August Tholen is geen zwartkijker, wel een dromer

August Tholen is een laatbloeier in de poëzie. Na een aantal publicaties in literaire tijdschriften verscheen in 2025 zijn debuutbundel ‘Voor wie naakt is en slaapt’. Geen vrolijke bundel, maar weloverwogen stof tot nadenken. Als dichter lijkt Tholen weinig hoop te kennen, maar dromen blijft hij wel.

door Lauran Toorians

Onder zijn eigen naam schrijft Mario van Brakel (Tholen 1961) jeugdboeken, als dichter bedient hij zich van het pseudoniem August Tholen. Dat dit een pseudoniem is, is nauwelijks geheim. Hij gebruikt het omdat naar zijn gevoel het schrijven van poëzie iets totaal anders is als het schrijven van proza. Het lijkt dus meer voor hemzelf, om beide hoedanigheden van elkaar te kunnen scheiden, dan dat het voor de lezer iets zou moeten uitmaken. Zijn jeugdroman Het zwijgen van de vossen (2009) werd genomineerd voor de Woutertje Pieterse prijs en bekroond met de Brabantse Letterenprijs. Opgeleid in illustratieve vormgeving, grafiek en schilderen maakt hij ook ontwerpen voor boeken en boekomslagen. Gedichten van zijn hand verschenen in diverse literaire tijdschriften en ook in Brabant Cultureel. Met Voor wie naakt is en slaapt is nu ook zijn debuutbundel verschenen. Natuurlijk met August Tholen als auteur en Mario van Brakel als ontwerper van het omslag.

Als zelfstandige cycli te lezen

De verhoudingsgewijs omvangrijke bundel (bijna honderd pagina’s) bevat een aantal afdelingen die als zelfstandige cycli kunnen worden gelezen: De droom van Abel, Verstrooid speelgoed, Daglicht, Quadrupeden, De dag dat er niets gebeurde en Onbewaarbaar. In ‘De droom van Abel’ lijkt het te gaan om een verloren tweelingbroer, of misschien wel een tweede ik – die van de jeugd en de herinneringen daaraan. Ook ‘Verstrooid speelgoed’ – mooie titel – kijkt terug op de jeugd. Het eerste gedicht in deze reeks opent met de beeldende strofe:

toen ik zó klein nog was
en meereisde in de bagage
van volwassenen bekeek ik
de wereld door een kokertje
van karton

De volgende gedichten gaan steeds over een opeenvolgend jaar in de jonge leeftijd, van zes tot twaalf. Ze gaan over kinderfantasieën die navoelbaar zijn, maar vaak ook een donkere ondertoon hebben. De zeven gedichten in ‘Daglicht’ – misschien had het ook ‘dageraad’ mogen zijn – roepen de sfeer op van iemand die net is ontwaakt en nog iets moet overwinnen om het bed uit te stappen. Dat leidt onder meer tot een mooi beeld: ‘die Marokkaanse musjes / buiten: ze zijn al aangekleed // hebben al ontbeten en hun / kelen schor geschreeuwd’.

‘Ondanks de vaak zware toon lijkt August Tholen toch ook weer geen zwartkijker. Hij ziet de duistere kanten van het leven en benoemt die, maar weet ook te relativeren.’ Foto > Monica Boschman

Verrassen een aanzetten tot nadenken

Quadrupeden zijn viervoeters en in dit geval zijn het vierregelige gedichten, dus kwatrijnen. Hier is Tholen filosofisch en opnieuw niet de meest vrolijke. Door hun vorm en toon lezen deze kwatrijnen ook een beetje als haiku. Ze verrassen en zetten aan tot nadenken. En dan openen de tien langere gedichten van ‘De dag dat er niets gebeurde’ met ‘Epitaaf’, een grafschrift. Vrolijker is het titelgedicht van deze cyclus met daarin de regels over ‘(…) een historicus die / sprak van “een historische dag als alle andere” (…)’. Toch blijft de toon over het algemeen somber. De ene keer relativerend, dan weer ronduit bitter zoals in de gedichten ‘Endlösung’ en ‘Kindsoldaat’. Alsof de dichter verlossing zoekt, maar steeds misgrijpt.

Alsof het niet op kan, gaat ook de laatste cyclus ‘Onbewaarbaar’ over verlies en afscheid nemen, niet alleen van geliefden en bekenden, maar ook van de wereld. Het eerste gedicht ‘Déluge’ (zondvloed) beschrijft een ramp waarvoor we ons verstoppen, maar waaraan niet valt te ontkomen. Het afsluitende gedicht ‘Namen geven’ lijkt de hele bundel samen te vatten in het verlangen naar een wereld die nog puur en onbevangen is, niet verdeeld in hokjes en onbezoedeld door mensenhanden: ‘toen alle wezens / nog onbenoemd / en volmaakt / gelukkig waren’. Maar ondanks de vaak zware toon lijkt August Tholen toch ook weer geen zwartkijker. Hij ziet de duistere kanten van het leven en benoemt die, maar weet ook te relativeren. Misschien met weinig hoop, maar hij blijft dromen.

August Tholen, Voor wie naakt is en slaapt. Den Haag. Uitgeverij Up2pi 2025, 91 pp., ISBN 978-94-9343-730-2, pb., € 15,00.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *