Andrew Watts, leider van het Bossche zangconcours International Vocal Competetion (IVC), breidt de activiteiten van zijn organisatie uit. Niet meer alleen een concours en zangavonden in de stad, maar ook muziekeducatie voor aankomende generaties.
door Camiel Hamans • beeld > IVC
Opera is meer dan een hoge C in een prachtig uitgelicht decor op een onbereikbaar boven de orkestbak oprijzende bühne in een theater vol vlinderdasjes en blote ruggen. Opera is ook plezier en iets om zelf te doen. Daarom doen de drie gesubsidieerde operahuizen in Nederland aan scholen- en buurtprojecten waarin kinderen en volwassenen zelf leren zingen en dansen, zelf kostuums en rekwisieten mogen maken en zich in een voorstelling aan ouders en buurtgenoten kunnen laten zien.

Muziekeducatie uit de scholen verdreven
Zeker nu muziekeducatie door het landelijk onderwijsbeleid zo goed als uit de scholen is verdreven en gemeentelijke muziekscholen vanwege eeuwige bezuinigingen afdelingen moeten sluiten en voor de resterende lessen steeds hogere tarieven moeten berekenen, voelen de Nederlandse orkesten en operagezelschappen meer en meer de noodzaak zelf jeugd en andere publieksgroepen voor wie theater en concertzaal geen vertrouwde omgeving is, kennis te laten maken met de creatieve kracht die van muziek uitgaat.

Ook het IVC doet dit nu, ook al blijft de hoofddoelstelling van dit Bossche concours om professionele klassieke zangers te ondersteunen aan het begin van hun carrière. “Breng je opera en klassieke muziek niet naar de klas”, stelt artistiek leider van het IVC Andrew Watts, “dan verliezen volgende generaties het contact met deze muziek en leren ze dus niet genieten van de rijke muzikale traditie.”
Opwindend en tegelijk ontspannend
Eind november van dit jaar presenteerden bovenbouwleerlingen van de Vrije School de Driestroom in ’s-Hertogenbosch en van basisschool Het Molenven in Vught het resultaat van vijf operaworkshops gegeven door deelnemers en winnaars van eerdere IVC’s. Onder de noemer ‘Music Pathways’ lieten zij de kinderen ervaren hoe opwindend en tegelijk ontspannend opera kan zijn. De leerlingen deden niet alleen ademhalingsoefeningen en kregen zangles, maar maakten ook zelf het decor, leerden acteren en mochten dirigeren.


Mozarts ‘Toverfluit’ stond centraal tijdens de workshop en de presentatie. Twee scènes werden uitgevoerd. In de eerste draaide het om Papageno, die zijn beroep indachtig door de kinderen gefröbelde vogels probeerde te vangen, in de tweede scène was prins Tamino de belangrijkste figuur. Hij gaat de strijd aan met een levensgevaarlijke slang. De leerlingen speelden zowel de prins als de vervaarlijk kronkelende slang, waardoor niet alleen Mozarts meesterwerk tot leven kwam, maar de uitvoerende kinderen meteen konden ervaren wat het is om zelf een van de spelers in een opera te zijn.

Meer over IVC op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2026
