Op 3 juni 2025 werd het lichtkunstwerk onthuld dat Sigrid Calon maakte voor de spits op de toren van de voormalige Sacramentskerk in Tilburg. Het is een oefening in aandacht, rust en verstilling, met vormen en kleuren die traag veranderen, uur na uur, dag na dag. Het werk heeft als titel SPiTS en refereert aan de oude klokfunctie, maar is gestoeld op een geavanceerd softwareprogramma dat voor dit doel is geschreven door Coen Klösters van NAP Labs.
door Pieter Siebers *
Ruim drie decennia miste de toren van de Sacramentskerk in Tilburg zijn spits. Daar is nu verandering in gekomen in de vorm van een fascinerend lichtkunstwerk. Bij de officiële onthulling werden de vorm- en kleurveranderingen die het kunstwerk kenmerken in versneld tempo getoond, enigszins in tegenspraak met de aard van het werk zelf.
Dat had jaren op zich laten wachten. Niet vanwege de kunstenaar, maar door een woud aan regels, procedures en problemen rond de financiering. Dat alles was echter al bijna vergeten toen de spits op 10 mei 2025 op de toren werd gehesen, een operatie waarbij de omwonenden hun huis een paar uur moesten verlaten. Het hijsen trok honderden mensen naar de Ringbaan Oost en was het voorspel voor de installatie en test van het kunstwerk in de weken daarna.
Benodigde geld geweigerd
Het verhaal van het kunstwerk begint in zekere zin al in de zomer van 1992, het jaar waarin de Sacamentskerk – dan nog geen zestig jaar oud – zijn spits verliest. De kerk, een ontwerp van architect Martinus van Beek, had een ranke, groen koperen bekroning die in onherstelbaar slechte staat zou zijn. Meerdere mensen betwijfelden die conclusie van het bisdom, zeker toen een paar jaar later bleek dat datzelfde bisdom annex kerkbestuur het benodigde geld voor herstel – opgehaald door een comité onder aanvoering van voormalig burgemeester Henk Letschert – weigerden.

De kerk was op dat moment nog in functie, maar het was duidelijk dat de katholieke prelaten van het gebouw af wilden. Dat viel te begrijpen, zeker in het licht van de ontkerkelijking en de daaropvolgende inkrimping van de parochies in Noord-Brabant. In 1971 waren dat er nog vijfhonderd, in 2017 slechts zeventig.
Parochianen en de gemeentelijke overheid werden in die tijd maar mondjesmaat betrokken bij plannen tot sluiting of sloop. Intussen is er door de komst van een ‘kerkenvisie’ in 2019 meer regie waardoor gemeenten meer strategisch omgaan met het religieus erfgoed. Zo kan men met kerkeigenaren afspraken maken over de toekomst van álle kerkgebouwen in de betreffende gemeente.
Het regende protesten in stadswijken en dorpen tegen de dreigende sloop van een kerkgebouw
In de jaren negentig was zo’n visie er niet en het regende dan ook steeds weer protesten in wijken en dorpen wanneer de sloop dreigde van een kerkgebouw (of amoveren, dat klonk wat vriendelijker). De bezwaren daartegen, waar dan ook, zijn doorgaans afkomstig van zowel kerkgangers als ‘onkerkelijken’. De argumenten van de protesten zijn vaak dezelfde: de gebouwen zijn beeldbepalend, ze zijn vaak met geld van parochianen opgetrokken en ze zijn ‘dragers’ van herinneringen. Voor dat laatste introduceerde de Fransman Pierre Nora eind vorige eeuw het begrip ‘lieux de mémoire’, plaats van herinnering – gebouwen of plekken waar herinneringen en formele geschiedenis samenvallen. Plaatsen waar heden en verleden elkaar raken.

Pleidooi om toegangsprijzen te hanteren
Ook in Frankrijk gaat men soms over tot sloop, maar toch heeft men daar een andere traditie waar het gaat om dergelijke gebouwen. Net als wij kent men daar de scheiding van kerk en staat, maar anders dan hier is het merendeel van de kerken in handen van de staat die ze via een erfgoedstichting onderhoudt en verhuurt – vaak aan katholieke parochies.
Deze Fondation du patrimoine heeft het overigens financieel niet gemakkelijk en vandaar het pleidooi om zoiets als toegangsprijzen te hanteren voor kerken, voor de Notre Dame bijvoorbeeld. Wat dan weer stuit op bezwaren van de kerk.
Hoe dan ook, de discussies over erfgoed, behoud en beheer staan in Frankrijk in een ander perspectief dan hier. Ook in Duitsland is de omgang met kerkgebouwen anders. Sinds het einde van de negentiende eeuw heffen deelstaten – onder geregistreerde gelovigen – kerkbelasting, de zogenaamde ‘Kirchensteuer’. Een bedrag van tegen de driehonderd euro per jaar, al neemt dat af door de ook in Duitsland zichtbare ontkerkelijking.
Duitse kerken krijgen staatssteun
Bij de oosterburen kunnen de kerkgemeenschappen bovendien rekenen op staatssteun; zo’n half miljard per jaar. Over zowel belasting als subsidie bestaat al jaren discussie, maar die leidt vooralsnog niet tot afbouw van de regelingen. Dat komt ook doordat de kerk een van de grootste werkgevers van het land is en nogal wat maatschappelijke taken – kinderopvang, thuiszorg – voor haar rekening neemt die bij ons de overheid (deels) financiert.
Deze voorbeelden uit het buitenland maken duidelijk dat het krachtenveld tussen kerk en staat in Nederland weerbarstiger is, en – waar het gaat om de gebouwen – niet in het voordeel van een burgerinitiatief als dat waaruit de nieuwe spits in Tilburg tot stand is gekomen. Immers, het is een initiatief van bewoners van de wijk Armhoefse Akkers dat ten grondslag ligt aan zowel de glazen spits – een ontwerp van Jos ten Brink – als het lichtkunstwerk daarbinnen.
Gesproken over een Eastpoint
We schrijven 2005 als de Sacramentskerk aan de eredienst wordt onttrokken en ‘de kerk’ zich niet meer verantwoordelijk acht voor het gebouw. Het perspectief is sloop, waarna hoogbouw. De gemeente, zo betoogt het bisdom, voelt wel iets voor dat plan. Er wordt dan al gesproken over een Eastpoint, een zestig meter hoge oostelijke variant van het in 2001 geopende wooncomplex Westpoint.
De bezwaren tegen de voorgestelde sloop vielen het kerkbestuur rauw op het dak. Wat anders, zo zei men daar, is de kerk nu nog dan een hoop stenen. Sloop en hoogbouw waren voor het bisdom zonder twijfel financieel interessant, maar vrijwel niemand zat daarop te wachten in een woonwijk uit de jaren dertig. Herbestemming leek de buurt een betere optie en onder de vleugels van de buurtraad werd de werkgroep Kerk en Klooster opgericht, met als inzet de ‘waardige’ herbestemming van het gebouw. Er volgende een peiling In de buurt, politieke partijen, raadsleden en wethouders raakten betrokken en er ontstond eendracht. Zowat iedereen was het erover eens: de Sacramentskerk is in architectonisch en historisch opzicht een waardevol gebouw op een zichtlocatie aan de einder van een van de belangrijkste verkeersassen van de stad.

Die prominente positie is het gevolg van het allereerste stedenbouwkundige plan van Tilburg, meer dan honderd jaar geleden ontworpen door stadsarchitect ir. Rückert, naar wie terecht een straat is vernoemd. Argumenten voor herbestemming te over, maar hoe precies, met welke partijen en voor welke prijs – dat waren de vragen waarvoor de werkgroep Kerk en Klooster zich gesteld zag.
Een veelheid aan plannen
Dit artikel is niet bedoeld om uit te wijden over de plannen voor een gezondheidscentrum, al dan niet met appartementen in het hoger gelegen deel. Ook de wens van een Poolse kerkgemeenschap om de kerk te benutten, werken we niet uit, evenmin als het streven om van de voormalige kerk een rijks-, dan wel een gemeentelijk monument te maken. De veelheid van plannen, opties en processen nam bijna tien jaar in beslag en ze hadden – hoe divers ook – één gemeenschappelijke noemer: ze zijn om allerlei redenen (waarover een boek geschreven kan worden) niet uitgevoerd.
Toen in het midden van het vorige decennium het einde voor het gebouw dan toch echt nabij leek, kwam er wat je noemt een ‘blessing in disguise’, een geluk bij een ongeluk. Dat werd door de werkgroep opgevat als een beloning van hogerhand voor niet aflatende volharding. Het bisdom legde een zogeheten ansichtkaartoplossing op tafel. Behoud van het vooraanzicht van de kerk, maar schip en koor zouden niet aan de sloophamer ontkomen. Op die plek zouden woningen komen, ontworpen door bureau Bedaux DeBrouwer.
Prijsvraag over nieuwe torenspits
Het nieuwe perspectief werd na de pogingen tot herbestemming omarmd als het best haalbare en bracht en passant een nieuwe missie met zich mee. Er moest een bekroning komen voor de onthoofde toren. Het was intussen 2016 en de werkgroep zette het beproefde middel in van de prijsvraag. Daarop kwamen bijna honderd inzendingen binnen waaruit een voorselectie werd gemaakt, van uiterst gewaagd tot meer traditioneel.

Zowel bewoners van de wijk als de lezers van het Brabants Dagblad spraken zich in grote meerderheid uit voor het ontwerp van Jos ten Brink: een glazen spits, die de vorm en hoogte van de oude benaderde. Met daarin een lichtkunstwerk, nog nader te bepalen. Geld was er nog niet, maar dat dit tenminste een paar ton zou gaan kosten was al snel duidelijk.
Begrippen als rust en verstilling
Daarmee stonden de contouren van de spits dan wel vast, maar het lichtkunstwerk vergde toch echt een specialist. Ook het uitvoeren van de plannen werd gecompliceerder en de werkgroep ging over in een speciale stichting. Op advies van het Mondriaanfonds benaderde men de Tilburgse kunstenares Sigrid Calon, die eerder een lichtontwerp had gemaakt voor de Amsterdamse Kalverpassage.
Haar ontwerpen – of dat nu textiel, grafiek of driedimensionaal werk is – laten zien dat zij zich buitengewoon verdiept in de materie om steeds een sobere, min of meer abstracte ‘oplossing’ te vinden. In de gesprekken over de spits hanteerde zij al snel begrippen als rust en verstilling, ook met een verwijzing naar de geschiedenis van het gebouw en de gebrandschilderde ramen daarin – een element dat Jos ten Brink in zijn schetsen al had benadrukt.
Net zoals in veel van haar eerdere werk heeft Sigrid Calon gebruik gemaakt van een aantal ‘spelregels’, richtlijnen en ingrediënten. Zo is SPiTS gebaseerd op zeven grafische, universele basiselementen. Dat zijn wiskundige vormen als lijnen, rechthoeken, cirkels, veelhoeken en combinaties hiervan. Een tweede principe is dat van tijd, vandaar dat er zeven elementen zijn, zodat elke dag van de week herkenbaar is met een eigen element. Die elementen zijn vervolgens variabel, ze verschijnen, bewegen, veranderen en vermeerderen. Geen moment is hetzelfde, al zijn de veranderingen pas te zien als je er langer naar kijkt.
Ook bleek al snel in het proces dat het kunstwerk dat Sigrid Calon voor ogen stond niet zonder geavanceerde techniek kon worden gemaakt. Net als in Amsterdam betrok ze Coen Klösters van NAP Labs om speciaal voor het doel software te schrijven die projectie in een complexe ruimte als de spits mogelijk maakt.
Wisselwerking tussen ambacht en techniek
De beelden worden op de (schuine) zijden van de spits geprojecteerd, van binnenuit. Uit de wisselwerking tussen ambacht en techniek ontwikkelde zich gaandeweg een narratief, een verhaal met een subtitel: ‘Ode aan de Traagheid’. Die duidt op de langzame, permanente verandering die het werk eigen is en is een tegenwicht voor de enorme haast en snelheid die de moderne samenleving zo kenmerkt.
NAP Labs heeft een applicatie ontwikkeld die Sigrid Calon gebruikt om haar werk in te laden en in 3D te pre-visualiseren. Dat ‘inladen’ bleek een uiterst arbeidsintensief verhaal: alle uren zijn door de kunstenaar handmatig ingevoerd en bepaald. De app zorgt er vervolgens voor dat de beelden ontstaan. Geen bestaande beelden, maar combinaties van vorm en kleur, ter plekke berekend door de computer waarop de software draait.


Per dag en per vorm zijn op die manier zeven verschillende variaties gemaakt, wat betekent dat de composities zich in beginsel om de zeven weken herhalen. Dat klopt niet helemaal, want kwartalen hebben elk een andere kleurschema waardoor er nog meer variatie ontstaat. Wie zich langjarig in het werk verdiept, zou in principe de tijd kunnen aflezen aan de hand van de abstracte visualisatie op de torenspits.
Handschrift van Sigrid Calon
Het mag dan niet tot herbestemming van de kerk zijn gekomen, in al de jaren die het project in beslag heeft genomen is iets unieks ontstaan. Het is een werk dat onmiskenbaar het handschrift van Sigrid Calon draagt, maar bijzonder is vooral ook het proces van samenspraak dat eraan ten grondslag ligt.
Met ontwerper Jos ten Brink, met architect Thomas Bedaux, met de Stichting Spits die als opdrachtgever fungeerde, met constructeurs, bouwers, glaszetters, betrokken ambtenaren, fondsen et cetera. Een bijzonderheid is dat onder regie van Marketing Tilburg het werk vijf keer per jaar van ondertoon wijzigt, op dagen dat er iets bijzonders gebeurt. Dat kan roze maandag zijn, maar ook het kerst- of Suikerfeest, of een ander gedenkwaardig moment.
Van het woord ‘religie’ wordt wel gezegd dat het komt van ‘religare’, een werkwoord uit het Latijn dat ‘verbinden’, of meer precies: ‘opnieuw binden’ betekent. Het is denkbaar dat deze spits annex het lichtkunstwerk zal uitgroeien tot een nieuw baken in de stad, tot een metafoor voor eigentijdse verbinding. Heden en verleden, traagheid en technologische dynamiek, buurt en stad gaan hand in hand in dit landmark waarin – zoals hoogleraar Joks Jansen van de Tilburgse universiteit het zo fraai noemt – grond, gemeenschap en geschiedenis samenvallen.
*) Pieter Siebers is redacteur van Brabant Cultureel en tevens bestuurslid van de Stichting Spits Armhoefse Akkers.
Beeld voorpagina > links: een kijkje in de glazen spits, nog zonder projectie-hardware. Rechts: de SPiTS op de avond van de opening. Beide beelden > Facebookpagina Sigrid Calon
spitsarmhoefseakkers.nl
sigridcalon.nl
Meer over erfgoed op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2025



