Over de werkelijkheid en het eigen geweten

Column door JACE van de Ven

Soms heb je van die momenten dat je geen letter op papier krijgt. Al drie dagen achter elkaar heb ik me voor de computer gezet om mijn tweewekelijke persoonlijke kunstverhaal te schrijven voor Brabant Cultureel. In mijn hoofd construeer ik verschillende gedachtegangen waar ik best tevreden over ben, alleen, het komt er niet uit.

Nou gebeurt dat ooit meer. Ik denk dat elke schrijver wel eens heeft dat een redenering in zijn hoofd klaar schijnt te zijn, maar niet in woorden en zinnen gevat lijkt te willen worden. Meestal komt dat volgens mij, omdat je teveel ineens wilt vertellen. Begin opnieuw, met weinig beweringen tegelijk en bouw zo langzaamaan je betoog op. Zijn de bouwstenen daarvan al te simpel en voorspelbaar dan kun je altijd achteraf nog gaan wegstrepen om het geheel krachtiger te maken. Zo probeer ik het deze vierde dag uiteindelijk ook maar.

Nadat ze het al vier jaar overal op boerderijen hun stuk spelen, ben ik eindelijk eens naar Iets met boeren van Bureau Pees geweest. Mijn collega Emmanuel Naaijkens schreef in 2022 al eens een prima recensie over die theaterproductie op Brabant Cultureel en die wil ik hier niet nog eens gaan herhalen. Daarom laat ik het bij twee opmerkingen die met het recenseren van de productie niets te maken hebben. Wel pas nadat ik heb gezegd dat ik ‘Iets met boeren’ een geslaagd stukje sociaal-artistieke kunst vond, theater dat een bijdrage levert aan het maatschappelijke debat over de toekomst van de landbouw in ons land.

Alle partijen en meningen komen aan bod en de meeste kijkers gaan naar huis terwijl ze ongetwijfeld nog verder peinzen over wat hen net gepresenteerd is. Over de kwestie in het algemeen, over de emotie van de boer die zich zijn leven afgepakt voelt of over het feit dat de geluiden, het loeien van koeien, het rammelen van een ketting, die de thematiek begeleiden, echt zijn. Dit is theater zonder decor, de achtergrond is de werkelijkheid.

geweten
Peter Dictus van Bureau Pees & cast en publiek bij Iets met boeren.

Maar goed, mijn twee punten. Het eerste gaat over het woordje dat Peter Dictus van Bureau Pees vooraf aan de voorstelling in Lage Zwaluwe deed. En dan bedoel ik niet dat er toeschouwers als Caroline van der Plas zijn geweest die ‘Iets met boeren’ kort door de bocht vonden en dat er mensen van Extinction Rebellion waren komen kijken die ‘Iets met boeren’ eveneens kort door de bocht vonden. Dat maakt het alleen maar aannemelijk dat Bureau Pees standpunten gelijkwaardig aan bod laat komen.

Er verandert kennelijk niets.

Nee, wat mij frappeerde was dat Peter Dictus meedeelde dat ze het stuk nu al meer dan vier jaar spelen en dat ze nog nooit iets wezenlijks aan de tekst hebben hoeven aanpassen. Er verandert kennelijk niets. Op zijn blog op bureaupees.nl gaat Dictus daar ook op in. Hij schrijft: ‘Ondanks de hoge druk op de maatschappelijke en politieke agenda, ondanks de stikstofcrisis die “het land op slot” houdt, ondanks de vele, luidruchtige en soms ronduit agressieve boerenprotesten en zeker ondanks de komst van de boerenpartij naar Den Haag met intussen zelfs een eigen landbouwminister. Helemaal niets. “De BBB levert”, tettert Caroline van der Plas sinds ze met een handjevol zetels het land mag bestieren. Maar wàt haar clubje levert, waar of aan wie, dat weet geen mens.’

En dan punt twee. Deze week bezocht ik in Turnhout – maar vijftien kilometer over de grens – de expositie Walter van den Broeck gaat over de brug, nog te zien tot zondag 30 november, dagelijks van 10 tot 17 uur in de Luifelzaal van Cultuurhuis De Warande. Die expositie is vooral gewijd aan de Turnhoutse tijd van deze Belgische schrijver die vorig jaar overleed, aan zijn reddingsactie (met anderen) van Dagblad De Morgen en aan zijn toneelstuk ‘Groenten uit Balen’.

geweten
Walter van den Broek & de toneeltekst van Groenten uit Balen, Bezige Bij-uitgave 2011.

Dat stuk uit 1972 gaat over de staking op zinkfabriek Vieille Montagne in Balen in 1971. Die staking hield wekenlang aan en ontwrichtte een heel dorp. Van den Broeck maakte er een prachtig volks theaterstuk van, over hoe de familie Debruycker dit alles ervaart en over de brieven die vader Jan over de kwestie schrijft aan koning Boudewijn, steevast ondertekend met de slotzin ‘Groenten uit Balen’. Ik herinnerde mij het stuk ooit gezien te hebben met, volgens mij, maar ik kan me vergissen na al die jaren, in de hoofdrol Jo De Meyere, bekend als kapelaan uit de tv-serie ‘Dagboek van een Herdershond’. En ook dat het niet alleen amusant was, maar dat Van den Broeck voelbaar partij koos voor de underdog.

Op weg naar huis zag ik opeens het verschil met de aanpak van Bureau Pees. Van den Broeck probeert een aansprekend verhaal te maken over de werkelijkheid, terwijl Bureau Pees op artistieke wijze in de werkelijkheid wil doordringen. Van den Broeck maakt in zijn verhaal duidelijk hoe de zaak volgens hem in elkaar zit, Bureau Pees stelt de zaken naast elkaar in het spotlicht en laat de kijker kiezen. De ene is niet per se een betere methode dan de andere, dat ligt aan de uitvoering ervan. Als de kijker aan het eind denkt dat het zo had gemoeten en niet anders, dan heeft een maker het goed gedaan.

De ene is niet per se een betere methode dan de andere,
dat ligt aan de uitvoering ervan.

Maar hoe verschillend de werkwijzen van Bureau Pees en Van den Broeck ook zijn, beide beginnen met sociaal gevoel. Walter van den Broeck was een onverbeterbare wereldverbeteraar die tot geen enkele partij gerekend wilde worden en eerlijk gezegd verdenk ik verschillende medewerkers van Bureau Pees van eenzelfde levensinstelling. Zij zijn misschien niet zo heftig als Louis Paul Boon die de mensen ‘een geweten wilde schoppen’, maar ze weten zich wel zo te uiten dat hun kijkers in hun eigen geweten te rade gaan.

Het doet me een beetje zeer dat een club als Bureau Pees, die na ‘Iets met boeren’ ook werkt aan een nieuwe theaterserie ‘Iets met burgers, over de staat van de democratie’, de komende jaren geen subsidie van onze provincie meer zal krijgen. Ik kan me geen urgentere vorm van sociaal-artistieke kunst voorstellen dan die zij brengen. En ook nog eens op niveau. Okay, er is te weinig geld voor kunst gereserveerd, maar zijn er dan zoveel andere culturele clubs in onze provincie die het beter doen? Of is het verkrijgen van provinciale cultuurgelden een soort van tombola? Gaat het om wie het mooiste subsidieverzoek kan schrijven? Of is bij toerbuurt steeds een ander aan de beurt, om elkeen een beetje tevreden te houden?

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *