De metalen beelden van Juul Rameau verraden een grafische achtergrond, waarbij de wisselwerking tussen vorm en restvorm een belangrijke rol speelt. De laatste jaren experimenteert zij met een meer driedimensionale vormgeving, wat best lastig is met het weerbarstige materiaal. ‘Biophilia’, het belang van het in contact staan met de natuur, is haar drijfveer en dat wil ze uitdragen met haar werk.
Atelierbezoek door Irma van Bommel • Fotografie > Joep Eijkens
Juul Rameau (1982) heeft net een weekend met ‘open atelier’ achter de rug op haar nieuwe werkplek aan de rand van Berlicum. Dat organiseerde zij ter ere van haar twintigjarig jubileum als beeldend kunstenaar. Daardoor staat er nog veel werk uitgestald en kan ze aan de hand daarvan vertellen over haar ontwikkeling. Het werk oogt heel grafisch en dat blijkt ook wel te kloppen. Ze volgde haar opleiding aan de HKU in Utrecht en studeerde af in de richting grafiek. Jarenlang maakte zij voornamelijk etsen tot ze zo’n twaalf jaar geleden een lascursus volgde en het idee opvatte haar grafische patronen te gebruiken voor beelden in metaal, voornamelijk cortenstaal.

Veel technische vaardigheden
Met metalen beelden begon ze in haar toenmalige atelier op Sectie C in Eindhoven. Toch is die stap van grafiek naar beelden niet zo groot, vindt ze zelf. Grafiek is immers ook een vorm van kunst waarbij veel technische vaardigheden komen kijken. Als etsplaat gebruikt ze zink en maakt ze op groot formaat prenten met organische patronen. De schetsen van de patronen scant ze nu in waarna het digitaal kan worden ingelezen door een computergestuurde lasersnijder.


Het uitsnijden van de patronen in dikke platen metaal besteedt ze uit. Daar zijn immers grote en dure machines voor nodig, zoals het net genoemde lasersnijapparaat. In Noord-Brabant is de high-end metaalindustrie gevestigd, vertelt ze, waardoor er genoeg bedrijven zijn waartoe ze zich kan wenden. Elke nieuwe metaalbewerkingsmachine vergroot de mogelijkheden. Metaal kan op drie manieren worden aangeleverd, als staf (massief), koker en plaat, in verschillende diktes. Rameau gebruikt vooral staf en plaat. Voor de restvormen die overblijven na het snijden van patronen uit platen weet ze vaak weer een toepassing te bedenken.
Maar ze leerde ook omgaan met een plasmasnijder waardoor ze zelf met de hand patronen in metaal kan uitsnijden. Uiteraard gaat het dan om dunne platen metaal. “Metaal is hard en het is eigenlijk niet handig om in metaal organische vormen te maken. Er komen veel krachten bij kijken én er is technische kennis vereist.” Dat geldt vooral voor uitgesneden vlakke patronen die ze in een driedimensionale vorm wil dwingen, bijvoorbeeld door hameren. De verschillende onderdelen last ze zelf aan elkaar. De materialen die ze gebruikt zijn vooral cortenstaal maar ook RVS (roestvast staal), beiden geschikt voor buiten, en staal voor binnen.


Zoeken naar universele vormen
Rameau haalt haar inspiratie uit de natuur, maar neemt vormen en patronen niet letterlijk over. Ze abstraheert de vormen waardoor die associaties oproepen zonder direct herkenbaar te zijn. Zo zoekt ze naar universele vormen en maakt daar variaties op. Handig om zodoende seriematig te werken.
Haar kantoorruimte is tevens ‘Wunderkammer’ waar ze haar inspiratie vandaan haalt. Vitrinekasten en ladekasten liggen vol met zaden, schelpen, stenen en takjes. Veel komt uit Australië, waar ze een aantal jaren heeft gewoond. Ze baseert zich op ‘Biophilia’, een filosofie die stelt dat we gelukkiger worden als we in contact staan met de natuur.

Rameau maakt zowel autonoom werk als kunst in de openbare ruimte. Uit haar autonome werk kunnen weer opdrachten voor particulieren voortkomen. In Noord-Brabant zijn een aantal werken van haar in de openbare ruimte te zien, zoals ‘Groen Goud’ bij het NS-station in Best, waarbij het groene goud verwijst naar de populieren die van oudsher veel in de streek voorkomen. Op een rotonde in Son en Breugel verrees in 2019 een beeld in het kader van vijfenzeventig jaar bevrijding. Het beeld bestaat uit bogen; in het atelier staat een maquette.

Geabstraheerde zaadlobben
In opdracht van Smeulders Interieurgroep in Nuenen maakte ze beelden geïnspireerd op de vorm van zaadlobben. ’s Avonds zijn die beelden fraai verlicht. Zaadlobben worden geassocieerd met ontkiemen en dat staat voor de kunstenaar symbool voor het tot bloei laten komen van creativiteit en kennis. Deze symboliek verwerkte ze ook in een kunstwerk op Brainport Industries Campus (BIC1) bij Eindhoven Airport dat daar in 2019 is geplaatst. Hier wordt ook nog een link gelegd met samenwerking, verbinding en het opdoen van nieuwe ideeën. Dat visualiseerde ze met beelden in de vorm van geabstraheerde zaadlobben met uitwaaierende zaadjes en het aanbrengen van blindengeleide noppen op de grond in de vorm van synapsen, de communicatieknooppunten in de hersenen.
Dit jaar maakte zij in opdracht van de Molukse gemeenschap in Nistelrode een monument voor eerherstel van de KNIL-militairen die na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland kwamen. De Molukse Nederlanders vroegen haar om in het kunstwerk de poort te verwerken van het woonoord waar de oud KNIL-militairen met hun gezinnen werden gehuisvest. Rameau voegde daar een boot, golf, orchidee en traditionele Tifa-trommels aan toe, als verwijzing naar de boottocht en de herkomst. Ook zijn de namen verwerkt, niet alleen van de mannen, maar op verzoek ook van de vrouwen die naar Nederland zijn gekomen.
Interactie tussen vorm en restvorm
De symboliek in de kunst in de openbare ruimte zorgt voor gelaagdheid. Haar vrije werk is ook symbolisch maar op een andere, meer subtiele manier. Altijd is er de link met de natuur. Werken uit de serie ‘Botanica’ zijn van cortenstaal en dus geschikt om in de tuin te zetten. Overigens voert zij de plantenmotieven ook in het klein uit. En ze maakt nog meer kleine objecten zoals sieraden waarbij ze op eenzelfde manier als bij haar beelden speelt met de interactie tussen vorm en restvorm. En van restmaterialen maakt ze bijvoorbeeld geabstraheerde dierfiguren.


Losse objecten kunnen worden samengevoegd tot installaties. Dat is het geval met werken uit de serie ‘Floral Sculpturen’ voor de Keukenhof die net zijn teruggekomen. Na jaren vooral gewerkt te hebben aan opdrachten voor de openbare ruimte legt Rameau nu meer de focus op autonoom werk. Zij experimenteert met uitdeuken door zelf met een hamer aan de achterkant te slaan zodat er een bolvorm ontstaat. Die ze dan verderop weer wil terugslaan. “Als je hier een klap geeft, komt er daar beweging”, legt ze uit. Om beschadigingen aan de voorkant te voorkomen gebruikt ze bij het hameren doekjes en kussentjes.


Werk van Rameau is regelmatig te zien in galeries en beeldentuinen. Ook is zij onlangs toegelaten als lid van Pulchri Studio in Den Haag, wat nieuwe mogelijkheden biedt.
Lees meer afleveringen uit de serie Atelierbezoek op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2025







Hartstikke leuk om jullie te mogen ontmoeten en ontvangen in mijn atelier.
Hartelijke groet,
Juul Rameau