De Helmondse fotografe Tahné Kleijn reconstrueert in een serie van tweeënveertig foto’s het verblijf van haar oma Pieta met zoontje Tonny in een Jappenkamp in Batavia. De serie ‘Mijn liefste Teun’ is in alle opzichten van hoog niveau en mag ook gezien worden als een mooie, gevoelige hommage aan haar oma.
door Henk van Weert
Het maken van een serie is een vaardigheid die niet iedere fotograaf is gegeven. Kort en krachtig een verhaal vertellen, zonder begeleidende tekst, daar gaat het om. Meestal gebeurt dat met drie of vijf foto’s. Tahné Kleijn (1990) pakt ruimer uit. Zij laat zich zien als een goede vertelster van verhalen. Ze denkt groot en eist veel van zichzelf. Haar serie ‘Mijn liefste Teun’ over het verblijf van haar oma Pieta met zoontje Tonny in een Jappenkamp is meer dan kale fotografie. In een hal op een industrieterrein in Helmond bouwde Kleijn opstellingen die scenes uit het kamp uitbeeldden. Meestal gaat het om inkijkjes in huiskamers in het kamp waar Pieta en Tonny verblijven. Zonder man Teun, die als koopvaardijmatroos op zee vaart en pas ontdekt dat hij een zoon heeft als het kind al drie jaar oud is.
Elk detail moet belangrijk zijn geweest
Kleijn voerde een krachtige regie over de sets. Ze gebruikt voorwerpen en materialen uit de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Elk detail moet voor haar belangrijk zijn geweest tijdens de reconstructie van het dagelijks leven in het kamp. Monikkenwerk. Thané Kleijn gebruikt zichzelf als model voor de rol van oma en haar eigen zoontje staat model voor Tonny. Andere figuren op de foto’s zijn mensen uit haar omgeving. Tekst gebruikt ze wel, maar het zijn slechts flarden uit oma’s dagboek die eerder suggestief zijn dan dat ze de beelden uitleggen.


Oma Pieta beleefde barre tijden in het Jappenkamp. Ze hield een dagboek bij. Niet openlijk in een schriftje, want dat was verboden. Ze maakte losse notities op stukjes papier die ze in de kamer verborg. Zij heeft daar later een dagboek van gemaakt dat een beeld geeft van het leven van moeder en zoontje in het kamp.
Oeuvre met een stevige ruggengraat
Tahné Kleijn heeft van de lange, indringende serie een echte eenheid weten te maken door consequent te zijn in de fotografische aanpak. Kleuren spelen daarin een belangrijke rol. Overal voeren aardse kleuren als zwart, donkergroen en bruin – vooral bruin – de boventoon. Alle taferelen zijn fraai uitgelicht. Nergens harde contrasten, nergens hooglichten, nergens felle kleuren. Kleijn geeft haar beelden zo een mooie, zachte gloed mee. De associatie met de sfeer van de oude meesters in de schilderkunst is dan snel gemaakt. Deze artistieke visie van Kleijn geldt overigens niet alleen voor dit project. Wie op haar website kijkt, ontdekt dat zij altijd werkt met deze tonen en tinten.
‘Mijn liefste Teun’ sluit ook nauw aan op de rest van haar fotografie. Familie is vaak niet ver weg in haar oeuvre dat intussen al over een stevige ruggengraat beschikt. Kleijn maakte eerder onder meer series over het gezin waarin ze opgroeide, de dood van haar moeder, oudere Helmondse stadgenoten en over de familie van Vincent van Gogh. Haar eigen familieleden stonden vaak model, net als in ‘Mijn liefste Teun’.

De foto’s over het leven in het Jappenkamp stralen ook een hoge mate van stilte uit. De personages kijken weg, verschuilen zich en gaan nergens de confrontatie aan. Ze ondergaan de situatie, zoals treffend verbeeld op de foto waarop Pieta met haar kind in de armen het gedrag van een barse Jap moet tolereren. Je kon maar beter niet opvallen in het Jappenkamp.
Tahné Kleijn, ‘Mijn liefste Teun’, tot en met 22 november 2025 bij Pennings Foundation in Eindhoven. Gelijktijdig toont Pennings een oudere fotoserie van Jan Banning over mannen die als dwangarbeiders voor de Japanners moesten werken.
Lees meer over fotografie op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2025


