Tachtig jaar vrede klinkt goed en krijgt veel aandacht. Terecht, want het is goed stil te staan bij slachtoffers en te vieren dat we ‘vrij’ zijn, maar het roept ook vragen op. Want wat betekent het eigenlijk voor ons, nu? Wat doen we ermee, behalve erin zwelgen? Wat vertellen ons de verhalen? Enkele persoonlijke overwegingen bij een herdenking en bij een boek.
column door Lauran Toorians •
Hoeveel verhalen over een oorlog kan iemand aan? Kijkend en luisterend naar de verhalen van de laatste ooggetuigen die begin mei weer alom op radio en televisie zijn te horen, constateer ik dat één verhaal genoeg is. Elk door oorlog getekend leven is er één teveel en alleen wie het werkelijk meemaakte, weet hoe ingrijpend het is. En dan hoef je geen honderdjarige veteraan te zijn die Omaha Beach overleefde. Ook iemand die als jong kind enkele kilometers rende om haar vader te waarschuwen dat hij nog even niet thuis moest komen, omdat er mannen werden opgepakt voor tewerkstelling in Duitsland, vergeet dat nooit.
Kennishonger of adrenalinekick
Maar we zijn ook maar mensen en we houden van ‘spanning en sensatie’ en voor ons, die van ‘na de oorlog’ zijn, kan het vaak niet genoeg zijn. Of het nu kennishonger is of de adrenalinekick bij een spannende (enge) film die ons drijft, ‘de oorlog’ fascineert. En ‘de oorlog’, dat is dan de Tweede Wereldoorlog in West-Europa, want de rest is ver van ons bed en abstract, al gaat een goede film over Pearl Harbour er ook nog wel in. Het is een fascinatie die ik ook bij mijzelf herken en waar ik niet per se voor wegloop, maar waaraan ik mij ook erger. Ik was toch dienstweigeraar?


Dus: hoeveel verhalen kan iemand aan? Hoeveel verhalen moeten er worden verteld? Als we de Tweede Wereldoorlog laten beginnen met de Japanse inval in Mantsjoerije (waar?) op 19 september 1931 en eindigen op 2 september 1945 met de definitieve overgave van Japan dan betreuren we zeventig tot vijfentachtig miljoen doden, mensen die allemaal familieleden en geliefden hadden. En dan valt er over elk uur uit die periode van veertien jaar wel een verhaal te vertellen. Willen we dat? Is dat nodig en heeft het zin? Nou nee, we houden het graag klein en dichtbij huis. Ga maar na, het is al moeilijk om ons in te leven in een Wehrmacht-soldaat of een SS-er of zelfs in een Duitser die verzet pleegde, dus wat moeten we met een Koreaan, een Chinees of een Papoea? Het is al lastig genoeg dat ‘onze’ geallieerden hun kanonnenvoer ook uit hun koloniën rekruteerden. Niet voor niets is de musical ‘Soldaat van Oranje’ al vijftien jaar een succes en is er nog steeds geen musical over Nederlands grootste zwarthandelaar.
Sterk ‘ons’ verhaal
Goed, ik denk dat ik mijn punt heb gemaakt. Ook ik heb die fascinatie, maar met afkeer en soms walging. Het grote project ‘Brabant herinnert. Persoonlijke levensveranderende oorlogsverhalen’ van de leerstoel Cultuur in Brabant (Arnoud-Jan Bijsterveld) en Erfgoed Brabant verzamelde een groot aantal verhalen uit en over de Tweede Wereldoorlog in Noord-Brabant en ontsluit die op een website, middels filmpjes en podcasts en nu ook in een boek: Het andere verhaal. Het boek bevat een inleiding en achtentwintig verhalen en is ruim geïllustreerd met vaak ‘nieuwe’ – tot voor kort onbekende – foto’s. Lang niet al die verhalen zijn persoonlijk in letterlijke zin, maar dat stoort niet. Wel blijft het sterk ‘ons’ verhaal. Zijn er ook dagboeken, brieven of herinneringen van Duitse soldaten uit de meidagen van 1940 of uit najaar 1944? Die zijn er wel van geallieerden. Behoort de geschiedenis dan toch altijd aan de winnaar?

Zelf ken ik één verhaal van een Oostenrijkse Wehrmacht-soldaat die in Zeeland aan de Atlantikwall was gelegerd en die eind 1944 doodsbang wadend van het eiland werd teruggetrokken en vervolgens te voet door Luxemburg naar het oostfront werd gedirigeerd. Daar verloor hij kort voor het eind van de oorlog beide onderbenen. In Luxemburg kreeg hij met een medesoldaat het bevel om achter te blijven en een munitiedepot te vernietigen, wat zij niet deden. Ze informeerden de lokale burgemeester over dat depot en waren zo bang gemaakt voor de Amerikanen dat zij er toch voor kozen zich niet over te geven, maar achter hun Duitse strijdmakkers aan te gaan.
Wat zou jij hebben gedaan? is dan de klassieke vraag. Ik weet het niet. Wat ik weet en nooit vergeet is hoe opgetogen hij reageerde toen ik hem vertelde dat ik betrekkelijk kort voor ons gesprek dienst had geweigerd. Het is geen Brabants verhaal, maar wel uit de eerste hand en nu ook ‘mijn’ verhaal. Misschien had ik het net zo lief niet gekend.
Een beetje roeptoeteren
En dan is er tachtig jaar vrijheid. Van wat? Inderdaad was er in onze kleine omgeving tachtig jaar lang geen oorlog en dat is op wereldschaal bekeken wel degelijk een hele prestatie. Maar toch, van wereldvrede was bepaald geen sprake en een les lijkt niet geleerd. En wat is vrijheid? Mogen zijn wie je bent, hoor ik om me heen. En kunnen doen wat je wilt. Dat klinkt nogal obligaat. Het betekent niks als er niet tegenover staat dat vrij zijn vooral betekent dat je verantwoording draagt en aflegt voor je doen en laten. Een beetje roeptoeteren met ‘ik vind’ en ‘ik wil’ en verongelijkt doen als je ruimte moet laten aan een ander, dat kan geen vrijheid zijn. Streven om als meest succesvolle zwarthandelaar of sjoemelaar bovenaan op de apenrots te komen, dat is geen vrijheid. Dat is oorlog.
Arnoud-Jan Bijsterveld e.a. (red.), Het andere verhaal van Noord-Brabant in de Tweede Wereldoorlog. ’s-Hertogenbosch: Erfgoed Brabant / Aldus Projecten 2025, 304 pp., ISBN 978-90-72526-70-0 pb., € 29,50.

Gelijktijdig verscheen ook:
Arnoud-Jan Bijsterveld & Henk van Mierlo (red.), Ondernemen in oorlogstijd. Noord-Brabantse industrie tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tilburg: Zuidelijk Historisch Contact / Amsterdam University Press 2025, 312 pp., ISBN 978-90-4856-933-5, hb., € 29,99.

Foto voorpagina: De bevrijding van ‘s-Hertogenbosch, oktober 1944, door Britse legereenheden. We zien de vluchtende Jo van der Sande die zijn dochtertjes Toos en Coleta tijdens een vuurpauze in veiligheid brengt. Wat we niet zien: achter de tank bevindt zich de hoogzwangere echtgenote van Van der Sande met een derde kind, een jongetje. Dankzij de opmerkzaamheid van een collega – in een andere tank daar vlakbij – kan op het nippertje voorkomen worden dat moeder en zoon overreden worden. Foto > Peter Handford, Imperial War Museum. Inkleuring van de foto > Jakob Lagerweij.
Meer over de Tweede Wereldoorlog op Brabant Cultureel
© Brabant Cultureel 2025
