Frederike Luijten is een geboren dichter

column door JACE van de Ven

We onderbreken onze serie over de grenzen van Noord-Brabant eenmalig om u te wijzen op een bijzondere dichtbundel. Die verscheen afgelopen donderdag. Hij heet Er huist een kraai in mij en is van de hand van Frederike Luijten (1998). Zij was de afgelopen twee jaar stadsdichter van Tilburg. Ik schreef een jaar of drie geleden al eens over haar, omdat regelmatig regels uit haar gedichten mij raken. Ze is een geboren dichter en heeft, denk ik, ook nooit iets anders willen worden. Of kon niks anders worden, omdat ze van het begin af aan al dichter was.

Frederike Luijten bij de presentatie van haar nieuwe dichtbundel. Foto > Margo van de Pas

Omdat ik over haar bundel wil schrijven, maar privé-afspraken over vakantie had, vroeg ik haar om mij de tekst van de bundel op te sturen. Dat deed ze, ik ontving een door Janine Hendriks van Kaftwerk opgemaakte tekst die ik op mijn laptop moest omvormen tot een Word-document, wilde ik hem kunnen lezen. Dat klinkt allemaal makkelijk en mooi, maar – misschien ligt het aan mijn digibetisme – in dat Word-document stonden de woorden niet meer keurig achter elkaar, maar moest ik soms gokken welke woorden in welke tekstkolom bij welk gedicht horen.

De rechts aflopende titel op de kaft vraagt om opengevouwen te worden. Foto > Margo van de Pas

Ook kwamen de details van de bijzondere vormgeving van de bundel niet meer over. Jammer, want het lijkt me een prachtig boekje, gekaft door middel van een Japanse binding. Wat dat is, moet u maar eens opzoeken, want hoewel ik er op internet een YouTubefilmpje over zag, denk ik niet dat ik in staat ben om het u op een duidelijke manier uit te leggen.

Maar, geloof me, ‘hoe de stad zal zingen’ staat poëtisch als een huis

Dus houden we het bij de dichtkunst, bij het talent van Frederike Luijten en bij de gedichten waar ik zeker van ben dat ik ze op de juiste manier kon lezen. ‘Hoe de stad zal zingen’ bijvoorbeeld. Het gedicht is een bijna mythische vertelling die begint bij de geboorte van de dichter en die de dichter gaandeweg vereenzelvigt met de stad Tilburg, luidruchtig, onzorgvuldig en besluiteloos. Die drie woorden haal ik op grove wijze uit de context, waardoor ze plotseling prozaïsch overkomen. Maar, geloof me, ‘hoe de stad zal zingen’ staat poëtisch als een huis. Frederike Luijten maakte het voor haar inauguratie als stadsdichter. Ter herinnering aan dat stadsdichterschap komen enkele regels uit het gedicht ergens in Tilburg op een gevel te staan.

Ik vertelde al dat Frederike Luijten mij een geboren dichter lijkt. Het verbaast me dan ook allerminst dat ze na de middelbare school per se iets wilde studeren dat met de schrijfkunst te maken heeft. Bij een Belgische en Engelse opleiding viel ze af, maar de selectie voor de schrijversopleiding ArtEZ in Arnhem doorstond ze wel. Zij doorliep de opleiding zo goed dat ze inmiddels zelf docent is bij Creative Writing ArtEZ. Dat betekent voor haar niet dat ze voor de volle honderd procent denkt te weten hoe iemand moet schrijven. Haar eigen auteurschap is daar mede een zoektocht naar. Ze beseft dat ze geen docent creative writing kan zijn zonder zelf te schrijven.

Ook verdiept zij zich in de literaire producten van collega’s door programmamaker te zijn bij de literaire organisatie Tilt en al acht jaar geleden richtte ze het Seizoenszine op. Dat is een literair magazine dat al elk seizoen verschijnt – vier maal per jaar dus – en telkenmale ook plaats biedt aan debutanten.

Tikkend op een ouderwetse schrijfmachine spreekt ze de woorden hardop uit: ‘Dan heb ik het gehoord’

De taal waarin Frederike Luijten zich uitdrukt, bevat altijd magische elementen en is klankvol en ritmisch. Dat laatste wekt ze bijna kunstmatig op door haar gedichten te maken op een ouderwetse schrijfmachine, al tikkend spreekt ze de woorden hardop uit: ‘Dan heb ik het gehoord.’ Ook vindt ze de vorm van het gedicht belangrijk bij het overbrengen van een poëtische gedachte. Daarvoor grijpt zij niet terug op bestaande vormen, maar brengt op gevoel vorm aan in haar vrije gedichten. Daarnaast bespreekt ze alles wat ze schrijft met een klankbordgroep die invloed kan hebben op het uiteindelijke resultaat. ‘Schrijven is vakmanschap’, legt ze uit. ‘Je kunt het leren door het veel te doen, door er met anderen over te discussiëren.’

Dat is uiteraard het geval en geldt voor alle kunst. Wie de kunst van het maken verstaat, heeft meer mogelijkheden om zijn gevoelens te verbeelden. Wat heeft Van Gogh niet moeten zwoegen om zich de schilderkunst meester te maken? Maar het heeft zich later uitbetaald. Het zwoegen op een gedicht duurt bij Frederike Luijten soms een uur, maar vaker een maand. Dan moet de tekst nog even liggen ‘omdat hij wat meer tijd en liefde nodig heeft’. Zo zoekt ze haar weg in de kunst. Ze experimenteert met prozageschriften die ze nog niet uitgegeven heeft en ze gaat interdisciplinaire samenwerkingen aan met dansers, musici en beeldende kunstenaars. Er ligt bijvoorbeeld in de geroemde LocHal – de openbare bibliotheek van Tilburg in een prijswinnende verbouwde, oude NS-werkplaats – een gedicht van Frederike op de grond, een bijzondere deurmat ontworpen door Corné van de Schoor.

Frederike Luijten draagt enkele gedichten voor uit Er huist een kraai in mij. Foto > Margo van de Pas

In haar bundel die donderdag verscheen, staan twaalf gedichten die voortvloeiden uit haar stadsdichterschap, dus gaan ze over Tilburg en over gebeurtenissen in die stad. Daarna volgen nog twaalf gedichten die wel geschreven zijn in de twee jaar dat ze stadsdichter was, maar die niets met de stadsdichtersopdracht te maken hebben. Het is niet altijd makkelijk om ze je meteen eigen te maken, ook is het moeilijk om eruit te citeren, omdat woorden en zinnen – in elk geval in mijn Word-document – zonder interpunctie in elkaar geweven zijn. Maar laat ik uit het gedicht ‘nachtontkenners’ toch enkele regels presenteren, in de hoop ze de juiste vorm gegeven te hebben:

Verderop in het gedicht vereenzelvigt de dichter zich weer met de stad:

Luijtens stadsgedichten en vrije gedichten zingen dezelfde tonen. Het gaat over de wereld zoals die zich aan ons voordoet, over kleine veranderingen die onrust veroorzaken, over de dingen die voorbijgaan, over onvermijdelijk afscheid en dood, terwijl we zoeken naar geborgenheid, in de plaats waar je woont, tussen de mensen met wie je omgaat, of in het lichaam waarin je huist.

De dichtbundel Er huist een kraai in mij is niet alleen voor Tilburgers interessant. Het gaat om universele poëzie van een bijzonder talent dat zich in mijn ogen kan ontwikkelen tot een groot dichterschap. Van mij mag Frederike Luijten blijven overleggen met klankbordgroepen om beter te worden, om nog beter te leren hoe je het particuliere universeel kunt maken, maar ik hoop dat ze daarbij tegelijk vasthoudt aan innerlijke overtuigingen en vertrouwt op eigen eigenwijsheid. Het gaat per slot van rekening om poëzie die ergens diep uit háár opborrelt en niet uit een ander.

De omslag van de bundel, waarbij de cover opengevouwen moet worden om de hele titel te kunnen lezen. De vormgeving is gedaan door Kaftwerk (Janine Hendriks)
Binnenzijde omslag met foto’s en naar binnen gevouwen flappen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *