Stijn van der Loo ging voor zijn nieuwe roman school bij Louis Ferdinand Céline

In zijn zesde roman ‘De strijd van Gulleman’ beschrijft Stijn van der Loo niet alleen hoe zijn hoofdpersoon kanker overwint, maar ook hoeveel moeite het Gulleman kost om daarna het leven weer op te pakken. Lezers van Brabant Cultureel maakten al kennis met Gulleman die nu dus ook een romanpersonage is geworden.

door Camiel Hamans

Er zijn twee soorten schrijvers, auteurs die telkens hetzelfde boek schrijven en het onder een nieuwe titel presenteren aan de fans – de late Reve bijvoorbeeld – en schrijvers die zich elke keer opnieuw uitvinden. Voor wie Stijn van der Loo (Eindhoven 1963) alleen kent van zijn debuut De Galvano (2004) en zijn vorige roman De wilde binnenvaart (2021) zal hem indelen bij de eerste categorie. Beide boeken bewijzen hoe Van der Loo een plot weet te verbinden met belangstelling voor technisch vakmanschap dat hij presenteert alsof zijn kennis niet op research maar op eigen ervaring is gebaseerd. 

Stijn van der Loo. Foto > Simon van Boxtel

Zijn tweede roman De held Jacob Mulle (2006), over een mislukkende biologiedocent die uiteindelijk verward raakt in erotische intriges van een afgewezen leerling, lijkt bij deze indeling aan te sluiten, want ook dit verhaal geeft blijk van een grote vertrouwdheid met het milieu waarin de geschiedenis speelt. Slopers (2012), de overlevingsstrijd van twee broers die een plattelands slopers- annex terrazzobedrijf runnen in de tijd van de Marshallhulp, wijkt niet af van dit patroon, ook al is het boek in besprekingen ten onrechte wel een streekroman genoemd.

Veeleer vertwijfeling

Het boek Kleine helden zijn wij (2018) laat echter een geheel andere Stijn van der Loo zien, een man die aan de kant werd gezet door zijn vrouw en die, terwijl hij zich staande probeerde te houden, ineens ook nog de dagelijkse zorg voor een dementerende moeder op zijn schouders kreeg. Hier geen inkijkjes in machinekamers of handleidingen voor een industrieel proces, maar veeleer vertwijfeling. De nieuwste Van der Loo, De strijd van Gulleman, sluit bij dit boek aan, maar zonder wanhoop.

Weliswaar beschrijft De strijd van Gulleman hoe de hoofdpersoon reageert op een aangezegde dood en hoe hij ondanks alle slechte vooruitzichten toch herstelt, maar het is geen somber boek. Terecht noemt Van der Loo in interviews deze roman ‘mijn vrolijk kankerboek’. Het gaat over zijn gevecht met kanker, maar tegelijkertijd kankert de hoofdpersoon de hele roman door. Gelukkig op een zo hilarische manier dat de lezer om de haverklap in schaterlachen uitbarst.

Niet voor niets komt een van de motto’s voorin dit boek van Louis-Ferdinand Céline (1894-1961). En bekent de auteur, wanneer een verpleegkundig assistent hem vertelt dat ze haar ervaringen in het ziekenhuis ‘van zich afschreef’, dat ze hem daarmee voor zich innam: ‘Tenslotte is degene die mij het schrijven in heeft gelokt de arts Céline, de medische wereld is behoorlijk vertegenwoordigd in de literatuur (…)’(blz. 178-179). Céline speelt niet alleen een rol als medicus in dit boek. Stijn van der Loo heeft hem grondig bestudeerd en heeft het kankeren vakkundig van hem afgekeken. Voor wie de overige activiteiten van de schrijver, musicus, componist en documentaire filmer Van der Loo kent, zal dit geen verrassing zijn. In zijn reeks gefilmde vertalersportretten zegt Van der Loo in de eerste minuut van zijn gesprek met Célinevertaler Mani Kummer eveneens hoe Céline hem tot het schrijven heeft gebracht 

Werkelijkheid en roman liggen dicht bij elkaar

De strijd van Gulleman laat zien hoe dicht ook in andere opzichten de werkelijkheid en deze roman bij elkaar liggen:

Ik klink misschien verongelijkt, en dat ben ik ook, want ik doe het geesteswerk waarin De Grote Zuidelijke Stad heeft geëxcelleerd, alleen dan aan een kant die nauwelijks wordt beloond. De artistieke kant. Schampert u al? Ik ben schrijver en componist, want in de kunsten moet je meerdere vakgebieden bespelen om aan een inkomen te komen, dat alleen al. Schrijver en componist, dat zijn geen fijne woorden meer, hè. Gewaardeerd word ik wel, hoor, meer dan me lief is, het is Gulleman voor en Gulleman na, maar geld zit niet in die waardering. Kortom, ik heb het nakijken bij al die meewarige miljonairs om me heen. Ik ben de nar.

Het enige dat ontbreekt aan deze Célineske uitbarsting zijn de puntjes waarmee Céline zijn kankermonologen afsloot.

Ook al is de strijd tegen de kanker de rode draad in dit boek, de auteur heeft veel meer noten op zijn zang, zoals het hiervoor gepresenteerde citaat al suggereert. Gulleman en zijn gezin, ‘mijn lieve vrouw’, zoals ze continu wordt genoemd, en de laatste nog thuiswonende jonge dochter Frêle, wonen in een buitengebied, in de oude boerderij van een agrarisch ondernemer die net als alle anderen buurtgenoten voor zichzelf een kapitaal pand heeft neergezet. De Gullemannetjes zijn in de buurt de enige huurders en dit leidt tot een eeuwigdurende strijd, voornamelijk in het hoofd van Gulleman, tussen arm en rijk, tussen Huursen en Koopsen – zijn moderne variant van de Hoekse en Kabeljauwse Twisten. Gullemans solidariteit ligt vanzelfsprekend bij have-nots:

Al het kwaad komt uiteindelijk van de rijken. De armen zijn meestal wel slecht, maar ze kunnen niets bewerkstelligen, behalve wat opsnijerij, een sporadisch diefstalletje, een beroving of een moord. Het rijke volk weet zijn slechtheid om te zetten in beleid. Voor zichzelf, tegen een ander. Daarmee gaat de hele wereld naar de haaien.

Een wereld vol dissonanten

Aan deze strijd tegen de onrechtvaardigheid heeft Gulleman, ondanks zijn gezondheidsperikelen, nog niet genoeg. Als hij uit de dood is herrezen, weet hij zich niet goed raad met zijn herwonnen leven. ‘Ik verlang naar een wereld als een orkestwerk, waarin we samenklinken en elkaar opstuwen tot een magistrale samenklank, een gebouw van muziek en harmonie’. Helaas blijkt Gullemans wereld vol dissonanten, waartegen hij vindt ten strijde te moeten trekken. Een van die gevechten is zijn handdoekenoorlog. Gullemans twee overige huisgenoten nemen het niet zo nauw met het handdoekengebruik en drogen zich vaak af met de zijne. Dus koopt hij nieuwe setjes, waarop hij de verschillende namen laten borduren. Zonder succes natuurlijk.

Lees terug op Brabant Cultureel: Een handdoek met mijn naam.

En was dit nu maar de enige strijd die de snel overprikkelde Gulleman voert: er wachten hem een groenbak die spoorloos is verdwenen, een houtkachel met problemen, een glimmende tweedehands elektrische bolide die veel te duur blijkt, een buurtvereniging die een lied wil voor het jubileum, enzovoort. Het lastigste gevecht is dat om werk. Door zijn ziekenhuisopname heeft Gulleman een tijd geen schnabbels en opdrachten meer kunnen aannemen. Dus is men hem in die wereld al zo goed als vergeten. Misschien moet hij daarom een baantje nemen. Via een culturele advertentie stuit hij op aflegger in een mortuarium. En dan komt de andere Stijn van der Loo ineens weer boven met een gedetailleerde en daardoor perfect in de sfeer van dit verhaal passende cynische beschrijving hoe een dode professioneel wordt afgelegd.

Het Boek Job

Toch eindigt de strijd niet in een nederlaag. De gezondheid is herwonnen en er daagt een redder aan de horizon: het Bijbelgenootschap benadert Gulleman met de vraag of hij een eigentijdse bewerking wil maken van het Boek Job, een cantate waarvoor hij zowel tekst als muziek mag schrijven. En er blijkt budget voor te zijn, een aanzienlijk bedrag zelfs. Gulleman, onverwacht door de opdrachtgever per telefoon benaderd toen hij een dutje deed, moet even bijkomen en vraagt hoe het Boek Job afloopt. Hij herinnert zich nog slechts dat Job een opeenstapeling van ellende kreeg te verwerken. De vertegenwoordiger van het Bijbelgenootschap antwoordt:

Ja, hoe lopen dit soort verhalen af! In het Bijbelverhaal vraagt Job aan God: “Waarom heb je me zo op de proef gesteld? Was ik soms niet vroom genoeg?” Waarop God zegt: “Waar was jij toen ik de wereld schiep?” En Job, de goede verstaander, “buigt ootmoedig het hoofd”. Schitterend hè?
Ik zwijg.
‘Ja,’ zegt het Bijbelgenootschap ongevraagd. ‘Hoe zouden we dat tegenwoordig zeggen als het lot een mens ineens ten gunste keert? “Je hebt geluk gehad”? En nee, het geluk kunnen we niet bevragen. Dat heeft geen beweegredenen.’
‘Ik zal die laatste Job-tekst er wel in verwerken,’ zeg ik. ‘Als een koraal.’

Een goede verstaander zal in deze roman vele lagen vinden, mits hij tussen de lachbuien tijdig de tranen uit zijn ogen wrijft. Dan ziet hij wat Stijn van der Loo in zijn meeslepende stijl voor de lezer verstopt heeft in de vertelling toen hij zijn eigen wereld herschiep in die van Gulleman.

Stijn van der Loo, De strijd van Gulleman. Amsterdam: Querido 2025, 246 pp., ISBN 978-90-214-8205-7, pb. € 21,99. E-book ISBN: 978-90-214-8206-4, € 11,99.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *