Poëzie door Herman Coenen •
Oude winter
Hoe je weer blanco
als dit alles, jij de zetter
van de eerste stappen
in het zacht knerpende
niets draag je
enkel het warme van de nacht
waaruit je nog maar net
bent gekomen, kind
van dit ochtendwit
het zachtblauw porselein
van de hemel, overal
ritselen verborgen vogels.
Epifanie
Een enkel woord
drupt nog na, gesmolten kristal
met het heldere van oorsprong
verder stilte,
ademend wit, zacht bewegen
van besneeuwde takken
wat nu naar voren treedt
behoeden.
Toestand
Wentelingen dwarrelingen wit
op wit in wit onder allesdoordringend
grijs boomwaaiers allengs vervagend
donkere schim vogel valt
huizen gebogen in zich
denkend donkere ramen
ga je de weg op
zou je het wel doen het aanbeden
vehikel komt hortend tot stilstand
heer der schepping
rolt sneeuwman met wortelneus
heden speelkwartier.
Sprong
De sprong maken, door de dichte
weefsels van woorden heen
die hier alles benevelen
met hun gedachtenvallen
jezelf lanceren naar het ijle blauw
dat boven de besneeuwde bomen
de witte wolkenflarden
licht verzamelt
uit andere regionen, zet een ladder
tegen je huis, klim, adem
de vrieslucht in
en luister.

Herman Coenen (1946) is socioloog en oud-hoogleraar van de Universiteit voor Humanistiek (Utrecht) en woont in Tilburg. Hij publiceerde eerder gedichten en korte verhalen in literaire tijdschriften, op Brabant Cultureel, in eigen bundels en op cd.
Foto’s > Gwen Kriekaard
Lees meer van Herman Coenen op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026
