Henk Cornelissen dobbelde het toeval bij elkaar

Toeval bestaat, ook al vinden we dat vaak irritant. Zekerheid geeft rust, aan toeval moeten we ons overleveren. Henk Cornelissen, grafisch ontwerper en beeldend kunstenaar doet dat al bijna veertig jaar vol overtuiging. In zijn werken speelt hij een spel volgens door hemzelf opgelegde regels en met altijd ruimte voor toeval. Vrijwel die hele periode bleef zijn werk grotendeels onzichtbaar, maar nu laat een boek zien wat toeval en een vaste hand vermogen. 

door Lauran Toorians

Selecteren, ordenen en tellen zijn activiteiten die diep in onze natuur zitten. En overigens niet alleen in de menselijke natuur. Vaak zijn ze functioneel en waar ze dat niet zijn, wordt het ritueel of kunst. Henk Cornelissen maakte er zijn levenswerk van. Cornelissen werd in 1941 geboren in Ginneken en Bavel (niet dat hij niet kon kiezen, maar zo heette de betreffende gemeente toen) en werd opgeleid aan de kunstacademie St. Joost in Breda. Na aansluitend zijn militaire dienstplicht te hebben vervuld, trok hij in 1965 naar de Verenigde Staten waar hij een glanzende carrière beleefde als grafisch ontwerper bij verschillende bureaus van naam.

Kerstzegel werd eindejaarszegel

Nadat zijn dochter was geboren, keerde hij met zijn gezin in 1971 terug naar Breda waar hij aan de slag ging als parttime docent grafische en typografische vormgeving aan St. Joost. Daarnaast had hij met een collega van 1975 tot in 1983 het ontwerpbureau Cornelissen & Kruijsen. In 1984-1985 was hij hoofd van de ontwerpafdeling van de NOS in Hilversum en vervolgens was hij van 1985 tot in 2000 docent, afdelingsvoorzitter en stagebegeleider op de academie St. Joost. In 1987 kreeg hij de opdracht om Kerstzegels te ontwerpen voor de PTT. Hij wist die opgave om te zetten naar meer neutrale ‘eindejaarszegels’ wat leidde tot een reeks abstracte zegels met stippenpatronen die werden uitgebracht in boekjes met twintig zegels met vijf patronen. Dit was voor het eerst dat de PTT op deze manier – in een boekje in plaats van op een groot vel – postzegels uitbracht.

Henk Cornelissen, Gedeelte van het boekje met eindejaarszegels uit 1987.

Voor Cornelissen betekende dit een doorbraak die hem deed besluiten door te gaan met vrij werk: ‘eindeloos schetsen en variaties maken [… en] als er beperkingen zijn dan bedenk ik ze zelf en laat ze niet door een ander opleggen’. Zijn adagium daarbij werd ‘Wat ik doe is mezelf, snap je?’ Dat lijkt haaks te staan op zijn vroegere reactie op matig werk van studenten wanneer die zeiden het alleen voor zichzelf te hebben gemaakt. Dat vond hij onvoldoende.

Henk Cornelissen, 1991. Naast zijn werk als ontwerper gaf hij ruim 30 jaar les op Kunstacademie St. Joost in Breda en aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Foto > Jeske van der Poel

De doorgewinterde gokker zoekt een systeem

Het verschil lijkt erin te zitten dat hij zijn vrije werk niet voor zichzelf maakt – niet met zichzelf als maatstaf of het goed is – maar dat hij zichzelf erin legt. Hij formuleert een aantal strenge regels vooraf en schept zo een kader waarin het werk moet ontstaan en in die zin schikt de kunstenaar zich naar het werk waarvoor hij zelf de regels opstelde. Daarin zit dan wel altijd ruimte voor toeval, want eigenlijk gaat al het vrije werk van Cornelissen over toeval.

Daarmee zijn we terug bij ‘selecteren, ordenen en tellen’, want wij mensen willen patronen zien die ordelijk zijn en liefst ook voorspelbaar. Toeval, en erger nog: chaos, verstoort dat en leidt tot onzekerheid. Natuurlijk vinden we dat ook spannend, anders zou nooit iemand een loterijlot kopen of een weddenschap afsluiten. Maar de doorgewinterde gokker zoekt altijd weer een systeem of iets wat houvast biedt, al is het maar een talisman. Cornelissen bespeelt het toeval het liefst met dobbelstenen, maar ook roulette had zijn aandacht en soms begon hij gewoon met het willekeurig uitstrooien van simpele voorwerpen, tot en met de takjes die duiven laten vallen bij het bouwen van een nest.

Henk Cornelissen, 2 Pigeons trying to build a nest, 2004. Cornelissen raapte hiervoor in de tuin de takjes op die duiven lieten vallen bij het bouwen van een nest. Hij liet ze willekeurig vallen op een blad papier en tekende de vormen na. Dit werd vijf keer herhaald, waardoor de gelaagdheid in het beeld ontstond.

Kans van 1 op 279.936

De meest magistrale manier waarop Cornelissen het toeval uitdaagde was door de letters van het woord TOEVAL te koppelen aan een normale dobbelsteen, dus 1 = T, 2 = O, 3 = E en zo verder. Door zes keer achter elkaar met een dobbelsteen te gooien, is het dan mogelijk dat je een keer achter elkaar de getallenreeks van één tot en met zes gooit, en dus het woord ‘toeval’. De kans dat dit lukt is 1 op 279.936 en natuurlijk is mogelijk dat je dit al na een uurtje voor elkaar hebt, maar de kans is vele malen groter dat het wat langer duurt. Cornelissen begon in 1992 en pas op donderdag 9 januari 2003 gooide hij TOEVAL, na 516.228 keer een dobbelsteen te hebben geworpen.

Henk Cornelissen, Toeval Blad No. 55, 1998. De onderstreepte ‘woorden’ bevatten alle letters van het woord ‘toeval’, maar in de verkeerde volgorde.

Er was ook geen sprake van manisch steeds weer een dobbelsteen laten rollen, want Cornelissen documenteerde elke worp nauwkeurig op grote vellen papier waarop hij systematisch bijhield wat hij elke keer gooide en ook markeerde wanneer wel alle zes de vereiste letters tevoorschijn kwamen, maar niet in de goede volgorde. En met het gooien van TOEVAL was het project nog niet af, want vervolgens puzzelde hij nog alle andere patronen die zijn dobbelen tot stand had gebracht bij elkaar.

Dagelijks uren lang op zolder

Sinds hij zich in 1988 volledig op het vrije werk en op het toeval heeft gestort, werkt Cornelissen dagelijks lange uren op zijn zolder. De opmerking dat hij daarmee zijn vrouw wel erg veel alleen laat en er weinig overblijft om dingen samen te doen, pareert hij met de opmerking dat hij haar toch ook al die uren vrij laat om haar eigen gang te gaan. Dat klinkt nogal monomaan, maar dat is misschien een al te lichtvaardig oordeel van een buitenstaander.

Henk Cornelissen aan het werk op zijn zolder. Foto > Bas Wilders

In het boek dat nu over en met het werk van Henk Cornelissen is gemaakt, valt het begrip monnikenwerk. Dat suggereert een soort religieuze overgave en een hoger doel, wat er voor Cornelissen niet is. Het doel is het werk en dat is een realisatie van hemzelf, ‘snap je?’ Het werk heeft geen ander doel dan tot stand te komen binnen de door Cornelissen geformuleerde regels en het door hem toegelaten toeval in de vorm van een dobbelsteen met zes of meer vlakken, een willekeurig getrokken beginlijn of een losse strooiing. Elke keer ontstaat er weer een verrassend patroon.

Volkomen zinloos

Het resultaat is belangrijk, maar minstens zo belangrijk is de manier waarop dat resultaat wordt bereikt. Het proces heeft alle kenmerken van ritueel. Het is volkomen zinloos. Cornelissen doet het omdat hij het doet en omdat ook hij steeds weer wordt verrast door het resultaat. En dat schept dan weer structuur, en orde. Dat zien we graag. Het doet denken aan het enigmatische ‘Glasperlenspiel’ uit de gelijknamige roman van Hermann Hesse. Een spel dat de chaotische wereld geen orde oplegt, maar wel hanteerbaar maakt.

Henk Cornelissen, 3226 / 1-20, 2018. ‘Op een grid van 49 horizontale lijnen op een onderlinge afstand van 1 cm, plaats ik rijen van maximaal 20 oplopende cirkels met een cirkelmal. De gridlijn loopt door het hart van de cirkels. Met een twintigzijdige dobbelsteen bepaal ik hoeveel cirkels er oplopend worden gezet. Ik werk van links naar rechts en doorlopend op de volgende regel. Totaal zet ik 3226 cirkels. De onderliggende afstand van de cirkels is de vaste afstand van de cirkels op de mal.’

In het boek zijn ongeveer 530 van de meer dan 750 werken die hij maakte tussen 1988 en 2025 opgenomen. Ze zijn allemaal op hetzelfde formaat op papier gemaakt en in het nog steeds kloeke boek verkleind opgenomen. Cornelissen werkt ondertussen gestaag door en een volgende druk kan dus zomaar nog dikker worden. Naast de werken bevat het boek enkele verhelderende, inleidende artikelen door vrienden en kenners van zijn werk, een interview met de kunstenaar en een foto-essay dat laat zien dat het atelier op zolder een stuk minder ordening kent dan de werken die er worden gemaakt. Dat stelt gerust. Het jagen op toeval is mensenwerk.

Ton Homburg e.a., Gestructureerd toeval. Henk Cornelissen: wat ik doe is mijzelf. Eindhoven: Lecturis 2025, 432 pp., ISBN 978-94-6226-549-3, hb., € 55,00. https://lecturis.nl

Bij beeld voorpagina en ondergrond cover Gestructureerd toeval: Aantallen zichtbaar maken is een terugkerend thema. In dit werk wordt als basisvorm het blad in vierkanten verdeeld die diagonaal zijn onderverdeeld. Met een dobbelsteen van 1 tot 12 wordt per half vierkant bepaald hoeveel puntjes worden gezet. 12=1200 puntjes, 1=100 puntjes. Er is van boven van links naar rechts gewerkt. Totaal worden 449.000 puntjes gezet wat een gemiddelde betekent van 668 puntjes per half vierkant.

Reacties (2)

  1. Pieter Vlamings schreef:

    Het is een prachtig boek. Ik heb het in mijn bezit!!
    Hier is met ziel en zaligheid door de makers aan gewerkt.
    Mooi gedrukt. Zorgvuldig vormgegeven en voorzien van prachtige aanvullende essays.

  2. René Pijnenburg schreef:

    Dag Lauran,

    Hartelijk dank voor de mooie bespreking van het het werk en de monografie van Henk.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *