Column door JACE van de Ven • beeld > Ad Roefs e.a.
Ad Roefs (1953) is architect, vormgever en beeldend kunstenaar. Zo staat het op zijn website die hij wel eens zou mogen updaten. Het klopt, hij is inderdaad architect, vormgever en beeldend kunstenaar en in elk van de drie disciplines maakt hij werk dat meer dan de moeite waard is. En toch klinkt architect, vormgever, beeldend kunstenaar een beetje te officieel bij een man als Ad Roefs. Ondanks dat het woord in de moderne kunst een cliché aan het worden is, kun je hem beter een ‘maker’ noemen. Hij is een praktisch man en maakt dingen met zijn handen.


Dat komt voort uit nieuwsgierigheid en de aandrang om de dingen rond hem heen vorm te geven. Hij vindt vaak letterlijk dingen: een stuk hout, platgetrapte blikjes of grillig gegroeide takken in struiken en bomen, kijkt hoe het in elkaar zit en gebruikt die dingen in zijn kunst. Ze worden stoelen, stukken grafiek of sculpturen. Alles kan, het zoeken naar een nieuwe vorm is de enige leidraad tijdens het werkproces van Ad. Soms doet hij zijn ogen dicht en strijkt met zijn handen langs een object in wording en vaak weet hij dan hoe het verder moet. En weet hij dat niet, dan blijft het ding liggen om tijden later weer te worden opgepakt om voltooid te worden.

Een jeugd in Middelbeers
Ad Roefs bracht zijn jeugd door in Middelbeers waar hij tot zijn vierentwintigste woonde. Als het koud en vochtig was, had hij als kind veel last van zijn luchtwegen waardoor hij ’s winters vaak bedlegerig was. Buiten zag hij leeftijdgenootjes spelen, binnen tekende hij alles en las hij alle boeken. Hij is het altijd blijven doen, alles tekenen en alles lezen.
Toen hij dertien was, kwam de Eindhovense kunstenaar Jo Gijsen in het huis achter dat van zijn ouders wonen. Nog diezelfde week ging de jonge Ad naar hem toe met de vraag of Gijsen hem tekenles wilde geven. Er lagen drie sinaasappels op tafel, Gijsen legde er een papier en een paar viltstiften naast en zei: ‘Begin maar.’ De leerschool van Ad Roefs was een praktische.

En dat bleef zo. Zijn ouders die moderne kunst maar iets raars vonden, wilden dat Ad na de MULO MTS-bouwkunde deed in plaats van een kunstopleiding. Dan hoefde hij niet van honger om te komen en kon hij als architect zijn geld verdienen. Dat heeft hij ook een tijdje gedaan, hij haalde zelfs de diploma’s uitvoerder en opzichter in de bouw en was als zodanig werkzaam en ook tekende hij voor mensen in de Kempen verbouwingen en huizen. Maar vanwege een weinig diplomatieke houding naar opdrachtgevers toe, had hij niet veel werk. De oplossing was dat hij ging werken voor andere architecten, interieurbouwers en aannemers.
Uitvoerend architect Concertzaal
Roefs werkte als architect onder anderen voor OD205 en Jo Coenen. Hij was voor die laatste onder meer uitvoerend architect van Concertzaal Tilburg, een gebouw waarvan hij momenteel de renovatie leidt. Als zelfstandig architect ontwierp hij opvallende creaties als Het Zwijsengebouw (stiltecentrum) van de Universiteit Tilburg (1992) Kantorencomplex De Blaak in Tilburg (2003), Gemeentehuis en appartementen in Bergeijk (2003) en de Uitkijktoren te Moergestel (2013).

Van architectonisch werk vindt Ad Roefs eigenlijk alleen het ontwerpen leuk. Hij heeft een grondige hekel aan vergaderingen en de andere rompslomp die aan elk bouwproject hangen. Waarschijnlijk daarom kan hij zonder enige teleurstelling praten over een mega-ontwerp van hem dat nooit is uitgevoerd, een wielerbaan, het Jan Pijnenburg Velodroom in Tilburg (2003). ‘Het is een fantastisch fenomeen, zo’n baan, zowel qua vorm als qua entiteit. (…) De ovale vorm en de wisselende hellingshoeken. Zonder dat er iets gebeurt, heeft een wielerbaan van zichzelf al snelheid en drukt ze beweging uit.’


De wielerbaan moest gebouwd worden boven de Hasseltrotonde in Tilburg en zou behalve een tweehonderd meter wielerbaan, een middenterrein en een tribune met vijftienhonderd zitplaatsen in zich dragen. Bezoekers zouden van buiten de rotonde met roltrappen ondergronds naar de wielerbaan gaan die in feite boven dat deel van de rotonde hing waar het gewone verkeer rondging. Een prachtig ontwerp, maar het stond eigenlijk onmiddellijk vast dat het nooit gerealiseerd zou worden. Een interviewer vroeg Roefs destijds of een dergelijk ontwerp wel geslaagd genoemd kon worden, wanneer het nooit gebouwd zou worden en daardoor tegen de natuur van een architect in zou druisen. Roefs antwoordde: ‘Voor mij is het geslaagd als ik in mijn gedachten door het ontwerp kan lopen, de materialen voor me zie en de sfeer kan proeven en ruiken.’
‘De natuur is de meest fantastische beeldhouwer die je kunt bedenken.’
Die wielerbaan kwam niet zomaar op in het hoofd van Ad Roefs. Hij is een fanatiek fietser. Niet zomaar een trimmer, maar iemand die zich honderd procent in het wielrennen kan inleven. Zou er reïncarnatie bestaan, hij zou wensen als coureur herboren te worden en dan de Ronde van Vlaanderen winnen.
In het atelier van Ad Roefs staan vooral ontwerpen van stoelen, vaak met poten die oorspronkelijk zich splitsende takken in bomen of struiken waren. ‘De natuur is de meest fantastische beeldhouwer die je kunt bedenken.’ Er is een meubel dat je uit elkaar kunt halen om alleen platte vlakken over te houden. ‘Handig om mee te nemen.’ Boeken van het begin tot het einde volgetekend. Gevonden voorwerpen waarop met behulp van acryltransfer – zoek zelf maar een op hoe dat werkt, iedereen kan het – afbeeldingen zijn aangebracht. Eigengemaakte foto’s en grafiek en allerlei ontwerpen met soms gedeeltelijk plastische en gedeeltelijk geometrische vormen.


Halftijds architect
In het atelier niet te zien, is dat hij ook nog installaties bouwt, tentoonstellingen voor anderen samenstelt en buitenlandse kinderen met het maken van kunst in aanraking brengt. Wat hij allemaal doet, staat redelijk haaks op wat je verwacht bij een gekwalificeerd architect. Hij is dan ook maar voor vijftig procent actief als architect, voor de noodzakelijke inkomsten. De rest van de tijd maakt hij autonome kunst, wat velen niet weten, omdat hij er anderen er niet mee lastig wil vallen. Volkomen ten onrechte vraagt hij zich af, of zijn kunst wel de moeite waard is. Maar zijn bescheidenheid is ook een soort zelfbescherming: ‘Als je relativeert mag je fouten maken.’


Het is de nieuwsgierigheid die Ad Roefs drijft, die hem dingen uit elkaar doet halen om ze anderszins weer in elkaar te zetten, die hem voorwerpen als ready-mades uit de natuur doet plukken om ze als onderdeel van een nieuw kunstwerk te tonen. Roefs toont je een andere kijk op de dingen om ons heen. Een heel duidelijk voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld de trap die hij plaatste in een bos bij Heeswijk-Dinther. Dat is een bos van grove dennen. Als je op de begane grond loopt, zie je de bruine, half vergane takken van de bomen en verkleurde naalden, klim je de trap op, kijk je uit over jonge spruiten met dennenappels.
Ad Roefs begeeft zich graag in het ongewisse, maar blijft daar niet hangen. Na er rondgekeken te hebben, neemt hij een besluit en maakt iets. Dat leidt tot bijzondere dingen.
Bekijk het videoportret van Ad Roefs (modesty in architecture) op Internationals Art Channel Foundation
Meer columns van JACE van de Ven op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2025

Wat leuk om te lezen! Je hebt in 1981 ons huis getekend. We wonen er nog steeds met veel plezier