In een zijden pyjama droomt iemand van overwinning

poëzie door Arnoud Kremers


Bijslaap

Er viel blad, er ontloken paddenstoelen,
er werden witte stippen geplaatst
op een verre virtuele kaart en er klonk
zacht het gewieg van bomen in de storm
of was het dwaasheid?

In een zijden pyjama droomt iemand
van overwinning en proeft al drinkend
een vreemde dorst. Wordt in het harde nu
purper door purper gewoven?
Schering en inslag?

Een wandtapijt voor bodemloze bunkers
in eindeloos verloren land,
dat – zo gaat het in dromen – een naam
heeft, die je hoe dan ook vergeet?

Net wakker herinner ik mij
als een echte vorst, een tsaar, een soldaat:
de Engel der Wrake.

Dat zij drinkt met mij
een zeldzame rode wijn, zij weet:

‘Jij bent verliefd op Mij, jij durft
en weet Mij niet te vergeten…
Je proeft Ons Bloed!
Je kunt zonder Geweten…’
.


Septet II

De verraders ontwaakten met bevroren tong
zij zagen het aan: de hitte trok een taaie nevel
die zonder geur slechts nog laaien kon.
Zij begrepen niet waarom zij hiervan getuige waren,
toch zonder ziel, zonder hart, zonder pijn?
Niemand had hen ooit geleerd dat alles opnieuw begon,
dat de Hel het Paradijs opnieuw verzon.
.


Feigenlijk

…’t Is ook wel zo dat dat ik het ook niet weet…’
– ‘Ja, ik ook niet.’
‘Dan is het toch goed.’
– ‘Maar het blijft toch triest dat met-’
‘Zeg maar niks schat, feitelijk, puur feitelijk
hebben we er bar weinig mee te maken…
– ‘Ja, je hebt gelijk. Het zijn hun zaken
eigenlijk.’
.


Oud refrein

Wij waren kinderen die graag eenzaam zijn,
wij zijn alleen en rapen altijd stilte.

Het is onze droom om hardop te vergeten,
omdat we weten, nog meer willen weten
en dan beseffen hoe listig
het geheim ons heeft opgewacht.

Jij bent groter en plukt voor mij
de peer, die vanbinnen vol sap
en vol vreemde honing was,
de eerste dronkenschap in mijn leven.

Alle meisjes en jongens zijn geboren voor even.

Als het gloort, schemert of duistert overal
wonen wij in een eeuwige glans.
Vonkende sterren, woorden tot nerven,
verre stemmen, een kraai, een tsjirp:
Zij als de geuren stellen vragen, maar
vinden geen antwoord, de echo uit alle licht
uit het zachte hart van volkomen moment
zegt het oudst refrein:

Wij zijn kinderen die eenzaam moeten zijn.
.

Arnoud Kremers (1957) begon als autodidact en studeerde filosofie waarin hij zich specialiseerde in taal en politiek. Hij schreef theaterteksten, waaronder tal van kluchten voor het Sociaal Theater dat hij, werkzaam in de daklozenopvang in ’s-Hertogenbosch, samen met collega’s oprichtte in 2005. In 2011 verscheen een bundel verzamelde gedichten ‘Soms als tijden wat blijven’. Momenteel werkt hij aan een nieuwe bundel, die de titel ‘Nu overal’ zal krijgen, maar dat duurt nog wel een paar jaar…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *