Mathieu Kessels en de democratisering van de muziekuitvoering

column door JACE van de Ven

Onlangs naar een lezing geweest over het belang van de broers Jos en Mathieu Kessels die in de jaren tachtig van de negentiende eeuw van Heerlen naar Tilburg verhuisden en het muziekleven in Brabant een enorme impuls gaven. Mathieu is ook de vader van Marietje Kessels die in 1900 in een Tilburgse kerk verkracht en vermoord werd door, met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, de pastoor. Maar dit keer gaat het niet over deze schandvlek op het blazoen van de katholieke kerk, maar over de visionaire blik van haar oom Jos (1856-1928) en vooral die van haar vader, Mathieu Kessels (1856-1928), beiden musici.

De lezing werd gehouden in het Kessels Museum Tilburg door oud-bestuurslid en rondleider in dat museum Hans van den Muijsenberg. Van den Muijsenberg is van huis uit econoom en misschien daarom schoof hij een aantal economische aspecten naar voren die voor mij nieuw waren en die belangrijk zijn geweest voor de Brabantse muziekgeschiedenis. Kessels maakte niet alleen muziekinstrumenten, maar presenteerde een soort van muziek-totaal-pakket.

Hans van den Muijsenberg, gefotografeerd in het toenmalige Kessels Museum. Foto > Joep Eijkens

Door de industriële revolutie in de negentiende eeuw, betoogde Van den Muijsenberg, kreeg de gewone mens meer vrije tijd. In het kader van de volksverheffing stonden kerk en staat toe dat het volk ging sporten, avondscholen bezocht of ging musiceren. Door de komst van parochiehuizen werd er niet alleen meer buiten gemusiceerd (in fanfares en harmonieën), maar ook binnen. Daardoor waren er niet alleen meer blaasinstrumenten, maar ook meer snaarinstrumenten nodig in de amateurmuziekbeoefening.

Fabriek van muziekinstrumenten

In 1884 kwam Jos Kessels naar Tilburg waar hij dirigent werd van de Nieuwe Koninklijke Harmonie. Niet lang daarna nodigde hij zijn broer Mathieu uit hem te volgen, omdat er hier een markt was. Tilburg kende maar liefst drieëntwintig parochies met de daarbij horende koren en muziekverenigingen. De broers hadden samen een muziekuitgeverij en in Tilburg begon Mathieu ook met het repareren van muziekinstrumenten en vanaf 1889 met het produceren ervan. Binnen tien jaar daarna bouwde hij een nieuwe fabriek op, de Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Muziekinstrumenten M.J.H. Kessels. Op het hoogtepunt werkten daar ongeveer driehonderd arbeiders. In totaal zijn er ongeveer 600.000 snaar- en blaasinstrumenten, piano’s, trommels en zelfs politiefluitjes geproduceerd. Jos was in 1896 naar El Salvador geëmigreerd waar hij ’s lands kapelmeester werd.

Jos Kessels (links), naast zijn broer Mathieu Kessels. Bronnen: Collectie Archief Rijckheyt, Heerlen (Jos) en Regionaal Archief Tilburg (Mathieu).

Met een voorgevel van honderdtachtig meter was de nieuwe Kesselsfabriek het langste industriële gebouw in Nederland. Dat had te maken met het feit dat er bij Kessels gewerkt werd met productielijnen. Gespecialiseerde werknemers maakten slechts een onderdeel van een muziekinstrument en gaven dat door aan een collega die weer bedreven was in een volgend onderdeel, enzovoort. Een soort van lopende-band-systeem ver voor Henri Ford. Op die manier konden de Tilburgse arbeiders die bepaald niet voor muziekinstrumentenmaker gestudeerd hadden productief zijn via handelingen die eenvoudig aan te leren waren.

Nerderlands eerste migrantenhotel

De fabriek kende ook echte muziekinstrumentenmakers. Met hen was Kessels de fabriek begonnen. Zij kwamen uit Bohemen, van oudsher een land waar veel instrumenten gemaakt worden. En ook met hun huisvesting was Mathieu Kessels innovatief, zij kregen huisvesting via de fabriek: Nederlands eerste arbeidsmigrantenhotel.

Internationaal briefhoofd M.J.H. Kessels uit 1906. ‘Manufacture Royale d’Instruments de Musique. Fabrication Artistique et Superieure’. Met het fabrieksgebouw en woonhuis van de familie Kessels, Huize Cecilia. Beeld > Regionaal Archief Tilburg
Briefhoofd M.J.H. Kessels uit 1916. Met het nieuwe fabrieksgebouw, Huize Cecilia en twee stoomtreinen op ramkoers. Beeld > Regionaal Archief Tilburg

Vóór de tijd van Kessels bestonden er muziekinstrumentenmakers die bedreven waren in het maken van één soort instrument, meestal gemaakt op bestelling van beroepsmuzikanten of iemand uit gegoede kringen. Kessels fabriceerde vooral voor amateurmusici. Dat betekende grote aantallen en niet te duur. Vooral doordat Mathieu naast het officiële Kesselsmerk ook nog een goedkoop B-merk op de markt bracht. De Kesselsfabriek heeft veel betekend voor de democratisering van de muziekuitvoering.

Voormalig fabrieksorkest van de firma Kessels. Vooraan met hoge hoed en wandelstok, de heer M.J.H. Kessels. Beeld > Regionaal Archief Tilburg

Muziekvertier werd uitgedragen door het eigen fabrieksorkest waarvoor de musici deels in werktijd repeteerden. Ook organiseerde Kessels concoursen, bedacht een jureringssysteem dat nog steeds wordt gebruikt en richtte een belangenorganisatie op: de KNFM (Koninklijke Nederlandse Federatie van Muziekgezelschappen) die nog steeds bestaat. En hij componeerde een eerste volkslied voor Noord-Brabant, ‘Oh Brabant, u heb ik lief’, dat evenals ‘Brabant’ van Guus Meeuwis nooit officieel is geworden.

Mathieu Kessels was vooruistrevende ondernemer

Om de jeugd te laten uitproberen of ze wel in staat was een instrument te bespelen, stelde Kessels bugels, kleine trommels en blokfluiten beschikbaar. Ter bevordering van het muziekonderwijs schreef hij een lesmethode voor de jeugd die hij met zijn eigen muziekuitgeverij uitbracht, naast tijdschriften als De Muziekbode en later De Nieuwe Muziekbode en een jaarlijkse muziekkalender.

Interieur van de M.J.H. Kessels, Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Muziekinstrumenten, zaal 24 strijkinstrumentenwerkplaats, zaal 13 koperen blaasinstrumenten werkplaats, zaal 17 houtblaasinstrumenten, zaal 4 harmonika’s werkplaats en zicht op de fabriek. Met op de ansichtkaart een handtekening van M.J.H. Kessels. Beeld > Regionaal Archief Tilburg

Dat vond ik zo leuk aan de lezing van Van den Muijsenberg, dat hij de tomeloze energie en de vernieuwende kracht van Mathieu Kessels over wist te brengen. Geweldig ook dat Kessels op de werkvloer al mannen en vrouwen op dezelfde afdeling liet werken. Zeer ongebruikelijk in die tijd en volgens de kerkelijke autoriteiten uiterst ongewenst. Ook had de fabriek al mensen in dienst met een deeltijdbaan.

Toen het minder goed ging met de mogelijkheden om te musiceren tijdens de Eerste Wereldoorlog werd er tegen logiesvergoeding ruimte in de fabriek vrijgemaakt om militairen te huisvesten. Ook werden er naast instrumenten geluid producerende producten gemaakt voor andere bedrijven, onder meer autotoeters voor Spijker en fluitketelfluiten voor Brabantia. Mathieu Kessels leek voor alles een creatieve en innovatieve oplossing in huis te hebben.

Soms lopen sprookjes slecht af

Maar sommige sprookjes lopen slecht af. De eerste tegenslag is er al voor 1910 als Kessels blijft zitten met meer dan negenhonderd piano’s. Gemaakt voor een klant in Engeland, maar ze worden nooit afgenomen. Dan komt de Eerste Wereldoorlog en de tijd van schaarste, oud-werknemers die een eigen instrumentenfabriek beginnen, de dood van Mathieu in 1932 en het slechte beleid van zijn zonen. Als in 1955 de fabriek ophoudt te bestaan, stelde ze al niets meer voor.

Advertentie uit de Tilburgsche Courant van 25 november 1900 van M.J.H. Kessels, Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Muziekinstrumenten voor de Kessels Excelsior piano.
Mathieu Kessels, omstreeks 1910. Beelden > Regionaal Archief Tilburg

Voor de passieve muziekliefhebber ging Kessels ook muziekdozen en pathéfoons verhandelen en produceren en hij ontwikkelde een geavanceerde pianola, maar de ontwikkelingskosten werden nooit terugverdiend. De decennia van de jaren twintig, dertig en veertig waren geen tijden waarin het volk een grote aanschaf kon doen. Er werden slechts enkele pianola’s verkocht. Daarbij was de tijd van Philips gekomen, dat bedrijf bracht met radio’s de muziek in huis.

Sinds het verdwijnen van de roemruchte Kesselsfabriek zijn er in Tilburg verschillende initiatieven geweest om de interessante tijd en de instrumenten van Kessels in een museum te tonen. Door allerlei tegenslag kwam dat lang slechts gedeeltelijk van de grond. Maar sinds 2022 kent Tilburg in het Huis van Muziek aan de Stationsstraat 26 een professioneel Kessels Museum. Een actieve plek waar van alles te zien en te doen is. Onder meer restaureren vrijwilligers er nog altijd instrumenten. U moet er eens gaan kijken: www.kesselsmuseum.nl.

Geschiedenis van Kessels muziekinstrumentenfabriek door Peter Hofland

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *