Het is inmiddels traditie. Van 6 tot en met 21 september 2025 doen vrijwel alle boekhandels in Noord-Brabant bij besteding van minimaal vijftien euro het Brabants Boek Present cadeau. Als schrijver wordt steeds een topauteur uitgenodigd. Dit jaar is dat de Eindhovense Leonieke Baerwaldt die een novelle schreef over oplichting, geïnspireerd door kruidendokter Willem van de Moosdijk.
door Hein van Kemenade

Het Brabants Boek Present 2025 is geschreven door Leonieke Baerwaldt (1985) die zich liet inspireren door kruidendokter Willem van Moosdijk. Aanleiding en startpunt voor haar verhaal in deze novelle is de streekroman De Kruidendokter. De barre avonturen van Willem van de Moosdijk van Arie van der Lugt, die verscheen in 1980. Baerwaldts boek kreeg als titel Wat niet vergaat. De schrijfster en haar broer zijn gegrepen door het verhaal en willen er een film van maken, ‘Held of schurk’, een film over de val van een imperium. Door de novelle heen zijn fragmenten uit het script te lezen. Wat hen vooral interesseert is niet de misdadigheid van de man, maar wel waarom zoveel mensen goedgelovig in zijn sprookjes trapten. Een zakje kruiden, die je gewoon in de natuur kunt plukken, verkocht Van de Moosdijk soms voor wel duizend gulden.


Deze novelle doet het verhaal ontstaan in het hoofd van de lezer door de vele korte stukjes, mededelingen en overpeinzingen te combineren zoals Baerwaldt de geschiedenis en haar eigen overpeinzingen aan de lezer presenteert. Dat komt ook goed tot uiting in de vormgeving van het boek door Perfect Service.
Baat het niet dan schaadt het niet
Willem van de Moosdijk (1926-2017) werd in Eindhoven geboren in een groot gezin dat leefde in armoede. Willem blonk niet uit op school, werd achter in de klas gezet en na een carrière van twaalf ambachten en dertien ongelukken had hij onder invloed van de prediker Johan Maasbach een droom. Met de verkoop van kruiden zou hij veel mensen met hun gezondheid kunnen helpen. In 1950 richtte Van de Moosdijk het Kruidenhuis Holland op. Met zijn charisma overtuigde hij zijn klanten van zijn kruidenthee: ‘baat het niet dan schaadt het niet’. Als zakenman was hij zeker geslaagd, want in de jaren zestig had hij een vloot van ruim twintig bestelbusjes die dagelijks met kruiden door Nederland, Duitsland, Frankrijk en België reden en die wekelijks honderdduizend gulden binnenbrachten.

Hij leefde met zijn gezin op grote voet. Wanneer zijn vrouw een bontjas wilde, kreeg zij die nog dezelfde middag en de kinderen kregen naar verluidt een Jaguar met open dak voor Sinterklaas. In een interview met Omroep Brabant zei hij over deze periode: ‘Ik ben ginnen boef, maar een zakenman die zijn geld op een eerlijke manier verdiend heeft.’ Hij zag er uit als een echt heertje met hoed, anjer in het knoopsgat en eeuwige sigaar. ‘Een goede kwakzalver is beter dan een slechte dokter’, hoorde ik hem in een reportage van Omroep Brabant zeggen. ‘Het was gewoon fist. Elke dag was één groot fist’, volgens zoon Frans.
De kruiden zouden soepgroente zijn
Van de Moosdijk maakte misbruik van de wanhoop van mensen. In haar novelle laat Baerwaldt de huishoudster Lenie zeggen: ‘Da het bedrog in stand gehouden wordt, ben ik inmiddels achter, werkt enkel omda niemand groag getuigt van zènne onbenul.’
Dit verhaal gaat ook over zelfbedrog. Wat je wel of niet moet geloven en hoe een handige zakenman daarop inspeelt. ‘Ons Willem belazert nie zommàr, hè. Hij belazert op basis van mensenkennis.’ aldus Baerwaldt. In 1968 wordt Van de Moosdijk door Willem Duys in een rechtstreekse uitzending op TV ontmaskerd. Volgens Duys zouden zijn kruiden soepgroente zijn. Saillant detail was echter dat Van de Moosdijk wel echt kruiden zoals brandnetel, salie en dergelijke verkocht. Zijn gouden mengsel bestond uit een aantal verschillende kruiden. Dan helpt er altijd wel iets.
Het deed mij denken aan die tv-uitzending van de Ombudsman over de fles die tijdens de uitzending van Marcel van Dam voor de camera ontplofte. In de uitzending werd verband gelegd met exploderende flessen van Exota-limonade. Jaren later bleek dat er in het tv-programma een kogel op was afgevuurd. Het kwaad was echter al geschied. De Exotafabriek in Dongen kon de deuren sluiten. Zo gebeurde het ook met het imperium van de kruidendokter. De verkoop stortte volledig in. Een van zijn busjes werd zelfs de sloot in geduwd en Willem van de Moosdijk werd wanhopig.
Overval op geldloper
In 1972 pleegde hij samen met zijn broer een overval op een geldloper. Op de vlucht werden zij door de politie gepakt, maar de buit van één miljoen gulden was verdwenen. Een deel, circa honderdduizend gulden lag verspreid in de bossen bij Vessem. Het hele bos werd door omwonenden omgespit op zoek naar de schat. De rest is nooit gevonden en werd een bron van speculaties. Volgens de zoon van de kruidendokter had hij de buit verstopt in de stofzuiger van zijn vader en later op het kerkhof begraven.

Geleidelijk aan heeft hij het volgens eigen zeggen in buitenlandse vakantieoorden uitgegeven. Zoon Frans zei later voor Omroep Brabant dat zijn vader hem vlak voor zijn dood vertelde dat hij met het geld in een gewone boodschappentas met de trein naar Zwitserland was gegaan en het geld daar op de bank heeft gezet. Van de kruidenhandel heeft hij nooit spijt gehad, wel van de overval. Voor beide zaken werd hij veroordeeld tot respectievelijk negen maanden en twee jaar gevangenisstraf. Willem van de Moosdijk overleed in 2017 en op het internet wordt de kruidendokter een kwakzalver en misdadiger genoemd.
Aan de hand van het filmscript
Het perspectief van de novelle is het heden. Baerwaldt herinnert zich gebeurtenissen uit haar jeugd en vertelt het verhaal van de kruidendokter aan de hand van het filmscript dat als een rode draad door het verhaal loopt. Zij beschrijft ook de crisis in haar relatie. Daardoor is de novelle op een aangename manier levendig.
Het gebruik van kruidenthee was een gebruikelijk ritueel in het gezin Baerwaldt. De schrijfster en haar broertje proberen de Bach bloesem remedies uit het kruidenkastje. Ze proeven geen verschil tussen Nr. 36 Esp, Nr. 17 Hardbloem en Nr. 28 Zonneroosje. Ook vullen ze de flesje aan met gewoon water. Daar merkt moeder toch niets van. Hun moeder gelooft ook dat er aliens onderweg zijn om hen te beschermen tegen onheil. Broertje valt in de brandnetels en voelt na een paar dagen superkracht. Hij lijkt Obelix wel.
De herinnering aan haar broertje speelt een rol in het hele boek. Ze delen de fascinatie voor de kruidendokter. En hoe het kan dat hij wonderdokter wordt genoemd wordt. Zij delen hun gezamenlijke jeugd totdat ze volwassen worden. Toen hun vader het gezin verliet en tot ziens zei, vonden ze dat dat niet klopte. Tot nooit ziens was beter geweest. Broertje werd ziek en reageerde niet op de kruidenthee met Kamperfoelie. Met veel koorts werd hij naar het ziekenhuis gereden en aan de blinde darm geopereerd. Volgens moeder krijg je daar last van wanneer je negatieve emoties onverwerkt laat. Ondertussen bleef de schrijfster wachten op haar vertrokken broertje. ‘Er sloop iets angstaanjagends in je blik. En ik, broertje, negeerde het.’ ‘Onkruid vergaat niet’, zei broertje, ‘tot nooit meer.’
Bijzondere rol voor Tijl Uilenspiegel
Waar de schrijfster mee worstelt, is waarom zoveel mensen de kruidendokter op handen droegen. En dat hij van zichzelf denkt dat hij als de Paus is. Bijzonder in dit verband is de rol van Tijl Uilenspiegel in deze novelle. Van de Moosdijk vergeleek zichzelf met diens streken. ‘Moar ja, wa Tijl Uilenspiegel dee was ook voak nie netjes.’ Een van de twee motto’s is van Tijl Uilenspiegel. Een andere verwijzing is het Gezondheidsboekje, een bijbel van de natuurgeneeswijze en volksgeneeskunde uitgegeven door Volkshogeschool Tijl en Lamme. Toeval of niet?

Om meer antwoorden te vinden en om de waanzin beter te begrijpen, citeert Baerwaldt uit het Dagboek van de dief van Jean Genet. De eenvoudigste reden voor het plegen van diefstal is volgens Genet de noodzaak om te eten. Iets wat iedereen kan overkomen. Van de Moosdijk spreekt echt over ‘een brood pakken, als je honger lijdt’. Bisschop Muskens zei hetzelfde, jaren later. Maar de oplichter, de bedrieger, de crimineel wil boven de rest staan. Genet schrijft: ‘Hoe groter mijn schuld in uw ogen zal zijn en hoe vollediger ik die aanvaard, des te groter is mijn vrijheid. En des te volmaakter mijn eenzaamheid en mijn uitzonderlijkheid.’
Waar ligt bij míj de grens tussen schrijven en liegen?
Over het schrijfproces zegt Baerwaldt dat schrijven iets heel specifieks uit zijn verband trekken en in een andere context plaatsen is. Ze schrijft over haar worsteling met de deadline van de opdracht. En over de hand waarmee ze zichzelf zojuist heeft bevredigd en die een postpakket moet aanpakken. Op een gegeven moment gaan de feiten en de fictie met haar zelf op de loop. ‘Waar ligt bij míj de grens tussen schrijven en liegen? Wie is hier nou de misleider, Willem, gij of ik?’ Een schrijver kan zich verplaatsen in de dader en in het slachtoffer.
Je kunt de vraag stellen of de schrijfster ook een oplichter is, omdat zij de feiten op haar manier in het licht zet zodat er een door haar gewenst beeld ontstaat. ‘Neem in ieder geval niks uit dit werk klakkeloos voor waarheid aan, want ge wit ooit nooit nie met die schrijvers’, is de laatste zin van de novelle. Baerwaldt is volledig geslaagd in haar opdracht om een goed Brabants Boek Present te schrijven. Het is een uitstekende novelle geworden. Over een Brabants onderwerp, wat in kracht de provincie overstijgt. Een waar sieraad in de reeks die nu al sinds enkele jaren bestaat.

Het Brabants Boek Present is een initiatief van en een uitgave van het Cultuurfonds Noord-Brabant en Stichting Tilt, geproduceerd door Uitgeverij Querido.
Leonieke Baerwaldt, Wat niet vergaat. Amsterdam: Querido 2025, ISBN 9789025320256, pb. Als Brabants Boek Present gratis bij besteding van vijftien euro, anders € 29,98.
Lees over eerdere uitgaven van Brabant Boek Present op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2025
