Op zondag 1 juni 2025 overleed onze redacteur Arnold Verplancke. Ruim zeven jaar was hij verbonden aan Brabant Cultureel en hij schreef in die tijd vele tientallen artikelen over theater, klassieke muziek en beeldende kunst. Hij was vaak te vinden in theater- en concertzalen in binnen- en buitenland. Die waren zijn tweede thuis.

door Emmanuel Naaijkens
In augustus vorig jaar leverde Arnold Verplancke bij de redactie van Brabant Cultureel een op het oog wat merkwaardige column aan. ‘Wandelend door mijn eigen platencollectie’ luidde de kop. De tekst begon echter met een beschrijving van een wandeling door een wijk in Eindhoven om zijn conditie op peil te houden; hij kampte al langer met hartklachten. Tienduizend stappen stonden er op de teller toen zijn rondje erop zat. Afgelopen zondag bereikte hij bij zo’n zelfde rondje de eindstreep niet. Zijn hart hield ermee op en hij overleed, tachtig jaar oud.
Persoonlijke ontboezemingen
Toen we indertijd de tekst van die column onder ogen kregen, vroegen we ons af of Brabant Cultureel wel het juiste podium is voor dit soort persoonlijke ontboezemingen? Nu was het kenmerk van veel van Arnolds columns dat hij beschouwingen over kunst en cultuur mengde met persoonlijke ervaringen, gedachtes, indrukken en oordelen. En ook deze keer maakte hij heel soepel de overgang naar het eigenlijke onderwerp van zijn column, namelijk waar zijn muzieksmaak vandaan kwam.
De straten in de wijk waar hij zijn rondje liep zijn allemaal vernoemd naar jazzmusici. ‘Het lijkt wel of ik in mijn eigen platencollectie rondloop’, noteerde hij. Als kind van de jaren zestig zou je verwachten dat hij een liefhebber was van de toen opkomende popmuziek. Maar daar had hij een broertje dood aan en dat stak hij tijdens redactievergaderingen niet onder stoelen of banken.
Liefhebber van jazz
Jazz kon hem wel bekoren, hij was fan van Duke Ellington en Ella Fitzgerald. Die had hij in 1967 live zien optreden in Rotterdam en mogelijk heeft hij die zelfs persoonlijk de hand gedrukt. Die suggestie wekte hij in ieder geval zijn column. Dat zat zo. In 1966 was Arnold begonnen als jonge verslaggever bij het ANP en een van zijn taken was om in de gaten te houden welke beroemdheden op Schiphol arriveerden. Zo stond hij dus onder aan de vliegtuigtrap om deze befaamde iconen van de jazz te verwelkomen.
Maar zijn muzieksmaak ontwikkelde zich, anders dan bij veel van zijn generatiegenoten, richting klassieke muziek en in het bijzonder opera. Dat was zeker niet uit nostalgie, ook eigentijds klassiek zoals van Philip Glass en John Adams had hij in zijn platenkast staan. Maar van alle componisten ter wereld stak Bach boven alles en iedereen uit.
In 1969 maakte hij als journalist de overstap naar het Brabants Dagblad om als verslaggever in de editie Uden-Veghel aan de slag te gaan. Dat moet een grote cultuurshock zijn geweest. Van het deftige Leiden, zijn geboortestad, naar het ‘gemoedelijke’ Noord-Brabant met zijn vele ongeschreven regels en conventies.

Niettemin werd hij al gauw voorzitter van de plaatselijke toneelvereniging GUNDA (Genoegelijke Uurtjes Na Dagelijkse Arbeid) en trad daarmee min of meer in de voetsporen van zijn vader die in Leiden regisseur was bij het amateurtoneel. Arnold heeft zijn draai gevonden in Brabant en kon zelfs een glaasje Schrobbèler, het nationale drankje van Tilburg, op zijn tijd wel appreciëren.
Ontelbaar veel artikelen
Bij het Brabants Dagblad kreeg hij de kans om van zijn liefhebberij, het bezoeken van theatervoorstellingen en concerten, zijn werk te maken. Vanaf begin jaren zeventig bezocht hij talloze theater- en concertzalen. Aanvankelijk in de regio, maar al gauw ook in het hele land en ver over de grens. In ontelbaar veel artikelen deed hij verslag van zijn beleving van theaterproducties en muziekuitvoeringen. Bij het Brabants Dagblad vervulde hij ook leidinggevende functies, hij was onder meer adjunct-hoofdredacteur. Maar zijn werk als kunstredacteur gaf hem toch de meeste voldoening.
Schrijven over theater en klassieke muziek, met uitstapjes naar beeldende kunst en film, was zijn lust en zijn leven. Ook na zijn pensionering trok van hij van theaterzaal naar concertzaal, museum en bioscoop. Op de dag van zijn overlijden is, naar later bleek, zijn laatste bericht gepubliceerd op Brabant Cultureel. Dat ging over een nieuwe cd van cabaretier Bart de Groof over wie Arnold dertig jaar geleden al eens had geschreven als opkomend talent.
Fronsende wenkbrauwen
Als kunstredacteur was Arnold absoluut een veteraan, in de goede betekenis van het woord. In meer dan een halve eeuw heeft hij een indrukwekkende hoeveelheid, bijna encyclopedische kennis opgebouwd. In veel recensies en beschouwingen maakte hij vergelijkingen met eerdere voorstellingen, soms decennia terug, die hij had gezien of concerten die hij had bijgewoond.
Hij zag hoe de traditie in het theater meer en meer plaatsmaakte voor het eigentijdse en soms experimentele. Hoewel hij soms wel eens zijn wenkbrauwen fronste als hij een moderne versie van een van Shakespeares stukken aanschouwde. Zoals recent King Lear in een bewerking van Dood Paard, was hij absoluut niet iemand van ‘vroeger was alles beter’. Hij keek met een open blik naar wat theatermakers aan nieuws bedachten.
Zijn column over King Lear, verschenen op Brabant Cultureel op 17 mei 2025, illustreert misschien nog het beste waarin Arnold zich als toneelrecensent onderscheidde en waaraan hij zijn gezag ontleende. Hij was er in 1979 bij toen John Kraaijkamp, die tot dan alleen een reputatie had als dwaze komiek, in een legendarische productie van het RO Theater als King Lear de sterren van de hemel speelde.
Onbegrensde hartstocht
Later zag hij nog tal van andere versies van Shakespeares stuk: Ton Lutz als Lear in 1990 bij Toneelgroep Amsterdam met Pierre Bokma. Met Hans Croiset in 2001 bij het Nationale Toneel, met Hans Hoes in datzelfde jaar bij het gezelschap Oostpool, met Frida Pittoors in 2015 bij Toneelgroep Amsterdam. ‘En met allemaal verschillende accenten, soms ontroerend, soms volkser en zelfs en beetje humoristisch, want Shakespeare wist zijn publiek niet alleen mee te slepen maar ook te vermaken.’
Deze column onthulde ook iets van waar zijn onbegrensde hartstocht voor theater vandaan kwam. De personages in King Lear gaven hem ‘het gevoel dat ik die mensen goed ken, het is bijna familie’. Het theater, dat was voor Arnold thuiskomen. Zijn kracht was dat hij met zijn columns zijn enthousiasme en zijn verbondenheid met toneelfiguren overtuigend kon overbrengen op de lezer. Vaak spoorde hij de lezer aan om zeker een kaartje te kopen voor die ene voorstelling of dat ene concert.
Arnold nam zijn ambacht als kunstredacteur uiterst serieus. Thuis had hij een uitgebreid archief met boeken over theater, muziek en kunst, toneelteksten ook. In mappen hield hij knipsels bij, brochures en programmaboekjes van voorstellingen. Voor zijn columns putte hij vaak uit zijn collectie om zijn verhaal te illustreren. In zijn tijd als kunstredacteur bij de krant ging hij regelmatig op bezoek bij toneelopleidingen om te zien of zich nieuw talent aandiende. Hij zag er onder meer Brabantse acteurs als Yvonne van den Hurk, Peter Blok en Liz Snoijink toen die nog aan het begin van hun toneelcarrière stonden.
Maatschappelijk engagement
Arnold Verplancke was maatschappelijk geëngageerd, al liep hij daar niet zo mee te koop. Hij had oog voor mannen, vrouwen en kinderen in de verdrukking, wier mensenrechten geschonden werden. En voor mensen die slachtoffer waren van een geopolitiek conflict waarin ze waren meegesleurd. Op kleine schaal deed hij wat in zijn mogelijkheden lag. Hij was in het verleden bijvoorbeeld taalmaatje voor vluchtelingen en voorzitter van stichting Het Goede Doel. Dat hij op latere leeftijd een theologische masterstudie christendom en islam aan de Universiteit van Tilburg voltooide, zegt ook iets over zijn innerlijke drijfveren.
En hij bleef natuurlijk ook de journalist die de actualiteit op de voet volgde. In januari 2022 gaf hij in een column uiting aan zijn zorgen over de toenemende dreiging in de wereld. ‘Het Titanic-gevoel. Dat overviel mij het voorbije weekend. Niet dat ik danste op een zinkend schip, maar ik woonde net ten zuiden van onze lockdowngrens een vreedzaam Bachfestival bij, terwijl in Oekraïne een complete oorlog op uitbreken staat. Onvoorstelbaar toch! Honderdduizend Russische manschappen met allerhande wapentuig omsingelen dat land aan oost-, noord- en zuidzijde. Tegelijk hoor ik in Brugge het ‘Dona nobis pacem’ – geef ons de vrede – wegsterven uit de prachtige Hohe Messe van Bach.’ Let wel, dat was vier weken voor Rusland daadwerkelijk Oekraïne binnenviel.

Allen die hij liefhad
En soms smokkelde hij, om het zo maar eens te zeggen, zijn naasten die hij liefhad in een tekst van een column. Hij schreef bijvoorbeeld in zijn column over King Lear: ‘In 1993 zag ik samen met mijn te jong gestorven vrouw Anja [Spijkers, red.] in Edinburgh een mooie prent van Cordelia, de eerlijke dochter dus van koning Lear.’ In een column over de lockdown voerde hij zijn ‘overleden echtgenote Joke Knoop’ op. Zij was ook redacteur van Brabant Cultureel en overleed in 2019 op zesenzestigjarige leeftijd. In weer een andere column meldt hij dat hij zijn kleindochter had meegetroond naar de balletvoorstelling ‘Lady Macbeth’. Die kleindochter is theatermaker Evy Lasschuit, waar hij ongelooflijk trots op was. Net als op dramaturg Joost Segers, zoon van Joke Knoop, die ook de weg naar het theater heeft gevonden. En de oplettende lezer van Arnolds columns zal het zijn opgevallen dat hij weer het geluk in de liefde had gevonden met zijn partner Ilse Wetzel.
De Vlaamse schrijver Walter van den Broeck zei ooit in een interview over zijn schrijfsels: ‘Al wie mij lief is trek ik op mijn papieren vlot, want zo zullen ze blijven voortleven in de hoofden van de mensen’. En zo is het.
Arnold wilde liever geen bloemen op zijn uitvaart. In de plaats daarvan een gift voor de Stichting Cinecitta, een fonds dat jonge filmmakers op weg helpt.

Foto voorpagina > Arnold Verplancke gefotografeerd door Gemma Kessels. Fotobewerking: Hans Lodewijkx
Lees ook het bericht ‘Redacteur Arnold Verplancke overleden’
Alle columns van Arnold Verplancke op Brabant Cultureel
Columns, artikelen en recensies van Arnold Verplancke op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2025




Buitengewoon goed stuk, Maan. Heel herkenbaar allemaal.