door JACE van de Ven •
In onze Ronde van Brabant is West-Brabant aan de beurt. Dat is het gebied ten westen van de lijn Raamsdonk – Baarle-Nassau. Maar vraag je een Midden- of Oost-Brabander waar West-Brabant begint, zegt-ie: ‘Ergens achter Breda.’ Ik maakte mijn West-Brabant-expeditie die ik opnam in mijn verhaal uit 2004 al in 1998. Tweehonderd kilometer op de fiets in één dag, maar ja, ik was toen achtenveertig.
Geboren Oost-Brabander en wonend in Midden-Brabant, wilde ik zien of West-Brabant mij vreemd was. Ik had er niets over. Geen boek, geen afbeelding, geen gedachte. Alleen een zesschellingstuk, zeventiende-eeuws en gevonden bij de Strijense Toren in Oosterhout. ‘Concordia res parva crescunt’ staat erop: eendracht maakt macht. Ik kreeg de munt van een amateurviolist met wie ik in de jaren dat ik in Oosterhout op het seminarie van de kapucijnen zat – van 1962 tot 1969 – naar Mozart en Schubert luisterde. ‘De paoterkesfebriek’ noemden ze in Oosterhout het seminarie en dat was heel Midden-Brabants, net als de bossen en zandverstuivingen rondom Oosterhout.

Dokter Vlimmen
Op mijn fietstocht van toen begon voor mij West-Brabant pas voorbij Terheijden, plat, weids en met verre horizonten. In Vlimmen contra Vlimmen merkt Mr. A. Roothaert een beetje onvriendelijk op: ‘Hier wonen misschien geen zuiver-Hollandse boeren, maar op Brabanders lijken ze nog veel minder: teruggetrokken, stug en belangrijk groter van postuur dan de boertjes van de zandbodem.’ Ze kunnen volgens hem dan wel niet op Brabanders lijken, ik weet dat ze wel zo genoemd willen worden. En dat met evenveel recht als andere Brabanders.
Dan kom ik door Langeweg. Slikgat heette dat dorp tot 1910 en niet voor niks waarschijnlijk. De kapucijnen die hier toen hun seminarie hadden, drongen aan op naamsverandering, omdat ze vreesden dat de naam van het dorp prille roepingen zou afschrikken. In 1944 werd het klooster door voltreffers geraakt terwijl paters, studenten en dorpelingen in de kelders bivakkeerden. Pater Zeno, onze leraar Engels in Oosterhout, vertelde in de klas hoe hij met een witte vlag richting vlasfabriek van Zwartenberg liep waar men de bevrijders vermoedde. ‘Are you Canadian’, riep hij en wij, leerlingen, riepen het allemaal mee, want we lieten de oude pater het verhaal keer op keer opnieuw vertellen. Mijn Engels lijkt dan ook nergens op.

Vlas uit Zwingelspaan
Een vlasfabriek? Uit mijn fietsverhaal van toen, kom ik nog een verwijzing naar vlas tegen, Zwingelspaan, het plaatsje waar ik op weg naar Willemstad doorheen fietste. Ik schreef: ‘Van Dale leert dat het bij een zwingelspaan gaat om “elk van de plankjes van een zwingelmolen”. Met zo’n molen worden de kleine houtdeeltjes uit vlasvezels verwijderd. Dorpen als Zwingelspaan of Oude Molen, ruim twee kilometer verderop, liggen aan de rand van een polder, lees ik in de catalogus Dorpen in Brabant, uitgegeven bij een expositie in Het Noordbrabants Museum in 1978. Ze zijn ontstaan als spontane groeperingen van landarbeiders, keuterboeren en dijkwerkers. De belangrijkste bewoner was meestal een molenaar of sluismeester, notabelen woonden er vrijwel nooit.’
Tot Steenbergen, blijkt uit mijn tekst, voelde ik me door een mij vreemd Brabant rijden, in het plaatsje Helwijk lees ik op een oud gebouw de benaming ‘School met de Bijbel’ en Willemstad met zijn fortificaties en Dinteloord te midden van hectares klei en silo’s melasse doen me in niets denken aan Midden- of Oost-Brabant. Zoals gezegd kreeg ik richting Steenbergen het gevoel dat ik naar huis reed. Ik schreef: ‘De gigantische Sint-Gummarustoren van het stadje lijkt mij minder een “suikerbiet’, zoals hij in de buurt wordt genoemd, dan een kloek die op de grens van “Hollandsch en Roomsch Brabant” uitdagend op katholieke kuikens zit. Log, de snavel omhoog, en met vier kleine, nieuwsgierige snaveltjes om zich heen.’

Vlaamse sfeer in Bergen op Zoom
Vanaf hier naar het zuiden glooit het landschap. Naar het westen roep ik een groet richting Nieuw-Vossemeer. Tijd en conditie maken het onmogelijk even langs Merijntje Gijzen en het A.M. de Jonghuis te gaan, maar het zou oneerbiedig zijn om hen te negeren. In Bergen op Zoom is het tijd om te rusten. Wat een waardige, Vlaams aandoende stad met een grote markt waar alleen de geur van karakollen (wulken) ontbreekt. En, goh, er zijn hier ook echt bergen, van hoog kijkt de stad uit over Schelde en Zeeland.

Ik deed Bergen op Zoom te kort. Het is een stad die veel meer aandacht verdient. Destijds fietste ik snel door naar Hoogerheide om nog eens over de Wouwbaan naar de basis Woensdrecht te gaan. Is die er tegenwoordig nog wel? Ik liep in 1986 ooit over die Wouwbaan met mensen van de Franciscaanse Vredeswacht die twee keer per dag een wake hielden tegen de kruisraketten die op Woensdrecht geplaatst zouden worden. ‘Het was in al zijn kwetsbaarheid een indrukwekkende ervaring’, schreef ik daarover. En dat was het? Hun bede om vrede werd uiteindelijk gehoord. Ik wens de wereld van nu hetzelfde toe.
Gebied met wielerhistorie
Dit is ook het gebied van waaruit Nederland voor het eerst wielerhistorie schreef. Daarom had de gemeente Woensdrecht graag het wielermuseum, dat vanuit de verzameling van oud-renner Rini Wagtmans wordt opgebouwd, gehuisvest. Maar Etten-Leur was Woensdrecht voor en na verbouwing van het oude raadhuis zullen daar de fiets waarmee Wim van Est in het ravijn viel en tal van andere wielerschatten te zien zijn.

Inmiddels werd ik in mijn artikel van toen lyrisch over het landschap met ‘hier en daar groepjes bomen om de wind te breken’. ‘En nog mooier is het stille fietspad door de Buisse Heide, waar Henriëtte Roland Holst eens woonde en werkte en ergens in het avondlicht voor zich uit gepreveld heeft dat de zachte krachten zullen overwinnen in het end.’ Sinds mijn tocht van toen heeft men in Zundert op hoog niveau vorm gegeven aan het feit dat Vincent van Gogh er geboren is. Via het Vincent van GoghHuis worden er allerlei internationaal opvallende evenementen georganiseerd. Eentje daarvan is het jaarlijks uitnodigen van een artist-in-residence die op de Buisse heide in alle stilte kunst mag maken.
In mijn tekst van toen besteed ik nog aandacht aan het Zundertse Bloemencorso, de Acht van Chaam en de bijzondere situaties in Baarle-Nassau, het dorp waar Hugo de Groot de eerste nacht na zijn vlucht in een boekenkist geslapen zou hebben. Maar ik besef dat ik West-Brabant te kort doe. Er is veel meer. West-Brabanders zijn dezelfde mening toegedaan. Zij vinden bijvoorbeeld dat ze op de site Brabant Cultureel te weinig aan bod komen. Ook heb ik het idee dat er West-Brabanders zijn die vinden dat de bekroning van een Brabantse dialectschrijver via het jaarlijkse Brabantse dialectboek teveel een Oost-Brabantse zaak is.

Ik eindigde mijn stuk van destijds met de vraag of West-Brabant wel bestond. Geografisch wel, maar mentaal is er maar één Brabant, zoals staat op mijn zesschellingstuk: ‘eendracht maakt macht’. Maar eerlijk gezegd kan ik mijn zesschellingstuk al jaren nergens meer vinden.
Meer columns van JACE van de Ven op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2025
