Hoe moet een mens zich staande houden in de psychisch ondoorgrondelijke arena die ‘werkvloer’ heet. Daarover gaat de nieuwe roman ‘Vacht!’van Cobi van Baars. Pesterijen op het werk spelen een belangrijke rol, maar ook de vraag in welke mate de hoofdpersoon zichzelf opsluit in een eigen wereld. Op een treffende manier krijgt de lezer een inkijkje in de binnenwereld van de hoofdpersoon.
door Marianne Tolenaar
Van Cobi van Baars (Deurne 1967) verscheen onlangs haar vijfde roman Vacht! Met haar vierde boek De Onbedoelden brak ze door. Die roman gaat over een tweeling die van elkaar wordt gescheiden en ter adoptie aangeboden door hardvochtige nonnen. Dat leverde haar een nominatie op voor de Libris Literatuurprijs en bekendheid vanwege haar grote inlevingsvermogen, haar prachtige metaforen en geestige toets. Het is waarschijnlijk niet helemaal toevallig dat haar laatste roman Vacht! zich nu afspeelt in een voormalig klooster, waar de hoofdpersoon zich bezighoudt met de archivering van: Leven en werk van ‘De liefdezusters van het kostbaar bloed’.

Een kudde schapen op de dijk
Eline, een schuwe en weinig weerbare archivaris, houdt van haar werk. Zij reinigt de inhoud van stoffige dozen, bestudeert, herwaardeert, categoriseert en plaatst alles vindbaar terug in strakke rijen van mappen en archiefdozen. Het liefst werkt zij achter een gesloten deur en als ze thuis is brengt zij haar tijd door in de moestuin. Buiten het oude klooster, waarin het archief is gevestigd, observeert zij, bij wijze van ontspanning, echter ook een kudde schapen die op de dijk graast. Ze bewondert de kalme en zorgzame aanwezigheid van de herder, wiens energie naadloos lijkt samen te vallen met het onvoorwaardelijke antwoord op het leven van zijn kudde. Dat fascineert haar.
Zelf voelt Eline ook een diep genoegen als zij dagelijks even haar lievelingsschaap kan aaien en kroelen in de dikke vacht, net als de herder. Ze voert het beest, dat ze Lien heeft genoemd, bovendien stiekem bij met de resten uit haar moestuin.
Alles in haar wereld lijkt goed op één, niet duidelijk in kaart gebracht, verlangen na. Het verlangen om werkelijk en helemaal op te gaan in iets of iemand anders.

Langzaam komt de, op natuurlijke wijze spiritueel ingestelde Eline, tot de ontdekking dat er op de werkvloer processen gaande zijn die zich tegen haar keren en haar alleen nog maar verder isoleren. Onder druk van handlijndeskundige en zichzelf spiritueel begaafd verklaarde Machteld, laat zij zich verleiden tot ‘leugentjes om erbij te horen’. Maar daarmee dreigt ze behoorlijk in de moeilijkheden te raken.
Je kunt je zomaar ineens in de hel wanen
In toenemende mate tobt ze nu met het steeds terugkerend probleem hoe zich staande te houden in de psychisch ondoorgrondelijke arena, die ‘werkvloer’ heet. De strijd die ze op een natuurlijke manier wil voeren tegen ongedierte, zowel in het archief als in haar groentetuin, lijkt daarvoor symbool te staan.
De volle wind vangen
Hoeveel mensen kennen dit: Je begint goedgemutst op een passende werkplek met leuke mensen. Voor een tijdje waan je je in de hemel. Maar dan beginnen een aantal contacten een beetje te schuren. De een staat wel erg vaak en precies op zijn strepen en wat jammer dat die ander zijn verantwoordelijkheid niet goed oppakt. Een derde krijgt wel méér dan gemiddeld genomen zijn zin en naar een vierde wordt er amper geluisterd. Iemand vangt steeds weer ‘de volle wind’ en iemand anders blijkt daar altijd buiten te kunnen blijven.
Je neemt het waar, maar voelt je niet in je eigen positie bedreigd en je vindt je weg wel. Maar dan glijd je langzaam een fase binnen waarin je last krijgt van het geroddel, en van de olijke imitaties, die een afwezige stiekem te kijk te zetten. Je botst aan tegen irrationele regels en je begint het eigenbelang te onderkennen achter aanhoudende, respectloze, persoonlijke belangstelling. Maar zelden komt de oorzaak bij dit soort processen (die zich overigens niet tot de werkvloer beperken) helemaal aan het licht. Bijvoorbeeld als de zorgvuldig opgebouwde, achterbakse pesterijen, indirect worden aangestuurd door één enkele persoon.
Hoe geloofwaardig zijn de eigentijdse spirituele gelukzoekers?
Dan kun je je zomaar ineens in de hel wanen. Mogelijk ziet Cobi van Baars dit als een thema voor haar laatste boek Vacht! Of misschien ook onderzoekt zij het begrip spiritualiteit in de moderne tijd. De nonnen die vroeger kinderen ter adoptie aanboden, hadden zo hun ‘blinde vlekken’. Maar hoe geloofwaardig zijn de eigentijdse spirituele gelukzoekers? En hoe is het met de spiritualiteit van iemand die zich meer op haar gemak voelt tussen dieren en planten dan tussen mensen?
Treffend en herkenbaar geschreven
Geestig en scherpzinnig beschrijft Van Baars de innerlijke roerselen van de hoofdpersoon; haar observaties, haar vage verlangens, haar hulpeloosheid, haar angsten, haar innerlijke gevecht en uiteindelijk haar stap naar buiten.
Hoewel het onderwerp niet hartverscheurend of aangrijpend genoemd kan worden, slaat de beeldende taal, met exacte en geestige tikjes, de spijker op de kop in de perceptie van de lezer. Met een zin als: ‘Hij zit zo strak tegen de tafel dat zijn das opbolt als een hanenborst.’ En: ‘(…) laat een lange stilte vallen. Zo lang dat het ferm opgestoken A4’tje ervan ombuigt.’ Maar spijt van beschrijft ze treffend en herkenbaar, zoals na een te grote openhartigheid: ‘Al op de terugweg wenste ze dat ze die film kon terugdraaien, alle woorden ophappen en doorslikken (…)’ En over de directeur van het archief: ‘Zou ze geen hakken dragen, dan zou je niet eens merken dat ze meedoet hier.’
Het lijkt allemaal terloops neergeschreven, maar haar woorden treffen doel. Het verhaal blijft boeiend tot het eind. Vacht! is een fijn boek om te lezen.

Cobi van Baars, Vacht!. Amsterdam: Atlas Contact 2025, 224 pp., ISBN 9789025477257 , pb., € 22,99 (ook beschikbaar als e-boek en luisterboek).
Lees meer over Cobi van Baars op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2025
