Klein verzet met interventies in de collectie van Missiemuseum in Steyl

‘De collectie verzet’ is de titel van de nieuwe tentoonstelling in het Missiemuseum in het Noord-Limburgse Steyl en deze is voor tweeërlei uitleg vatbaar: verzet in de betekenis van verplaatsen, maar ook verzet in de betekenis van in opstand komen. Gastcurator Oscar Ekkelboom nodigde vijftien kunstenaars uit om te reflecteren op de collectie, maar ging ook zelf aan de slag.

door Irma van Bommel (tekst en foto’s)

Het Missiemuseum herbergt een grote collectie kunst, etnografica en naturalia bijeengebracht door missionarissen die sinds eind negentiende eeuw de wereld introkken om andere volkeren het rooms-katholieke geloof en beschaving te brengen. Of op te leggen; het is maar hoe je het bekijkt. De missionarissen van Steyl werkten in China, Zuid- en Noord-Amerika, Afrika en de Indische Archipel. De verzamelde objecten die ze mee terugnamen waren bedoeld om jonge missionarissen een idee te geven van het land waarin zij gingen werken.

Beeldengroep van de heilige drie-eenheid (vader, zoon en heilige geest). Begin twintigste eeuw vervaardigd in opdracht van de katholieke lekenmissionaris Joseph Schmutzer door de Soendanees-Javaanse (moslim) beeldhouwer Iko in een Javaans-hindoeïstische stijl.

Sindsdien niets veranderd

De objecten werden verzameld en geordend in het Missiemuseum dat in 1931 zijn deuren opende met als eerste conservator Broeder Berchmans. Sindsdien is er niets veranderd aan de (depot-achtige) opstelling in vitrinekasten en de uitstalling van opgezette dieren op een kunstmatige berg. Ook met de huidige tentoonstelling bleef de opstelling intact. Het geheel is dan ook een rijksmonument, zowel het gebouw als de oorspronkelijke inrichting met de collectie.

Deuren met scènes uit het leven van Christus in de traditionele Yoruba stijl, vervaardigd door de tot het christendom bekeerde Nigeriaanse beeldhouwer George Bandele (1910-1995) in 1962. In de gang daarachter een beeld van een geketende komodovaraan uit 2019 van Hadrien Gerenton (Lyon 1987) die symbool staat voor hoe de mens omgaat met wilde dieren.

De belangstelling van de missionarissen voor andere culturen was oprecht. Maar het verzamelen van exotische gebruiks- en cultusvoorwerpen had iets tegenstrijdigs. Ze ‘bewaarden wat ze verstoorden’ (een uitspraak van de Ewald Vanvugt). De objecten en daarmee de gebruiken en rituelen die ginds werden afgeschaft, vormden in musea het bewijs van de suprematie van de westerse beschaving. Het is deze tegenstrijdigheid waarmee gastcurator Oscar Ekkelboom in Steyl aan de slag is gegaan. Hij haalde objecten uit de vaste opstelling om ze elders in het museum een ander verhaal te laten vertellen. Daarmee komen de objecten als het ware in verzet tegen het verhaal dat het museum jarenlang wilde vertellen.

Roos Holleman (Tilburg 1989) maakte in 2025 tekeningen van paradijsvogels bij de verzameling opgezette dieren in Steyl. Paradijsvogels werden verhandeld voor de mode-industrie. Ook missionarissen werkten hieraan mee.
Frederick Calmes, Unconsensual Despair, 2025. Altaar met een combinatie van voodoo en katholieke elementen, maar ook een teken van verzet tegen moralisme en macht die de vrijheid beperken.
Grote tekeningen uit de reeks De Geboorte van de Nieuwe Maan (2025) van de Eindhovense kunstenaar Danielle Lemaire waarmee zij uiting geeft aan de gedeelde spiritualiteit in de oorspronkelijke natuurreligie van bewoners van Flores en Papoea Nieuw-Guinea en het katholicisme.

Als ultieme interventie haalde Ekkelboom een Chinees huisaltaar ter ere van de voorouders weg uit de vaste opstelling. Missionarissen keurden dit gebruik af en namen het huisaltaar mee. De curator vraagt zich af of de bewoners de lege plek in hun huis vulden met een kruisbeeld of een madonna. Of bleef de plek leeg als een stille getuigenis van verlies? Als statement voor de respectloze handeling van de missionarissen haalde de curator het altaar weg uit de opstelling.

Dekoloniaal denken inzetten

Ekkelboom maakte deze tentoonstelling in het kader van zijn promotieonderzoek naar de wijze waarop musea dekoloniaal denken inzetten bij presentaties. Hij studeerde kunstgeschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen, verdiepte zich in dekoloniaal denken en behaalde aan de VU in Amsterdam zijn master in Curating Arts and Cultures. Het is voor het eerst in de geschiedenis van het Missiemuseum dat de collectie kritisch wordt bekeken.

Onlangs verscheen bij uitgeverij Waanders het boek Verzamelen. De drang om te bezitten van Pieter ter Keurs. Daarin schetst Ter Keurs een beeld van het verschijnsel verzamelen, voortgekomen uit een belangstelling voor andere culturen of een ver verleden. Verzamelaars gingen niet altijd zelf op reis. In de zestiende en zeventiende eeuw kochten vorsten en rijke particulieren via handelaren bijzondere objecten voor hun rariteitenkabinet. Veel objecten bereikten Europa via de Nederlandse Verenigde Oost-Indische Compagnie en de Franse Compagnie des Indes. Toen het reizen in de achttiende en negentiende eeuw makkelijker werd, gingen verzamelaars meer zelf op pad. Dat had als voordeel dat kennis over de objecten beter kon worden gedocumenteerd. Ook zendelingen trokken de wereld in en keerden met exotische objecten huiswaarts.

Als cultureel antropoloog naar Nieuw-Guinea

‘De ethische aspecten van de drang om te bezitten, om objecten van een ander te verwerven, staan de afgelopen jaren steeds vaker ter discussie’, constateert Ter Keurs, vooral als het gaat om verzamelingen die in een koloniale context zijn bijeengebracht. Toch is er dan niet altijd sprake van roofkunst, vindt hij. Over restitutie van collecties die zijn buitgemaakt tijdens koloniale oorlogen zal weinig discussie zijn. Maar de meeste voorwerpen zijn op een andere manier verworven. Dat kan zijn gebeurd door aankoop, denk daarbij ook aan werken die in opdracht zijn gemaakt, of door schenking. Een geschenk teruggeven kan worden opgevat als een belediging. In een filmpje in de tentoonstelling wordt dit ook gesuggereerd.

Beschilderde schedels in een vitrine, waarvan er een is verplaatst in het kader van de expositie ‘De collectie verzet’.

Pieter ter Keurs is een expert op het gebied van het fenomeen verzamelen. In zijn boek beschrijft hij hoe hij in de jaren tachtig als cultureel antropoloog naar Papoea Nieuw-Guinea en Indonesië ging voor onderzoek. En daar houtsnijwerk kocht voor het Rijksmuseum voor Volkenkunde (nu Wereldmuseum) in Leiden. Jarenlang werkte hij als conservator bij datzelfde museum, werd vervolgens hoofd collecties en onderzoek bij het Rijksmuseum voor Oudheden en hoogleraar musea, collecties en samenleving aan de Universiteit Leiden.

Eén van de beschilderde schedels uit de collectie maakt nu deel uit van de installatie Where is the Rur (geest) door de uit West Papoea afkomstige kunstenaars Dicky Takndare (Sentani, Jayapura 1988) en Albertho Wanma (Biak 1987). Met dit nieuwe voorouderbeeld (2025) proberen de kunstenaars de geest van de voorouder weer te vangen.

Ter Keurs is geen voorstander van het teruggeven van álle koloniale collecties aan het land van herkomst. Dat zou leiden tot het ontkennen en uitwissen van een gevoelige periode uit onze geschiedenis. Bovendien zitten voormalige koloniën niet te wachten op volledige teruggave. Het gaat om erkenning van gemaakte fouten en om respect voor andere culturen. Teruggave van belangrijke objecten lijkt hem een goede zaak.

Installatie van Monika Dahlberg (Kericho, Kenia, 1975) met een verzameling missiebussen waarmee geld werd ingezameld voor de missie in Afrika. Zij vraagt zich af of er geld werd ingezameld voor de kinderen (ook voor haar is vroeger gecollecteerd en werden foto’s gestuurd naar adoptieouders) of voor de levenswijze van de missionarissen.

In de tentoonstelling in Steyl komt teruggave ook ter sprake bij de versierde schedels uit Nieuw-Guinea. Die vertegenwoordigen de geesten van voorouders. Je zou verwachten dat de bevolking die terug zou willen ontvangen, maar dat blijkt niet zo te zijn. Zij gaven als antwoord dat de schedels hun functie vroeger hebben vervuld en de geesten zijn vertrokken. De bevolking wil ze niet terug.

‘De collectie verzet’, tot en met 1 maart 2026 in het Missiemuseum in Steyl.

Pieter ter Keurs, Verzamelen. De drang om te bezitten. Zwolle: Waanders Uitgevers 2024, 216 pp, ISBN 9789462624641, pb., € 24,95.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *