch tijdschrift van de UvA tijdens de Derde Rijk Design expo. En wonderlijk vond ik ook om de ontwerpen van de orthodoxe katholiek Pierre Cuypers , zonder religieus bijschrift, op de Gothic tentoonstelling in het museum te zien. Maar waarom niet, de Efteling doet het toch ook in zijn attractie Danse Macabre..? Gothic schijnbaar als legitiem vermaakspodium. Why not? Maar moeten kunsthistorici daar niet in zeven en sorteren, niet uitleggen en doceren? In plaats van voor suggestieve connotaties te gaan?