Column door JACE van de Ven •
Zoals we op Brabant Cultureel al aankondigden, presenteerde componist Tom America op 9 oktober 2025 in het Amsterdamse Arti et Amicitiae zijn nieuwe cd ‘ja ik ben vastgelopen’. Dat ‘vastgelopen’ in de titel slaat op de van oorsprong Tilburgse kunstfotograaf Paul Bogaers die sinds een jaar of vijf in Amsterdam woont en die twee jaar geleden stopte met zijn kunstfotografie. Hij zag het niet meer zitten, voelde er niks meer bij. ‘Ik kón niet meer doorgaan’, vertelde hij Tom America toen die hem belde met de vraag hoe het ermee ging. Bogaers (64) en America (76) kennen elkaar al meer dan vijftien jaar en werkten soms samen aan projecten.

Wat Bogaers hem vertelde, bleef rondspoken in het hoofd van America en dus belde hij opnieuw naar Amsterdam. In het gesprek dat volgde, kwamen de twee tot de overtuiging dat het stoppen met kunst van Bogaers weliswaar iets persoonlijks was, maar ook universeel. ‘Mislukken of falen is een aspect van het kunstenaarschap dat onderbelicht is. Waarom? Omdat het niet aantrekkelijk is’, concludeerden de twee. America voegt eraan toe: ‘Misschien zijn er wel kunstenaars die hun kunstje blijven herhalen, terwijl ze er niks meer bij voelen. Ik vind het een kwestie van zuiverheid als je daar wel consequenties aan verbindt, zoals Paul gedaan heeft.’
Mislukken of falen is een aspect van het kunstenaarschap dat onderbelicht is.
Bogaers: ‘Het grappige is, dat kunstenaars en kunstliefhebbers schrikken als je zegt: ik hou ermee op. Je verlaat hun sector, ze gaan zich afvragen: hoe zit het met mij?’ America: ‘Buiten de kunst kan het niemand iets schelen.’ Bogaers: ‘Voor de kunst ben ik dood, maar ik leef toch nog. Na een tijdje zonder inkomsten uit de kunst, raakte mijn geld op en moest ik een bron van inkomsten vinden. Ik ben onder meer schoonmaker geworden. Naar alle tevredenheid.’

Voor de cd liet Tom America Paul Bogaers zijn verhaal vertellen, nam het integraal op en koos er de zinnen uit die hij nodig dacht te hebben. Zoals hij altijd werkt, ook als hij dichters of dialectsprekers aan het woord laat. Hij laat weg, herhaalt, benadrukt en maakt de woorden tot bouwstenen in een muzikale compositie. De dichter Ingmar Heytze schreef een intro op ‘ja ik ben vastgelopen’ en merkt terecht op: ‘Want dat is het geheim van Tom America: Hij hoort muziek in wat iemand zegt en in hoe het wordt gezegd. Hij voorziet stemmen en hun woorden van een nieuwe context, een beetje zoals Duchamps dat beroemde urinoir in een museum zette, in de kern onaangetast, en toch volkomen getransformeerd.’
Een andere treffende vaststelling van Heytze is de zin: ‘We luisteren naar Paul Bogaers, die noodgedwongen is gestopt met het maken van kunst, maar daar in de toonzetting van Tom America weer zo over praat dat het resultaat vanzelf – nee, niet vanzelf. maar áls vanzelf – kunst wordt.’ Ja, zo is het, maar Bogaers figureert hier natuurlijk wel in een kunstproduct van Tom America. Met behulp van hemzelf is er door een ander een bijzonder portret van hem gemaakt. Het is maar voor een minimaal deel zíjn kunst. Wel is het natuurlijk zo, dat de kunstfotografie die Paul Bogaers vóór eind 2023 maakte als oeuvre zal blijven bestaan. Hij kan zijn verleden niet uitwissen. Ooit geloofde hij in wat hij maakte.
Uiteraard is kunst nutteloos, maar daarom is zij juist zo belangrijk
Er zijn kunstenaars geweest die aan het eind van hun leven, hun werk overziende, opeens begonnen te twijfelen. Zij vonden dat ze niet hadden kunnen presteren wat ze hadden willen presteren. Zo vroeg de Romeinse dichter Vergilius op zijn sterfbed om alles wat hij geschreven had te verbranden, het was niet goed genoeg. Velen die zijn dichtregels na tweeduizend jaar nog lezen, denken daar anders over.

Tom America laat het op ‘ja ik ben vastgelopen’ niet bij het verhaal van Paul Bogaers alleen. Hij bracht een contrapunt aan via bijdragen van de kunstenaars Joost Conijn, ‘een wolk van angst’, en van Jos Houweling. Met Joost Conijn stipt America niet de figuurlijke angst om te vallen aan, maar de letterlijke angst. Conijn bouwde onder meer zelf een vliegtuig waarmee hij heuse vluchten maakt. Hij laat zijn creativiteit door niets begrenzen en strijdt voor zijn kunst, desnoods tegen alle conventies in. Houweling praat op de cd onder meer over het nut van kunst. En in de slotcompositie kan hij er kennelijk mee leven dat kunst geen nut zou hebben. Hij zegt onder meer: ‘Mijn werk bestaat uit nutteloosheid. Een enkele keer mooie nutteloosheid.’
Uiteraard is kunst nutteloos, maar daarom is zij juist zo belangrijk en kun je er op ludieke wijze het leven mee verbeelden. Maar voor Bogaers zal het allemaal wel. ‘Ik kwam erachter dat ik ook zonder camera kan leven’, vertelt hij. ‘Leven is de wereld ervaren en een kunstenaar ervaart het leven in dienst van zijn kunst. Zie ik iets wat ik daarin kan gebruiken? Dat wil ik niet meer. Ik wil er gewoon zijn. Dat is genoeg. Het is een verrijking om het leven te leven zonder de kunst tussen het leven en mij. Het is goed zoals het nu is. Alles gaat voorbij, ook de kunst gaat ooit voorbij.’
Sommige mensen zeggen tegen Paul Bogaers bij wijze van troost dat het wel weer terugkomt, zijn zin in kunst, maar voor Bogaers zelf hoeft dat helemaal niet. Anderen vragen hem waarom hij geen kunst maakt over zijn twijfel. Ook daar heeft de ex-fotograaf geen behoefte aan. En ik denk dat hij gelijk heeft. Bij teveel twijfel verandert creativiteit in zwoegen zonder bezieling. Een herhalen van iets wat je al wist.
En toch zou het natuurlijk zo kunnen zijn dat Paul Bogaers terugkeert in de kunst. Bogaers zit er voorlopig niet op te wachten, maar het zou zomaar kunnen dat hij na jaren zijn camera opnieuw oppakt, uit nostalgie voor mijn part, dat hij zomaar enkele foto’s maakt en daarmee aan de slag gaat, dat hij daardoor ongemerkt in een stemming komt die bijna automatisch leidt tot vervolghandelingen. Met andere woorden: dat hij opeens weer weet hoe het verder moet met die kunst. Zou zomaar kunnen. Wie ermee behept is, kan volgens mij een kunstenaarsblik niet zomaar afleggen. Die is deel van hoe hij of zij in elkaar zit. Een dergelijke kunstenaar is als een slapende vulkaan.
Lees hier andere columns van JACE op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2025

Goed stukje. Ik begrijp Paul helemaal en heb er zelf ook mee te maken. Mooie collaboratie.
Paul Bogaers spreekt niet alleen diepe waarheden uit maar hij leeft ze ook. Volgens mij noemen ze dat authentiek (net zo als Joost Conijn dat op zijn manier ook is).