Nogmaals vriendelijk aangeboden: Jaap Houdijk en Evy Lasschuit

Column door JACE van de Ven

Sommige kunstenaars blijf je graag volgen, omdat je aan eerdere kunstproducten van hen goeie herinneringen hebt. Daarom vandaag een dubbele reprise: Jaap Houdijk en Evy Lasschuit.

Over Evy (23) schreef ik anderhalf jaar geleden in Brabant Cultureel naar aanleiding van de voorstelling ‘Onthuisd’ waarmee zij afstudeerde aan de Fontys Theateropleiding. Ik zag haar als een vrouw die ‘iets wil weten van de wereld, die observeert, analyseert en daarover wil vertellen aan anderen’. Een geboren theatermaker zou je ook kunnen zeggen.

Momenteel is ze bezig met twee producties: ‘Calling Quietude’, een portret van zeven jongeren die verlangen naar stilte in de druk bevochten wereld waarin ze vanalles moeten. Het is een multidisciplinaire voorstelling met breakdance, spoken word, toneel, beatmaking en livemuziek die op locatie in Weert wordt gespeeld. Bij een trailer die ik ervan zag vielen mij de mooie teksten op, van de hand van een van de actrices. Bizar hoeveel talent er is in het zuiden. De productie gaat vrijdag 19 september 2025 in première.

Theater van oma en kleindochter

Maar waar het hier om gaat is de voorstelling ‘Getekend Gezicht’ die ik woensdag 3 september in het Eindhovense Parktheater zag. Het is een verder uitgewerkte monoloog die Evy in 2023 al maakte met haar oma, Marianne Tolenaar. We zien oma (79) tekenend bezig in een soort van atelier, een ruimte waarin zij zich comfortabel lijkt te voelen. Via wat ze tekent, komen we in haar wereld, als hoofdpersoon van het stuk, in haar herinneringen, in hoe haar leven is verlopen. Daarbij is onmiddellijk voelbaar dat acteur en hoofdpersoon dezelfde figuur zijn. We zien de theatralisering van een leven dat degene die het vertolkt op het toneel zelf geleefd heeft. Het is echt, maar feiten worden slechts summier aangegeven, het gaat oma en kleindochter kennelijk vooral om de sensitiviteit, de gevoelswaarde van levensgebeurtenissen en de eventuele lering die een individu daaruit trekt.

Evy Lasschuit en haar oma, Marianne Tolenaar.

Dat verbeelden zij geweldig goed. Marianne Tolenaar is geen professioneel acteur, maar wel iemand die dans en bewegingsleer studeerde en die in werkelijkheid thuis ook een atelier heeft waarin ze zit te tekenen. Zij vertelt op intieme wijze over zichzelf, maar weet ondanks al deze persoonlijke kwetsbaarheid de vertolker van een toneelpersonage te blijven. We zien op universele wijze een leven verbeeld worden, de zoektocht van een menselijk individu naar zichzelf. Wie ben ik? Dat is de vraag die in de monoloog voortdurend gesteld wordt, ben ik een naam? Een lijf? Een brein? Een gevoel? Of ben ik dat allemaal tegelijk.

Juist wat op het eerste gehoor onbeduidend gepraat lijkt,
blijkt het meest van belang.

De tekst schijnt tot stand gekomen te zijn doordat oma aan kleindochter over haar leven vertelde en kleindochter die teksten dan omwerkte tot theater. Dat is goed gelukt. Het is privé, maar geen binnenskamers geroddel, het is filosofisch, maar met woorden en zinnen uit het dagelijkse leven. Juist wat op het eerste gehoor onbeduidend gepraat lijkt, blijkt het meest van belang. Zo volgen we een figuur die in het leven lijkt te verdwalen, maar je moet kennelijk verdwalen om je eigen weg te kunnen vinden.

“We zien oma (79) tekenend bezig in een soort van atelier, een ruimte waarin zij zich comfortabel lijkt te voelen. (…) Het is onmiddellijk voelbaar dat acteur en hoofdpersoon dezelfde figuur zijn.”

Hoewel de dictie van Marianne Tolenaar beter kan, was die voor een niet-professionele acteur redelijk in orde. Ik heb professionals wel slordiger horen spreken. En de teksten van Evy Lasschuit zijn ter zake en poëtisch. Al met al ben ik bij mijn tweede ontmoeting met deze jonge theatermaker die ik zie als een belofte, bevestigd in die overtuiging. De monoloog van drie kwartier heeft me geen seconde verveeld.

Nog iets over de vormgeving: met summiere middelen als wat tekeningen en rollen behangselpapier is een soort van decor gecreëerd dat in zijn schetsmatigheid functioneel is. Zo ook de belichting waarmee soms wat wordt ingezoomd. Goed gedaan, dunkt me, want deze monoloog moet mijns inziens niet te theatraal worden, wil hij aanspreken. Ik kan me zelfs voorstellen dat de vormgeving nog soberder zou zijn en dat er geen belichting is. Zelfs dat het stuk niet in een theater gespeeld wordt, maar in een huiskamer of de recreatieruimte van een tehuis. Een verhaal over een mens, verteld in de werkelijkheid van alledag. Benieuwd of het geheel dan minder sterk of juist nog sterker zou overkomen. Er komen meer voorstellingen van ‘Getekend Gezicht’, maar voorlopig staat alleen die op 24 oktober in De Kattendans in Bergeijk vast.

Jaap Houdijk snapt ‘show, don’t tell’

En dan Jaap Houdijk. Over hem schreef ik al drie keer eerder op Brabant Cultureel, over zijn boeken en over zijn uitgeverij Fugato die hij meer dan tien jaar geleden samen met enkele andere schrijvers uit het zuiden oprichtte, omdat hij niet met zijn schrijfsels wilde gaan leuren tot hij een geschikte uitgever gevonden had.

Jaap Houdijk.

Begrijpelijk. Veertig jaar geleden toen Houdijk (1961) nog student was, werd hij door de Arbeiderspers gevraagd een roman te publiceren, omdat hij was opgevallen met korte verhalen in literaire tijdschriften. Die roman kwam er echter nooit. Houdijk denkt achteraf dat hij er nog niet aan toe was. Hij vond werk in de culturele wereld en publiceerde pas in 2013 een roman, De noodlanding. In 2020 volgde Parelmoer, in 2021 Bliksemzinking (over de Spaanse griep in 2018 met allerlei verwijzingen naar de toen actuele coronacrisis) en in 2023 De forel, een roman over oordelen en vooroordelen.

Nu komt Houdijk met een boekje dat men met enige goeie wil een novelle zou kunnen noemen. Het omvat, naar ik schat, niet meer dan twaalfduizend woorden. Ik besteed er toch aandacht aan, omdat het kwaliteit heeft. De hemel het plafond heet het. Het gaat over een man die opgenomen wordt in een tehuis. Hij verwondert zich over het systeemplafond in zijn kamer waarin een regelmatig patroon van gaatjes zit en over enige andere zaken die bijna dwangmatig terugkomen in zijn overpeinzingen, bijvoorbeeld dat hij nooit mag douchen.

Mooie bijkomstigheid: ik las het boekje van Houdijk in één ruk uit, ’s avonds in bed.

Houdijk verstaat de kunst van het weglaten. Nergens legt hij iets uit of schrijft hij andere overbodigheden. Zijn verhaal zou als voorbeeld kunnen dienen om het begrip ‘show, don’t tell’ uit te leggen. De verteller vertelt wat er gebeurt, de lezer mag zelf zijn conclusies trekken. Mits goed gedaan, leest dat als een trein.

Mooie bijkomstigheid: ik las het boekje van Houdijk in één ruk uit, ’s avonds in bed. De volgende ochtend raapte ik de krant van de deurmat en las een artikel over dat ouderen in tehuizen niet meer gedoucht worden, maar afgepoetst met een soort schoonmaakdoekje. En waar de hoofdpersoon in Houdijks verhaal nog zegt: ‘U moet weten – of misschien weet u het al wel – dat douchen niet alleen je lichaam reinigt, maar ook je geest’, zeggen de promotoren van het schoonmaakdoekje: ‘Dit gaat over veel meer dan wassen alleen. Het gaat over hoe we samen de ouderenzorg kunnen organiseren. Met minder zorgmedewerkers, maar met meer regie voor de cliënt.’ Show, don’t tell.

‘Hemel het plafond’ is voor € 9,95 te bestellen via www.jaaphoudijk.nl en ook verkrijgbaar bij boekhandel Adr. Heinen Den Bosch.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *