Tilburg, eind jaren zeventig: café’s en kleine zalen genoeg – maar een plek waar jazzmuziek vrij kan ademen ontbreekt. Dat moet anders, vindt Niko Langenhuijsen – bassist, pianist, achtentwintig jaren jong en in het bezit van een onvermoeibaar jazzhart. “We hadden een plek nodig om samen te spelen, aan te kloten, nieuwe dingen uit te proberen en te laten horen.” Deel een in een serie van vier.
Veertig jaar Paradox deel 1 door Ingrid de Rond
In een Tilburgs café spreidt Langenhuijsen (1951) de geschiedenis van Paradox uit over tafel: vergeelde krantenknipsels, foto’s, oude agenda’s, documenten voor de hypotheek. Het scheppingsverhaal van het Tilburgse jazzpodium verloopt niet in een rechte lijn, maar als kronkelende improvisatie, zo blijkt. “Wie het wilt begrijpen, moet weten dat er al jarenlang van alles aan de hand was.”

Het begon in de vroege jaren zeventig met Groep Ohm, een avontuurlijk Tilburgs jazztrio met Langenhuijsen op bas. Ze wonnen in 1973 verrassend het concours van Jazzfestival Laren en wilden doorpakken, samenwerkingen aangaan, leren, experimenteren. In café De Beerenhof in de Langestraat vonden ze een eerste thuis: ze organiseerden er moderne jazz-bijeenkomsten, al gauw kwamen daar ook muziekworkshops bij.
“Er zaten mensen in het publiek die zin hadden om zelf aan de slag te gaan, en er waren op dat moment nog nauwelijks muziekscholen in Tilburg, dus wij pakten dat op.” De Beerenhof broeide, totdat de bovenverdieping een illegaal gokhol bleek en de deur op last van de politie op slot ging. De Tilburgse jazzscene werd dakloos en zwierf rond. Prominente, toen nog onbekende Tilburgse musici als Paul van Kemenade, Henk Koekkoek en Hein van der Geyn trokken van café naar café, organiseerden workshops en festivals en zochten ondertussen naar een nieuw onderkomen.
Klachten van de buren
Even werd die locatie gevonden in podium Paradoks (met k-s) – een kleine plek op de hoek van de Willem II Straat en de Karrestraat waarin nu een pizzabar zit. “Daar werd van alles gespeeld. Jazz, cabaret, muziektheater, poëzie.” Maar de klachten van de buren overstemden de muziek: “Vaak moesten we al om elf uur stoppen, uiteindelijk moest ook die plek sluiten.”
Dan, een toevallige samenloop van omstandigheden: aan de overkant van de Willem II-straat sluit een biljartcafé de deuren. Langenhuijsen ziet een kans: “Ik kende die plek, we speelden er wel eens, en ineens zag ik dat het geveild werd. Dus ik eropaf, je weet maar nooit.” De Tilburgse jazzscene had geen geld, maar had inmiddels wel een eigen stichting opgericht: Stichting Bevordering Muziekimprovisatie Tilburg (SBM) – een stichting die Paradox tot op de dag van vandaag beheert en waarvan de naam nagenoeg de volledige doelstelling dekt.

Lang verhaal kort: op de veiling ging de biljartcorner naar een vrouw die één gulden boven de vraagprijs bood, diezelfde avond belt Langenhuijsen iedereen met haar achternaam uit het Telefoonboek, en wanneer hij de vrouw in kwestie uiteindelijk te pakken krijgt ontdekt hij dat zij geen plannen heeft met het pand: ze kocht het in opdracht van een bank zodat het niet met verlies zou worden verkocht.
Een soort engel
De vrouw brengt Langenhuijsen in contact met een makelaar die hij ‘een soort engel’ noemt. “Die man, ene heer Schwarz, heb ik na afloop nooit meer in Paradox gezien, maar hij is ongelofelijk belangrijk geweest. Hij was volkomen geïnteresseerd in onze plannen en ging met ons alle banken af. Hij voerde de gesprekken, kreeg de vraagprijs fors omlaag, dat soort mensen bestaan schijnbaar.”
Aanvankelijk was geen enkele bank geïnteresseerd in de bevordering van de Tilburgse muziekimprovisatie – maar dat veranderde toen de SBM bij de Triodosbank aanklopte. “Die bank bestond toen nog maar net en stond open voor sociaal-culturele projecten. Zij zeiden: als er draagvlak is, doen wij mee. Nou, draagvlak was er.”



Zo’n 175 muziekliefhebbers droegen via een systeem van schenkingen, leningen en borgen bij aan de hypotheek van Paradox: een uniek staaltje crowdfunding avant la lettre. Daarop besloot de gemeente Tilburg garant te staan voor de verbouwingskosten, en door dat rollende balletje ging ook de WestlandUtrecht Bank overstag voor het laatste deel van de hypotheek.
175 Muziekliefhebbers en muzikanten stonden borg voor de hypotheek
In 1985 was het zover: de SBM werd eigenaar van haar eigen pand in de Tilburgse binnenstad, dat na een grondige verbouwing op 14 december 1985 openging voor publiek. Langenhuijsen herinnert zich de openingsavond nog goed: “Nueva Manteca speelde, en het Brabants Leerorkest. De tent zat tot de nok toe vol, ’t was dringen om bij de bar te komen. Er was dat gevoel van verbazing en verrassing: het was ons gelukt.”

Avontuur, experiment, samen aankloten en plezier maken
Het interieur in die eerste dagen? Langenhuijsen, grijnzend: “Drie keer niets. We hadden van Heineken wat tafels, stoelen en een tap gekregen, dat was het. Maar daar ging het ook niet om. Het ging om avontuur, experiment, om samen muziek en plezier maken. Iedere muzieksoort was welkom, we wilden een brede etalage aan muziekstijlen presenteren, en op dinsdagavond was het podium open voor improvisatie.” Naast de concerten werden er workshops gegeven en konden muzikanten tegen een kleine vergoeding repeteren. Ondertussen klusten de Tilburgse jazzmuzikanten verder aan het pand. Ze lapten de gevel op, vernieuwden het schilderwerk, hamerden en spijkerden en maakten van de vervallen biljartcorner een jazzclub.
Tilburgse muzikanten kregen sowieso meestal niet betaald, zodat we muzikanten uit andere steden wel een vergoeding konden geven.
Samen met Nol van Trier, Nonja Rosenberg en Jan Wirken vormde Langenhuijsen het eerste bestuur van Paradox. Ze verzorgden het programma, de barinkoop, regelden de financiën en de aansturing van vrijwilligers. Financieel was het niet altijd makkelijk. “Soms moest de knip op de portemonnee en speelden mensen voor niets. Dan was de afspraak wel altijd: zodra het beter gaat, kom je terug en krijg je wel betaald. Tilburgse muzikanten kregen sowieso meestal niet betaald, zodat we muzikanten uit andere steden wel een vergoeding konden geven.”

Soms was er te weinig personeel: dan stond het bestuur zelf achter de bar. Langenhuijsen heeft altijd op vrijwillige basis voor Paradox gewerkt. Toen hij in 1994 met zijn gezin naar Nijmegen verhuisde legde hij zijn bestuurstaken neer. “‘t Was mooi geweest. Het draaide – en het vrat ook tijd, al die verantwoordelijkheid.” Pas na zijn vertrek werden er taken van het bestuur aan betaalde krachten uitbesteed. “Dat moest ook wel, er lag te veel werk, zeker met de verbouwingen erbij. Dat kost mankracht.”
Paradox nog verrassend hetzelfde
Lijkt het Paradox van nu nog op het Paradox dat hij achterliet? “Het is groter, de apparatuur beter, het ventilatiesysteem gelukkig ook. Op de bovenverdieping zijn muziekateliers gekomen, waar mensen dingen kunnen ontwikkelen. Dat vind ik een goede zaak.” Hoewel er veel is veranderd is de plek volgens Langenhuijsen tegelijkertijd verrassend hetzelfde gebleven: “Het aanbod is nog steeds ruim en avontuurlijk. Ouwe rotten, jonge mensen, soms experimenteel, dan weer stilistisch. ’t Is werkelijk van alles.”

Als hij nu naar zijn agenda’s uit de jaren tachtig kijkt, begrijpt hij niet hoe het allemaal is gelukt. “Waar haalde ik die energie vandaan? Ik had vier kinderen, een drukke baan in Amsterdam, ik gaf optredens en workshops en zette me op alle vlakken in voor Paradox. Ik begrijp niet meer hoe dat kan, maar toen dacht ik er niet zo over na. Paradox móest er gewoon komen.”
Paradox ging nooit over het maken van winst, maar over muzikanten kansen en ruimte bieden en met elkaar creatief zijn.
Mensen hebben plekken nodig waar ze zich kunnen ontwikkelen, vindt hij, en waar ze samen dingen kunnen maken. “Samen klink je anders. Je wordt meer dan alleen. Je leert luisteren, interactie opzoeken, je wordt uitgedaagd en kunt groeien – zo kunnen er dingen ontstaan die je verrassen.” Een glimlach: “Paradox ging nooit over het maken van winst, maar over muzikanten kansen en ruimte bieden en met elkaar creatief zijn. Het is mooi om te merken dat Paradox die plek nog steeds is. Dat muzikanten zich er lekker voelen, en dat het er vertrouwd genoeg is om dingen uit te proberen. Dat je geïnspireerd raakt, zowel in het luisteren als in het spelen, dat is waar het allemaal om draait.”

Dit is het eerste interview uit een serie van vier afleveringen over de geschiedenis van Paradox.
Lees alle interviews op Brabant Cultureel
Dit verhaal is tot stand gekomen met behulp van een stimuleringsbijdrage van het Tilburgs Mediafonds

© Brabant Cultureel 2025
