‘Emile’ geeft levendige beschrijving van drie generaties Gimbrère

Gimbrère is in Tilburg en omgeving een bekende familienaam. Te danken aan succesvol ondernemerschap, maar ook aan Emile Gimbrère, hoogleraar en rector aan de Katholieke Economische Hogeschool, later universiteit. Het boek ‘Emile’ beschrijft diens geschiedenis, en dat van twee generaties daarna. Twee jongens die ook Emile heetten.

door Emmanuel Naaijkens

Trouwen met de handschoen. Het is een gebruik dat de gedachten meteen voert naar het vroegere Nederlands-Indië. Als een man die in de kolonie woonde en werkte wilde trouwen met zijn verloofde die nog in Nederland verbleef, werd de huwelijksvoltrekking op afstand geregeld. Reizen naar de oost was duur en werd doorgaans voor de vrouw alleen vergoed wanneer zij getrouwd was. Via een speciale regeling was het mogelijk het huwelijk in Nederland te voltrekken in afwezigheid van de bruidegom. Een gemachtigde nam dan diens plaats in. Deze juridische regeling, die nog altijd bestaat, is geworteld in een eeuwenoude traditie. Een handschoen stond tijdens de plechtigheid symbool voor de afwezige bruidegom.

Emile Gimbrère was zo iemand die vanwege de afstand niet tegenover de ambtenaar van de burgerlijke stand eeuwig trouw kon beloven aan zijn aanstaande echtgenote. In 1916 was hij als afgestudeerd jurist naar Indië vertrokken om daar in de advocatuur te werken, en korte tijd later bij Nederlands Indische Handelsbank. Op 2 februari 1919 trad hij ‘met de handschoen’ in het huwelijk met de Tilburgse slagersdochter Phila Herculijns. Zijn broer Jules gaf als vervanger het ja-woord. Pas op 26 juli stapte zijn kersverse echtgenote van het schip dat haar van Nederland naar Batavia had gebracht en kon Emile haar eindelijk in de armen sluiten. Waarna alsnog een kerkelijk huwelijk volgde dat voor katholieken in die tijd de verbintenis tussen man en vrouw pas echt bezegelde.

Familie behoorde tot de elite van Tilburg

Deze huwelijksgeschiedenis staat beschreven in het boek Emile van de oud-jurist Ine Gimbrère-Straetmans uit Diessen. Als echtgenote van eveneens een Emile (1943) raakte zij geïnteresseerd in de levensloop van zijn vader Emile (1920-1945, kortweg Miel genoemd) en grootvader Emile (1891-1949), de bovengenoemde rector magnificus. De Gimbrères behoorden tot de elite van Tilburg. De laatstgenoemde Emile was zoon van een paraplufabrikant, het negende kind in een gezin van elf kinderen.

Dat de Gimbrères tot de bovenlaag behoorden, is voor een geschiedschrijver een voordeel. Doorgaans laten mensen op hoge maatschappelijke posities veel meer sporen van hun levenswandel na dan mensen in lagere klassen. Niet alleen zakelijk, maar vooral ook privé in bijvoorbeeld de vorm van brieven en ansichtkaarten. En niet te vergeten een uitgebreide fotocollectie.

Gimbrère
Familiefoto gemaakt op 18 april 1921 tijdens een vakantie in Soekaboemi op West-Java. Links Philomena (‘Phila’) Herculeijns, rechts Emile Gimbrère met zoontje Emile op schoot.

Dat maakt het gemakkelijker om een familiegeschiedenis te reconstrueren. Niettemin heeft de auteur ook nog tal van andere bronnen geraadpleegd om haar verhaal van de drie generaties Emile en hun verwanten, te kunnen vertellen. En dat doet ze met verve. Zij beschrijft personen, situaties en gebeurtenissen levendig en met veel oog voor aansprekende details.

Een gelukkige tijd

Het geluk lacht de eerste Emile aanvankelijk toe. Hij beleeft met Phila een gelukkige tijd in ‘ons Indië’, een kenmerkende koloniale samenleving. Twee van hun drie kinderen worden er geboren. Dan krijgt Emile het verzoek vanuit Tilburg om mee te helpen bij de stichting van een katholieke handelshogeschool, in feite een universiteit; een statuur die pas in 1986 als zodanig in de naam van de instelling is bevestigd.

Gimbrère
Hoogleraren en docenten van de Hogeschool Tilburg ter gelegenheid van de aanvaarding van het professoraat van prof. Triebels. Staande tweede van rechts Emile Gimbrère. In het studiejaar 1931 – 1932 zou hij voor het eerst het rectoraat van de universiteit op zich nemen.

Emile Gimbrère gaat deel uitmaken van de katholieke bestuurlijke elite met onder andere prof. Jan de Quay, de latere commissaris van de koningin in Noord-Brabant en premier van Nederland. Het is het begin van een succesvolle carrière in het wetenschappelijk onderwijs, waarin hij volgens de biograaf van De Quay uitgroeit tot een vooruitstrevende hoogleraar economie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog behoort hij tot de universiteitsbestuurders die de Duitse bezetter zoveel mogelijk probeerden te dwarsbomen. Hij spoort de studenten aan de loyaliteitsverklaring die de Duitsers eisen niet te tekenen. Feitelijke leidt dit tot sluiting van de hogeschool.

In 1930 hebben Emile en zijn vrouw landgoed Annanina’s Rust gekocht, gelegen tussen Hilvarenbeek en Diessen. Vele gelukkige uren brengt het gezin door in de bossen en tijdens de oorlog kunnen onderduikers daar uit handen van de Duitsers blijven.

Gimbrère
De familie Gimbrère bezat het landgoed Ananina’s Rust op de grens van Hilvarenbeek en Diessen. Op de foto Miel en zijn broertje Munnus (links) met boswachter Joosten.

Noodlot slaat toe

De familie Gimbrère lijkt de oorlog goed door te komen, maar dan slaat het noodlot toe. Op 4 mei 1945 capituleert Duitsland. Zoon Miel ligt zwaar ziek in bed als gevolg van difterie. Hij reageert extatisch op het nieuws over het einde het oorlogsgeweld. Maar dan krijgt hij plots een hartstilstand en sterft, slechts vijfentwintig jaar oud. Hij laat een vrouw en drie kinderen achter. Een van hen is de derde generatie Emiel. Voor hem en zijn broer neemt het leven een dramatische wending.

Hun moeder Ans hertrouwt met ene Fred Pereboom die in Kenia voor een Nederlands bedrijf werkt. Haar nieuwe man wil met zijn samengestelde gezin terugkeren naar Afrika, maar zijn werkgever wil slechts de reiskosten van één kind betalen. Moeder Ans stemt ermee in dat alleen dochter Jes meegaat, de twee jongens Emile (ook Miel genoemd) en Munnis blijven achter in Nederland. Hun oma neemt het tweetal, dat eerder hun vader heeft verloren, in huis en voedt de jongens verder op. In 1949 treft nieuw onheil de familie als oud-rector Emile overlijdt aan longkanker, hij is slechts zevenenvijftig jaar oud.

Ans, weduwe van de ’tweede’ Emile, met v.l.n.r. Jes, Munnus en Miel, najaar 1945.
Familiefoto gemaakt in juli 1947, kort voordat Ans (tweede rij) zonder haar zoontjes Miel (links) en Munnus (rechts) naar Kenia zou vertrekken.
Vakantiewoning op landgoed Annanina’s Rust. In 1987 verkoopt de familie het natuurgebied van ongeveer 160 hectare aan Brabants Landschap.

De twee jongens voelen zich in de steek gelaten door hun moeder en dat vertroebelt voor altijd hun relatie met haar. Het is waarschijnlijk ook de verklaring waarom Emile in zijn pubertijd en als jongvolwassene op drift raakt. School is niet aan hem besteed, hij reist liever avonturen belevend de wereld over. Uiteindelijk krijgt hij vaste grond onder zijn voeten en in 1970 schrijft hij zich in voor een rechtenstudie. Tien jaar later treedt hij toe tot de advocatuur. Nu (2025 ) is hij gepensioneerd.

Van ‘binnenuit’ beschreven

Een familiegeschiedenis die van ‘binnenuit’ is geschreven, heeft het risico dat het uitmondt in een particulier verhaal dat voor buitenstaanders minder boeiend is. Ine Gimbrère-Straetmans is niet in die val getrapt. De hoofdfiguren komen tot leven en bovendien schetst zij hun wel en wee tegen de achtergrond van maatschappelijke en historische gebeurtenissen. Met andere woorden, ze geeft context.

Voorjaar 1945, prof. Emile in het uniform behorende bij zijn functie als voorzitter van het Militair Commissariaat voor het Rechtsherstel. Hij had gedurende zijn loopbaan tal van maatschappelijke nevenfuncties.
Miel tijdens de opnamen van de oorlogsfilm ‘A Bridge Too Far’ uit 1976.

Een bezwaar tegen dit soort geschiedschrijving zou ook kunnen zijn dat, omdat de auteur nu eenmaal deel uitmaakt van de familieclan, gevoelige of onwelgevallige eposides wellicht niet heeft opgenomen. Interessant is wat Magaret Atwood, schrijfster van onder meer The Handmaid’s Tale, in dit verband onlangs zei in een interview met de Volkskrant. De journalist complimenteerde de schrijfster dat zij zo open is in haar recent verschenen memoires. Waarop Atwood antwoordde: ‘(…) Hoe weet je dat ik je niet bedrieg? Dat weet je niet. Misschien is het een illusie dat ik open ben. Er zijn misschien andere dingen die ik had kunnen vertellen, en natuurlijk zijn die er, want iedereen heeft altijd ook een ander verhaal.’

Tot slot nog een opmerking voor de uitgever over de drukkwaliteit van Emile. Een familiegeschiedenis. Het boek is sober uitgeven, dat wil zeggen het papier ziet er een beetje uit zoals vroeger goedkope notitieblokken. Dat gaat vooral ten koste van de (vele) foto’s die niet goed tot hun recht komen. Het is kennelijk een trend, want in de boekwinkels liggen meer historische boeken die zo zijn uitgegeven, zoals het succesvolle Het verdriet van Tilburg van Maarten van Riel (en van een andere uitgever).

Ine Gimbrère-Straetmans, Emile. Een familiegeschiedenis. Hilversum: Verloren 2025, 149 pp., ISBN 9789464551709, pb., € 25,00.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *