Geheel onverwacht overleed Cock Gorisse aan een herseninfarct. Zij was een historicus die de geschiedenis graag naar de mensen bracht en zij deed dat door gedegen onderzoek, door stimulerende samenwerkingen met collega’s, als uitgever en als aanjager van belangstelling voor de geschiedenis. Niet alleen die van haar eigen woonplaats Oosterhout, maar ook daarbuiten en dan met name in Noord-Brabant. Een persoonlijk in memoriam.
door Camiel Hamans
Cock Gorisse (1944-2025) was in feite de beste collega die men zich kan wensen. Iemand die initiatief neemt, maar tegelijk oog heeft voor een zorgvuldige afwerking, die precies is, maar er geen been in ziet de rommel die de slordige haast van collega’s oplevert, op te ruimen, die dienstbaar is, goed gehumeurd en toch op haar tijd weet te mopperen, die de samenwerking niet belast met te persoonlijke soesa, maar toch zoveel ruimte biedt dat anderen zich bij haar kan thuis voelen, die haar huis open stelt voor alle overleg, maar tegelijk voldoende afstand houdt, zodat het contact zakelijk en constructief blijft. En toch werkte Cock het liefst als zelfstandige, weliswaar vaak in samenwerking met collega’s en gelijkgestemden in teamverband, maar wel altijd op haar eigen, niet al te bedreigende, termen.

Cock, oudste dochter uit een Oosterhouts middenstandsgezin van acht kinderen, was een typische stapelaar. Begonnen als chemisch analiste, volgde zij vervolgens de opleiding personeelswerk aan de sociale academie om daarna geschiedenis en sociologie te studeren aan de Tilburgse hogeschool. Daar promoveerde ze in 1995 bij Harry van den Eerenbeemt op een studie over de ontwikkeling van Roosendaal van plattelandsgemeente tot stad in de periode 1900 tot 1970. Deze dissertatie was het tweede deel van een groter onderzoek naar de geschiedenis van Roosendaal, waarvan de periode 1770 tot 1900 door Bert van Gastel voor zijn rekening werd genomen.
Cock heeft naam gemaakt als de geschiedschrijver van haar geboorteplaats Oosterhout. In 2009 publiceerde zij met een team van acht collega’s de zeer volumineuze, meer dan zeshonderd pagina’s tellende en ruim vier kilo wegende overzichtsstudie Oosterhout, niet van gister, uitgegeven door haar eigen uitgeverij en onderzoeksbureau Significant. In 2022 verscheen op verzoek van lokale boekhandels van haar hand een wat handzamer publieksboek Het verhaal van Oosterhout. Dit was geenszins haar eerste van in totaal bijna vijftig boekuitgaven. In 2002 had ze bijvoorbeeld al De Heilige Driehoek gepubliceerd, een boek over de drie aan elkaar grenzende Oosterhoutse abdijen van de Norbertinessen, Benedictinessen en de inmiddels vertrokken Benedictijnen.



Cock was ook de stimulerende kracht achter de stichting De Heilige Driehoek, waarvan zij tot enige maanden geleden voorzitter was. Vijfentwintig jaar lang verdedigde ze met die stichting de cultuurhistorische en monumentale waarde van deze religieuze enclave. Zij was ook degene die het initiatief nam tot de h3h biënnale, die voor het eerst in 2017 kunstenaars vanuit alle windstreken samenbracht op een route door de tuinen en wijngaarden van deze kloosters.
Cock beperkte zich niet tot Oosterhout. Op verzoek en in opdracht deed zij historisch onderzoek naar bedrijven, scholen, ziekenhuizen, instellingen en steden in West- en Midden Brabant. In 1996 publiceerde ze bijvoorbeeld Oosterhout gaat naar school, een jaar later Van patronaat tot onderneming, welzijnswerk in Oosterhout in de 20e eeuw. In 2001 verscheen onder haar leiding de prestigieuze uitgave Tilburg, stad met een levend verleden. De geschiedenis van Tilburg vanaf de steentijd tot en met de twintigste eeuw. In opdracht van de fuserende Bredase en Oosterhoutse ziekenhuizen deed ze diepgravend onderzoek naar de geschiedenis van de zorg in deze streek, hetgeen in 2020 resulteerde in Amphia, zorg in de regio 1819-2019.

Cocks interesse strekte zich uit over de gehele provincie Noord-Brabant en toen ze in 1995 na het terugtreden van haar promotor Harry van den Eerenbeemt als grote man achter de door hem opgerichte Stichting Zuidelijk Historisch Contact (ZHC), uitgever van de series Bijdragen tot de Geschiedenis van het Zuiden van Nederland, verzocht werd toe te treden tot het bestuur, was ze daartoe onmiddellijk bereid. Als secretaris van het bestuur werd zij de spin in het web. Wie er ook redacteur of hoofdredacteur was, Cock regelde twintig jaar lang de werkzaamheden van de stichting.
Als een manuscript de redactionele schifting doorstaan had, zorgde zij ervoor dat er fondsen kwamen voor de uitgave, dat er een tekstuele eindredacteur aan de slag kon, dat een vormgever bereid gevonden werd de vaak zeer specifieke inhoud vol tabellen en uit verre diepten opgedolven illustraties tot een goed ogend, leesbaar geheel te maken en dat de drukker op tijd leverde. Vervolgens regelde zij de verzending van recensie-exemplaren, de informatie aan de boekhandel en de bestellingen buiten de abonnementen om.
Zij zorgde voor de feestelijke presentatie, voor de selectie en huur van ruimtes waarin speciale bijeenkomsten plaats konden vinden en als het nodig was zelfs voor de keuze van restaurant en menu van een afscheidsetentje. Hoezeer Cock ook soms verbaasd was over het oordeel van de redactie, zij respecteerde de redactionele onafhankelijkheid zonder morren en of een boek haar nu aan het hart lag of niet, zij zette zich in voor de productie en de verspreiding van elke titel.

Als Cock eenmaal ja gezegd had tegen een idee of initiatief, ging geen zee haar te hoog. Dat Oosterhout sinds enige maanden nu zelfs formeel een stadshistoricus heeft en dat daarvoor een budgetje beschikbaar is, komt op de conto van dr. J.J.A.M. (Cock) Gorisse.
© Brabant Cultureel 2025
