Een huis waarin geleefd kan worden

door Huub van Esch


De vraag heel alledaags de vraag laten zijn.
Kan een droom worden overwonnen in zijn
afgebroken verschijningsvorm, zijn uiterlijke
voorkomen zonder norm, verhaal of bekentenis?

Kan er besloten worden voorgaand aan vertolking
of genot dat de woning waarin ik geen anderen
aantrof toch een huis betreft waarin geleefd
kan worden zonder dat het vitale innerlijk

een mankement wordt dat alles op het spel zet
wat met het denken de broekriem aantrekt?
De overbodige fantomen staren naar de buitenste
regionen waar de uren botsen op het niets.

De vlammen springen op en klimmen als wilde
beesten in de tweestrijd waarmee het onderscheid
op scherp wordt gezet, de omheining wordt
aangetrokken en het eeuwigdurende vergeten

de tanden stukbijt op de vermeende wetenschap
dat er land te bezeilen valt met de droom
in volledigheid en correlatie met verstand
en altijd zoveel diepere gemoedslagen,

de nacht en de tijd. Het gestremde bedrag
wil worden ingezet om de vrijheid uit te kopen
zonder dat er profijt of belang naar boven
komt drijven om te bestrijden met stellingname

of aanzienlijkheid. Het is een nietige kwestie
die nooit zal verdwijnen achter de schermen
of de punt zet achter de vraagstelling
naar het menselijk lijden door absurditeit

te pleiten. Het gewenste moment kraakt gedurfd
als de dromer de daad bij de lurven grijpt
ergens tussen dreiging en verbrokkeling in.
Tastbaar. Zelfstandig maar niet gekaderd.


Vandaag sterf ik, maar morgen zal ik
leven. Morgen neem ik terug wat ik
vandaag heb laten gaan. Het blauwe
maanlicht, de waanzin, het verlangen
naar ongefilterde ledigheid.

Vandaag sterf ik, maar morgen zal ik
heengaan. Vandaan van wat de avond
aan gebruikelijke fratsen openlegt
in het versteend gezegde dat met wit
en zwart verwart wat kleur bevat.

Vandaag sterf ik, maar morgen zal ik
opstaan. Ik buig niet en ik kniel
niet voor de bijziendheid waar-
door de objecten uit moeheid niet
het nabije ogenblik bereiken.

Nee, niet ik ben moe, maar
de dingen die ik zie zijn moe,
daarom ben ik moe.


Het is rijm en overpeinzing dat de klok slaat.
Wond en ziekte en cirkelvormige dromen en klanken
om niet uit de weg te gaan. Het is bestaans-

woede en argwaan die ergens vandaan wil gaan
wat nergens staanplaats vindt of toevlucht – het
best te vertalen als een landschap zonder ommuurde

gedachten. Omnipresentie. Want alleen wie dag en
nacht weet te wachten op zijn denken zal het eindpunt
kunnen bereiken waaruit de oorsprong ontspringt

als een warme, levenskrachtige bron. Bloed en vuur
waaraan de primaire tijdsaanduiding wrok en bal-
sturigheid opzet tegen een muur van leegte

en beenderen. Het is ritme en bedachtzaamheid
om te breken als proeve en symbool van de nooit
gelijkgestemde uitleg voor duiding en beleid;

rijm voor herkenbaarheid en overpeinzing uit
trammelant. Het is een heldendaad voor wie moedig
de plaag en de gesel draagt uit precair behoud.

Het zou voor hermetisme kunnen worden aangezien
als een gedicht zijn aanblik weet dicht te spijkeren
zonder achteraf argument of alibi te bepleiten.

Huub van Esch (Haaren 1970) werkt in deeltijd als productiemedewerker. De meeste tijd besteedt hij aan het schrijven van gedichten. Hij publiceerde behalve in Brabant Cultureel eerder ook in ‘Schoon schip’, in de verzamelbundel ‘Echte inkt’ van uitgeverij Opwenteling en in enkele verzamelbundels samengesteld uit wedstrijden van uitgeverij Kontrast. Hij kijkt uit naar een uitgever voor een bundel.

Foto’s > Hans Lodewijkx met o.a. Plaster III van Magdalena Abakanowicz en ecokathedraal van Louis le Roy. 

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *