column door Arnold Verplancke • scènefoto’s > Sanne Peper •
Ben ik nou echt geliefd? Of houden ze alleen maar van mij om mijn centen? Of omdat ik de baas ben, de macht heb? Menig leider moet zich dat afvragen. En de waarheid komt pas aan het licht als hij alles kwijtraakt, zijn functie, zijn aanzien, zijn geld. Dan blijkt wie de echte vrienden zijn, tenminste áls er nog overblijven.
De grote Engelse toneelschrijver Shakespeare heeft dit gegeven meermalen in beeld gebracht. In Timon van Athene bijvoorbeeld, waarin de puissant rijke hoofdpersoon zijn hele bezit verliest en vervolgens al zijn feestvrienden zich van hem afkeren. Het stuk komt niet zo vaak meer op het repertoire. Zijn King Lear wel. De titelrol in die tragedie geldt sinds mensenheugenis als een uitgelezen kans voor een oudere acteur om nog eens te schitteren op de planken.
Twee huichelen erop los
Koning Lear voelt dat de dagen op hem drukken. Hij wil zijn rijk alvast verdelen onder zijn drie dochters. Daarbij denkt hij zijn status en waardigheid te behouden en om de beurt bij zijn dochters in te trekken, compleet met een hele hofhouding en groot gevolg. Voordat hij tot de verdeling overgaat, moeten zijn dochters vertellen hoeveel ze van hem houden en zich te buiten gaan in loftuitingen. Twee huichelen erop los. De derde, Cordelia, vindt het maar niets daartoe gedwongen te worden. Zij houdt van haar vader, maar doet niet mee aan deze poppenkast. Zo valt zij buiten de boot bij Lear die zich in zijn trots gekrenkt voelt. Haar aandeel gaat ook naar haar zusters.
Als de onttroonde Lear met zijn ruwe manschappen bij zijn nu machtige dochters aankomt, weigert de een na de ander hen. Pas dan dringt de werkelijkheid tot hem door. Een afgetreden koning is zijn macht kwijt en niet meer van waarde voor de nieuwe generatie. Zijn brutale nar heeft hem daar meermaals voor gewaarschuwd, maar tevergeefs. Als een eenzame oude man dwaalt Lear over de heide, geteisterd door storm, donder en bliksem. ‘Blow, winds, and crack your cheeks! rage! blow! You cataracts and hurricanes, spout’, roept de oude man tegen het razende natuurgeweld in.
John Kraaijkamp als King Lear
Ik zie het John Kraaijkamp nog doen. Heel Nederland kende hem als komiek van de televisie, met Rijk de Gooyer in de ‘Johnny en Rijk Show’. En toen, in 1979 verraste hij vriend en vijand met de bekendmaking dat hij de hoofdrol zou gaan spelen in ‘Koning Lear’ bij het RO Theater. Ik interviewde hem vooraf in het Rotterdamse hotel waar hij was ingekwartierd. Uit de toenmalige DDR waren Manfred Karge en Matthias Langhoff aangetrokken als regisseurs. Kraaijkamp maakte het waar. Als een getormenteerde Lear weerstond hij het natuurgeweld om verder te gaan, wankelend tussen waanzin en helderheid.


Als theaterrecensent heb ik het stuk nog vaak gezien. Bijvoorbeeld met Ton Lutz als Lear in 1990 bij Toneelgroep Amsterdam met Pierre Bokma naast zich als Nar. Met Hans Croiset in 2001 bij het Nationale Toneel. Met Hans Hoes in datzelfde jaar bij het nieuwe gezelschap Oostpool in Arnhem. Met Frida Pittoors als ‘Koningin Lear’ van Tom Lanoye in 2015 bij Toneelgroep Amsterdam. En met allemaal verschillende accenten, soms ontroerend, soms volkser en zelfs en beetje humoristisch, want Shakespeare wist zijn publiek niet alleen mee te slepen maar ook te vermaken.
In 1993 zag ik samen met mijn te jong gestorven vrouw Anja in Edinburgh een mooie prent van Cordelia, de eerlijke dochter dus van koning Lear. In 1909 gemaakt door Arthur Rackham. We kochten hem en hij hangt nog steeds prominent in mijn woonkamer. Misschien had ik toen Marjon Brandsma in gedachten die de rol net had gespeeld naast Ton Lutz in 1990. Zij overleed vorig jaar op tachtigjarige leeftijd.

Het is bijna familie
Wat blijft er over van zoveel voorstellingen? In mijn archief een paar dikke scripts op A4 formaat die de toneelgroepen me vooraf toestuurden in nieuwe vertalingen. Wat knipsels van recensies en programmatoelichtingen. Boeken met toneelteksten in de kast bij de S van Shakespeare. Flarden herinneringen uit een halve eeuw.
Maar ook het gevoel dat ik die mensen goed ken, dat het bijna familie is: Lear, de Nar, Cordelia, haar zussen Regan en Goneril, de graven Kent en Gloucester en diens zonen Edgar en Edmund. Vandaar dat ik toch weer benieuwd ging kijken naar de groep Dood Paard die in Tilburg onlangs ‘Lear’ kwam spelen. Met een open blik en zonder monumentaal acteurstheater te verwachten. Deze voorstelling ging eerder dit jaar in première en deed ook Breda al aan. Liefhebbers in het noordoosten van onze provincie kunnen deze versie nog in Nijmegen zien op 23 mei in theater Lux.

Ze zitten op en rijtje naast elkaar, de vijf acteurs die straks alle zeventien personages van Shakespeare gaan spelen. En dat in goed anderhalf uur. Er zijn bijrollen geschrapt en ook hele stukken tekst van Kent bijvoorbeeld. Ze gebruiken een eigen vertaling van Manja Topper en Kuno Bakker. Die behoren tot de oprichters van het gezelschap. Bakker slaat nu na dertig jaar een eigen weg in. Als decor hijsen ze vooraf wat landkaarten op, want het gaat immers om de verdeling van Lears land. Tussendoor gaat een soort camouflagenet omhoog dat het bos moet voorstellen waarin Lear ronddoolt. En uiteindelijk nog wat doeken in camouflagekleuren bij het bloedige gevecht tot slot.


Van begin af aan hysterisch
Ze komen de gehele voorstelling bijna niet van hun stoel. Een enkele keer, maar dat is dan meestal om dood te vallen of bijna. Manja Topper speelt Lears blinde hoogmoed van begin af aan hysterisch. Ook de andere rollen krijgen een nogal karikaturale uitbeelding. Dood Paard maakt zo een soort stripversie van het stuk. Tot gegrinnik van het publiek, dat ondanks alle rolwisselingen van de vijf spelers de ontwikkelingen toch redelijk goed kan volgen. Ook in de tijd van Shakespeare moest een handjevol spelers vaak op en af lopen om zich gauw om te kleden voor een ander personage.


De beroemde stormscène van King Lear krijgt een al te lollig karakter. De een blaast witte rook op het podiumpje, de ander verspreid die met een bladblazer, een derde draait aan een windmachine en de teksten van Lear gaan een beetje verloren. Je kunt niet alles hebben. De nevenintrige van Edgar en zijn bastaardbroer Edmund wordt aantrekkelijk gespeeld door Tomen Pawlicki en Jorn Heijdenrijk. Het slot blijkt door Dood Paard wat aangepast. Lear sterft al voordat hij zijn dode dochter Cordelia nog in zijn armen kan nemen. Ik vond het toch leuk hen allemaal weer terug te zien, Lear, zijn familie en allen om hem heen, ook in deze afwijkende setting.
‘Lear’ van William Shakespeare door Dood Paard. Vertaling: Kuno Bakker en Manja Topper. Van en met: Tomer Pawlicki, Jorn Heijdenrijk, Yousra Boukantar, Abdelkarim El Baz, Manja Topper, Ruben Westendorp, Ramses van de Hurk en Pablo Fontdevila. Gezien in De Nieuwe Vorst, Tilburg, 14 mei 2025.
https://doodpaard.nl/projecten/lear
Meer columns van Arnold Verplancke op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2025

Reacties (1)