Regelmatig wreef hij zijn ogen uit

poëzie door Herman Coenen

Oude Schilder

Zijn tuin gezien. De achterkant van de dijk
waarop hij zo vaak moet hebben gestaan.
Kijken was wat hij hen leerde, zei hij,
kijken zonder gedachten. Dit het enige kader,

want zo groot, zo overweldigend groot.
Regelmatig, terwijl hij sprak, wreef hij zijn ogen uit,
zijn gelaat, alsof hij het schoon wilde vegen
van de warmte die hem van binnen besprong.

Alleen nog maar de zon schilderen, het licht
waaruit alles is, bestaat, zich in leven houdt.
Het licht dat in ieder ding, tot zelfs de woorden.

Ik zag de rug van de dijk. Grijze decembermiddag.
Uitgebloeide takken van een zomer die zo heet was
als ooit de zomers toen wij nog niet geboren waren.
.

Rivier

Wat was er met je gebeurd?
Deze rechte beek, bewegingloos troebel
tussen kaal grasland met verderop
het voorbijschuiven van een autobaan
was jij dat? Misschien dat ergens verscholen
in de pollen langs de rand nog een schaduw zat
van het wijde donkere water waar ik, mijn knieën
hoog opgetrokken in die grove houten buik,
ronddreef aan alle zijden omringd door verdrinken,
maar hij, de veerman met zijn gebogen rug
en het glimmend ronde hoofd, strak de vuisten
om de piepende riemen, behoedde mij
voor alle onheil. En mijn ogen zagen
witte waterlelies, doorschijnend groene sluiers
wuivend op de oevers waar zachte wouden lokten
met gezangen die ik nooit had gehoord.
.

Operatie Paaszaterdag

Vanhier op het bankje in de tuin kan ik je zien,
tenminste dat wat er nog van jou overeind staat,
de helft van je kruin, vol rood uitschietende blaadjes,
de laatste. Vanmorgen bij het wakker worden wist ik het,
motorzaag, korte vastberaden rukken aan mijn oren,
het waren de laagste takken die het eerst vielen.
Jonge vent, lenig, in vurig pak, touwen uitwerpend
als aan een Alpenwand, hij verstaat zijn werk. Jij
gaat eraan, vanmiddag zal het leeg zijn,
wazig blauwe hemel, daar waar jij stond,
een zacht brandende kandelaar in ons midden.
Maar je doet je werk, ook nu,
jouw heengaan is niet onopgemerkt gebleven.

.
.

Herman Coenen (1946) is socioloog en oud-hoogleraar van de Universiteit voor Humanistiek (Utrecht) en woont in Tilburg. Hij publiceerde eerder gedichten en korte verhalen in literaire tijdschriften, op Brabant Cultureel, in eigen bundels en op cd.

De twee gedichten ‘Oude schilder’ en ‘Rivier’ uit respectievelijk 2005 en 2025 zijn geïnspireerd door het leven en werk van de onlangs overleden schilder Willem den Ouden (1928-2025). ‘Oude schilder’ verscheen eerder op de cd ‘Alleen nog maar de zon schilderen’ door Herman Coenen met Jeroen van Vliet op piano. Beluister het gedicht op Spotify.

Beeld hierboven: detail zelfportret Willem den Ouden, luisterend. Meer werk van de schilder > willemdenouden.nl. Fotografische illustraties > Hans Lodewijkx

Reacties (1)

  1. Arjan Hebly schreef:

    Mooi Herman. Bedankt. Ook ga ik het werk van den Ouden weer bekijken.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *