28 mei 2025, een dag op Festival Cement in ’s-Hertogenbosch

Hoewel het festival dit jaar geen subsidie van de provincie heeft ontvangen, gaat Festival Cement gelukkig gewoon door. Cement is een jaarlijks theaterfestival in ’s-Hertogenbosch, met de Verkadefabriek als kloppend hart. Er wordt niet geprogrammeerd op basis van naamsbekendheid, maar het festival toont wat het publiek nu moet zien. Het biedt een belangrijk podium aan recent afgestudeerden en nieuwe makers, onder wie de makers van PLAN Brabant.

door Evy Lasschuit

Het is rustig in het festivalhart van de Verkadefabriek. Normaal vindt Festival Cement eerder in het jaar plaats, waarbij het festival nauw samenwerkt met scholen en opleidingen. Die zitten nu echter midden in de afronding van hun schooljaar, waardoor het festival een deel van het vertrouwde publiek mist. Toch is de sfeer in festivalhart gemoedelijk gezellig. De muren in de Verkadefabriek zijn aangekleed met exposities die het publiek tussen de voorstellingen door blijven prikkelen. Zoals ‘Queer Joy’ van Rik Versteeg en er is bijvoorbeeld een ouderwetse pc waarop bezoekers met een knipoog naar de gevestigde orde, de ‘verouderde Bossche culturele sector’ aan flarden kunnen schieten (Young Birds).

Werk van Rik Versteeg (l) en de ‘schietopstelling’ van Young Birds. Foto’s > Evy Lasschuit
Programmaboekje Theaterfestival Cement 2025

Alles is goed verzorgd: de makers worden in het programmaboekje voorgesteld met een originele set vragen die hen op een toegankelijke manier introduceert. Op deze dag bezocht ik drie voorstellingen waarvan ik hieronder afzonderlijk verslag doe. Om te beginnen in Pand 18, in de binnenstad van ’s-Hertogenbosch.

Mooni Van Tichel > STILL RADIANT ALIVE
Foto’s > Willem Mevis / Festival Cement

Met een bescheiden publiek betreden we de zaal van Pand 18, de plek waar ook de organisatie van Theaterfestival Cement zich huisvest. Rook en zeegeluiden verwelkomen het publiek, waarbij een dreigende bas de toon zet. We zien een figuur die langzaam richting de vloer smelt. Binnen de aanhoudende vertraging pantsert Van Tichel de figuur in. Deel voor deel wordt een neongeel en roze kostuum opgebouwd: een harnas dat iets wegheeft van de beenbeschermers van een hockeykeeper.

We horen mechanische geluiden die de opbouw van deze machine ondersteunen. Het is een voorbode van de mechanische bewegingen die we daarna te zien krijgen. Dan verandert de soundscape en worden ook de bewegingen van Van Tichel anders. Staccato zien we haar in gevecht met de leegte. In bewegingen met invloeden uit martial arts slaat ze, wordt ze geslagen en spuugt ze op haar onzichtbare tegenstander. Met wie of wat zij in gevecht is, blijft onduidelijk. Vecht ze tegen zichzelf? Of tegen de drang die het pak haar geeft?

Het is alsof ik naar een stop-motionvideo kijk, waarin de lichaamsbeheersing van Van Tichel opmerkelijk is. Dit staccato gevecht is het sterkst wanneer haar gezicht de gevechtssituatie meespeelt, wat soms wel en soms niet gebeurt. Het tempo van de dreigende bas versnelt. Net als het licht van de led-balken om haar heen wil ik als publiek met haar mee de versnelling in. Zij bevrijdt zich van het pak en het dwingende ritme. Ook na het afgooien van dit harnas blijft ze in gevecht. We volgen Van Tichel in een paars toplicht, waarbij de dreunende tekst ‘I have not the courage to die and I will live’ door de zaal galmt.

Het is alsof ik in een videogame zit waarin Van Tichel een gamepersonage is. Een personage dat vastzit in een donkere wereld waarin zij zich vechtend staande probeert te houden. Binnen en buiten het harnas, binnen en buiten de structuur. Het geluid verstomt en wordt vloeibaarder, net als haar bewegingen, tot de black-out volgt. Het einde voelt wat dwalend, of is dit de gemoedstoestand van het personage die ik mag voelen?

Na de voorstelling en met het publiekslicht aan neemt Van Tichel een moment om iets met het publiek te bespreken. Zij spreekt uit dat ze haar energie wil sturen naar de onderdrukkende systemen die we momenteel in de wereld zien. Naar de mensen die fysiek moeten vechten, omdat er geen andere optie is. Misschien is dit de duiding van wie haar onzichtbare tegenstander was.

Hanneke van der Paardt > BANG
Foto’s > Joachim Dette/Theaterhaus Jena

Een witte houten doos, een vrouw in een grijs kostuum en het haar strak naar achteren. Ze kijkt ons aan. Terwijl het publiek binnendruppelt, wisselt ze steeds van inloopmuziek. Misschien om ons uit de verbeelding te houden. Misschien om haar wat onverschillige en nerveuze houding te benadrukken. Dan steekt Van der Paardt van wal. We blijken ons in Jena te bevinden, een stad in voormalig Oost-Duitsland. Helemaal bovenin een klein theater, in het technische hok van de ‘Maal Zaal’. Het publiekslicht staat nog steeds aan en we worden direct aangesproken. Er worden zelfs al confessies gedaan: ‘Ik ben altijd duf.’

We mogen een kijkje nemen in haar egodocument over het niet overeenkomen met je lijf. Wat dat inhoudt, wordt stap voor stap duidelijk. Via cirkelgedachten, opsommingen en woordgrappen krijgen we haar angststoornis mee, tevens de thematiek van de voorstelling. Ze neemt ons mee in haar zoektocht: van theorie naar theorie, van adviezen van vrienden tot therapeuten naar de vraag: wie bepaalt of er sprake is van trauma? Zij zoekt naar oorzaken, ze zoekt naar schuld. Bij vlagen zie ik iemand die zo hopeloos op zoek is naar antwoorden dat het enige wat overblijft een schreeuw is over hoe niets werkt. Van der Paardt protesteert tegen het niet-werkende, het niet-genezende.

We zakken dieper in haar waanbeelden en komen bij de aanleiding voor dit egodocument: haar zus. Alle mogelijke gevaren worden genoteerd, en alles wordt een bevestiging van haar grootste angst: zij neemt de wereld anders waar dan een ‘normaal mens’. Van der Paardt neemt stilte om vervolgens onder een sterrenhemel een opsomming van herinneringen aan haar familie te delen. Tegelijkertijd lijkt haar lichaam op deze herinneringen te reageren. Een relaas van zelfhaat en overdenkingen volgt.

We sluiten af in Jena. Met een fijne dag en een gezin dat zij in Duitsland heeft leren kennen. Ze voelt die dag geen angst, geniet van de lichtjes van de stad en spreekt uit het morgen duizend keer beter te zullen doen. Waar ik dacht dat we de grootste angst van een afgestudeerd actrice in waren gestapt (een baan in een klein techniekhok in de ‘Maal Zaal’), blijkt Jena Van der Paardt juist te geven wat ze zoekt. Geen verplichting en geen mening, maar een functionerend gezin en met haar rug tegen de verwarming de krant mogen lezen.

Arjuna Vermeulen > Paradigm

We stappen de kleine zaal van de Verkadefabriek binnen. Ik merk op dat het publiek anders is dan bij de andere twee voorstellingen. Het publiek vertelt dat er steun is vanuit de hiphop-community voor Vermeulens werk. Drie ledbalken op de vloer en een diagonaal grid. Drie breakers die communiceren via hun ritmegevoel en hun adem. Ze lijken te zoeken, en raken dan weer verstrengeld. Eerst met hun handen, dan in de ruimte en daarna bij elkaars lichaam. Waar ze naar zoeken, blijft onduidelijk.

De breakers zien er krachtig uit in hun rood-zwarte kostuums. Het lijken vechters die zich klaarmaken voor een strijd. De muziek met trommels en tribale invloeden versterkt dit beeld. Het tempo versnelt waarbij er een choreografie met secuur beenwerk volgt. Het is krachtig en vloeiend tegelijkertijd. In de voorstelling is er een constant samenkomen en weer loslaten van elkaar. Naast hun adem lijken ze nu ook met gesis en gestamp te communiceren. Dit onderbouwt de associatie met een stam met een eigen taal.

Beeld > Festival Cement

Ik probeer te ontdekken of er een hiërarchie is binnen het drietal. Soms voelt het als een gelijkwaardige drie-eenheid en soms alsof er leiderschap wordt afgewisseld. Misschien zijn ze elk een andere component binnen een alomvattend begrip. Ze zouden voor mij ook kunnen staan voor de connectie tussen onze body, mind en soul. Drie componenten die zich binnenin de mens afspelen.

Er vloeit een rust over de breakers en daarmee ook over de zaal. Ze maken lange lijnen in hun bewegingspatronen met invloeden van kungfu. De breakers vloeien zo in een zachtheid die ik eerder in de voorstelling nog niet had gezien. Vermeulen zorgt in deze voorstelling voor intimiteit en kracht, en creëert een eigen stam met een kwaliteit en een taal die alleen van hen is.

Voorpagina: Hanneke Van der Paardt in Bang. Foto > Joachim Dette

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *