Peter Thijs voer als een komeet de kunst in en die komeet heeft een staart (deel 2 en slot)

column door JACE van de Ven

We hadden het over Peter Thijs (1950) die vanaf medio jaren zeventig van de vorige eeuw als een komeet de wereld van de beeldende kunst binnen dreef. Hij won tal van prijzen en particulieren en instellingen vochten om een werk van hem te kunnen kopen. Maar in 1982 verdween hij plots van het podium en werd hij docent tekenen en grafiek aan de Academie Eindhoven die later internationaal befaamd zal worden als Design Academy Eindhoven. Hij bleef er tot aan zijn pensionering in 2015 werkzaam, ondanks het feit dat zijn inbreng er meer getolereerd werd dan omarmd.

Hoewel hij best gekwalificeerd was voor het werk op de academie – hij hield zich allang met vormgeving bezig en maakte destijds bijvoorbeeld al het jaarverslag van CZ – had hij op de academie naar eigen idee veel moeite om het respect te winnen van doorgewinterde typografen en gerenommeerde vormgevers die met hem toch een soort Paard van Troje zagen binnenkomen.

Peter Thijs
Jaarverslag CZ

Jan Lucassen, directeur van de academie van 1983 tot 1999, gaf hem de opdracht om een lesprogramma te maken voor het vak Schrijven. Daarmee temperde Thijs door de jaren heen langzamerhand de kritiek: “Gelukkig wist ik een en ander van grafisch ontwerpen en de oorsprong van de westerse typografie”, zegt hij. “Ik had kalligrafie bij Fons van de Linden gehad. Ritme en regelmaat en de basisvormen van kapitalen (Romeins), onderkast (Karolingisch) en italic (Humanistisch cursief). Verder kende ik de veelal stuitende typografie uit de conceptuele kunst, met totaal disrespect voor spatiëring en leesbaarheid en de computer als kampioen amateur in de typografie.”

Maar na de komst van het nieuwe management na 1987 werd de academie opnieuw vijandig tegenover Thijs toe. “Een onveilige plek”, herinnert hij zich. “Ik durfde mijn werk niet meer te laten zien en schaamde me voor mezelf. De leerlingen begrepen het nog wel, maar het hoofd van het management, Lidewij Edelkoort, wilde alleen maar van mij af. Anton Beeke, gekwalificeerd vormgever en partner van Edelkoort, zei ooit over me: Kan iemand mij uitleggen wat die man aan het doen is?”

Ik durfde mijn werk niet meer te laten zien en schaamde me voor mezelf

Maar ongetwijfeld bestond er ook ongegronde achterdocht bij Peter Thijs zelf. In 1981 al, net toen bekend werd dat hij het komende schooljaar docent in Eindhoven zou worden, had hij een expositie in het Kultureel Sentrum in Tilburg. Ruud Peeters, hoofd van de afdeling Schilderen in Eindhoven kwam daar met een groepje hogerejaars naartoe en vroeg of Thijs een toelichting wilde geven. Die herinnert zich: “Ik kende die man niet, maar ik wist dat hij een gewaardeerd kunstenaar in Eindhoven was. Al met al voelde ik mij behoorlijk geïntimideerd en helemaal niet blij. Eigenlijk dacht ik dat hij mij kwam beoordelen. Ik kon destijds nooit eens denken dat iemand het ook goed zou kunnen vinden. En mijn toelichting? Zoals gewoonlijk had ik weer geen enkel verhaal.”

Dat Peter Thijs zich in Eindhoven niet altijd gewaardeerd voelde, is volgens mij op zijn minst gedeeltelijk terug te voeren op zijn eigen gebrek aan zelfvertrouwen dat hem rond 1980 ook abrupt met de schilderkunst deed breken. Als ik doorvraag blijkt dat hij wel positieve feedback kreeg van studenten. “Eigenlijk bent u anti-design, vertelden ze mij wel eens, maar er waren ook wondermooie woorden van respect en waardering. Een Vietnamees meisje met Zwitserse pleegouders, Martina Huynh, schreef ‘Amazing how he makes you see’. Ja, dat doet je wel goed, natuurlijk. En bij een onderzoek onder studenten naar de beste docent bleek ik zomaar op de tweede plaats geëindigd te zijn.”

Schilderen weer opgepakt

Rond het jaar 2000, nadat zijn huwelijk op de klippen gelopen was en hijzelf op zichzelf teruggeworpen, pakte hij het schilderen weer op. Maar daarvoor even terug naar rond 1980, de gloriedagen van zijn schildercarrière. “Kunstkopers vroegen mij allerlei dingen die ik moeilijk kon afhouden. Zo heb ik eens een café-restaurant helemaal van geschilderd marmer voorzien en maakte ik enorme stands voor tentoonstellingen. Ik schilderde alles in de woonkamer. Zo heb ik ooit een maand lang met een danspaleis in huis gezeten, de voorgevel van een Spiegeltent. Het ontwerp van een stand en De Spiegeltent stonden afgebeeld in mijn bedrijfsbrochure die ik had gemaakt. In een blad over constructivisme werd nog een artikel gewijd aan een stand van mij die in de RAI te zien was. Ook maakte ik nog jaarverslagen voor de CZ-groep.”

Dit soort arbeid illustreert volgens mij dat Peter Thijs in die tijd niet besefte hoe ver hij gekomen was in de schilderkunst. Neem het ‘Zanussi portable against curtain’ (1977) dat we vorige keer al bespraken. We hadden het daar over de strijd van verschillende soorten licht in het schilderij. Maar het gaat ook over het tot leven wekken van dode objecten. Het gordijn gaat leven, het gaat een gevecht aan met de televisie op het blok marmer, een stilleven. Materie tot leven wekken, je ziet het ook in zijn marmerschilderijen.

Peter Thijs
Peter Thijs > Ahriman, 1978, olieverf op linnen, 200 x 160 cm. Ahriman is de god van het kwaad in de pre-islamitische religie van Iran. Ahriman staat voor bedrog, duisternis, chaos en dood.

In zijn nieuwe schilderkunst vanaf ongeveer 2000 lijkt het of hij dat alles achter zich heeft gelaten. Hij schildert gewoonweg. Vooral met het besef: “Ik wil mij door niemand meer de les laten lezen of inperken; de betweters, zedenprekers, moraalridders, topontwerpers en hun vazallen, al die academici die voor jou bepalen wat moet of mag. Ik wil de strijd aangaan door de banaliteit op een voetstuk te plaatsen, net als Jeff Koons, Andy Warhol, Pop Art, Dadaisme, Marcel Duchamps.”

Hij schildert gewoonweg met het besef:
ik wil mij door niemand meer de les laten lezen of inperken

Hij ging portretten maken, samen met twee oud-studenten Paul Meeuws en Rian van Delft van de academie in Tilburg. Elke donderdagavond komt er iemand voor hen poseren. In een uur heeft Peter Thijs een portret klaar. In eerste instantie dacht hij: “Hier kun je absoluut niet mee voor de dag komen, maar nu trek ik me daar niks meer van aan. Ik ben bezig met expressie, vorm en kleur en laat in forse streken mijn handschrift zien. Er zit altijd een mate van imperfectie in. Dat probeerde ik vroeger weg te schilderen, maar nu mag iedereen van me zien hoe het gemaakt is.”

Op het eerste gezicht lijkt zijn nieuwe werk gewoontjes, maar kennelijk gloeit er ín hem een vonk die herkend wordt. Onmiddellijk meldde zich via het internet een nieuw publiek, mogelijk ook omdat hij per doek maar enkele honderden euro’s vraagt. Naast portretten maakt hij landschappen, op locatie, over een landschap doet hij ongeveer een middag.

Peter Thijs > Werkschuiten Beatrixkanaal Eindhoven, 2007, olieverf op board, 57 x 75 cm.
Peter Thijs > Grazende paarden, 2007, olieverf op board, 26 x 34 cm.
Peter Thijs > Liggende figuur, 2014 olieverf op board, 21 x 44 cm. Collectie > Amy en Peter Koltun
Peter Thijs > Christine, 2025, olieverf op board, 50 x 40 cm.

“Als ik een portret maak, heb ik moeite om de ogen te zien. Ik kijk de mensen meestal niet in de ogen en heb een blinde vlek voor gezichten. Ogen zijn bij mij een klodder verf of naderhand ingevuld. Maar in wezen is een schilderij óók vlekken op een doek. Als iemand poseert, heb ik veelal weinig of geen invloed op de houding of het gezichtspunt. Dat leidt tot stereotype poses waarvan ik toch een schilderij probeer te maken. Het portret groeit vanuit de verf, het handschrift, het spel met maat, vorm en kleur. Door vervormen, kleuren veranderen, waarneming interpreteren, probeer ik uiting te geven aan het karakter van het onderwerp. Het gezicht is verf en dat wil ik laten zien. En ook dat elk portret een zelfportret is.”

Peter Thijs > Zelfportret (als Rembrandt die een zelfportret maakt), 2003, olieverf op linnen, 70 x 60 cm.

“De eeuwigheid of het universum is voor ons onbevattelijk. De emotie ervaren van eeuwigheid of het universele kan ons in extase brengen, net als muziek ons kan vervoeren. Wie zijn wij en waar gaan we naartoe? Ik probeer het in mijn werk te leggen.”

Reacties (6)

  1. Marie Jose Bies schreef:

    Boeiend verhaal over een mooi creatief mens.

  2. Maria de Vet schreef:

    Mooi artikel Peter! Ik wist niet dat jij zo onzeker was over je werk! Ik vond je een fantastische leraar die mij het gevoel gaf dat ik kon zijn wie ik was en mijn manier van werken stimuleerde. Nog steeds bedankt daarvoor!

  3. Pieternel Broos schreef:

    Mooi artikel over Peter. Jammer dat er over zijn grafische werk alleen gesproken wordt over het jaarverslag van CZ en niet over het prachtig vormgegeven boek ’Verteld en getekend door Piet Broos’ uit 2004. Nog regelmatig krijg ik complimenten over het bijzonder mooi verzorgde hardcover boek door Peter. En het was een plezier om met hem samen te werken. Succes met je schilderwerk!

  4. Peter Thijs schreef:

    Jammer dat het boek ‘Verteld en getekend door Piet Broos’ niet is afgebeeld.

  5. Anton Coppens schreef:

    Ah, Peter, zo eerlijk, zo mooi. Opnieuw, na al die jaren, heel veel dank! Echte kunst leeft voort.

  6. Eibert Draisma schreef:

    Peter!
    Je was in mijn eerste jaar op de AIVE (in 1986) één van mijn favoriete docenten – en beslist óók van ál mijn klas- en jaargenoten!
    Door jou zag ik – een tijd lang overigens ook wel tot mijn ergernis – opeens óveral lelijke verhoudingen, ongevoelige spatieringen, rampzalige lettertypen – en ga zo maar door.

    Bijna alles (ja echt) wat ik tijdens jouw lessen heb gemaakt, heb ik bewaard.
    En er zijn maar héél, héél weinig mensen van wie ik zóveel heb geleerd; vooral kijken met gevoel – en dat in je werk kunnen gebruiken.

    Dank je wel!
    Eibert Draisma.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *