Stijn van der Loo schrijft een requiem voor de wilde binnenvaart en zijn schippers

In zijn vijfde roman beschrijft Stijn van der Loo tegelijk de ondergang van de zelfstandige, wilde binnenvaart als van zijn hoofdpersonen, kleine mensen die niet op kunnen tegen de schaalvergroting van de tijd en de daaruit voortvloeiende problemen in leven en liefde.

door Camiel Hamans

Fictie komt niet uit het niets. Zeker niet bij Stijn van der Loo, met zijn eersteling De Galvano (2004) meteen winnaar van de Schrijversprijs der Brabantse letteren. Al zijn vijf romans hebben hun vertrekpunt in de werkelijkheid. Zijn nieuwe boek De wilde binnenvaart opnieuw. Aan het eind van het verhaal, in een doorgenummerd slothoofdstuk, onthult Van der Loo hoe hij op het idee kwam een schip en zijn bemanning tot hoofdfiguren te maken:

Vergaat een schip? Meestal niet. Een schip is als een huis, het overleeft zijn bewoners. Er komen nieuwe mensen aan boord, een nieuwe naam wordt op de boeg gekalkt, een nieuwe schipper voert zijn verbeteringen door. (…) Alleen de bronzen plaat op de achterplecht, aan de binnenzijde, toont de historie, het begin van het verhaal. Gebouwd in Reederij Klinger & Perleman te Maassluis. A.D. 1905, eenmaster (strijkbaar/onversaagd) in opdracht van de Weledele Heer G.J.M.A. Vierling, binnenschipper.

Authenticiteit

En met dit schip, de spits Anna Barbara en met kleinzoon Vierling, bouwt Van der Loo opnieuw een wereld die lijkt op die uit De Galvano en zijn latere roman De Slopers (2012). Kleine mensen die vechten tegen de bierkaai, in een atmosfeer vol broeierigheid en uitlopend in een onvermijdelijk noodlot. Opnieuw verrast hij ook weer door zijn authenticiteit. Niet alleen blijkt hij, net als in zijn eerder werk, het jargon te beheersen dat wordt gehanteerd in het specifieke milieu waarin zijn verhaal is gesitueerd en heeft hij zich voldoende ingewerkt in scheepstechniek en de problematiek van de belading om een geloofwaardige verteller te kunnen zijn.

Zonder daarvoor melodramatische middelen nodig te hebben weet hij bovendien een overtuigend beeld te schetsen van een ten dode opgeschreven wereld. Zelfstandige schippers die het onderspit delven tegen de gebundelde krachten van duwboten, op bezuiniging en efficiency loerende beladers en de macht van de markt. Van der Loo verhaalt over de tragiek van de vrije schipper die, zoals de roman duidelijk laat zien, meer vrij was in zijn fantasie dan in de werkelijkheid van steeds hetzelfde traject. En die als kleine zelfstandige, net zoals zijn collega-buurtsuper aan de wal of de dorpsboer met twintig koeien in de stal en vijftien hectares rond de boerderij, het moet afleggen tegen de bulk van groot inkoop, schaalvergroting en minieme marges. Maar Stijn van der Loo schrijft geen pamflet. Net zoals hij dat niet deed met zijn terecht geprezen en vergelijkbare romans De Galvano en De Slopers.

Stijn van der Loo. Foto > Simon van Boxtel

Schippersdromen

Van der Loo is geen activist. Hij is scheppend kunstenaar, als componist, scriptschrijver, filmer en hier als schrijver. Hij weeft zijn ondergangsgedachten in een web van relatieproblemen. De jonge Vierling heeft net als zijn schip intussen zijn jeugd verloren en kan met zijn vasthouden aan oude schippersdromen zijn geliefde Pluim – die hem vanwege het avontuur heeft verkozen boven de kantoorpik Riessling – niet meer overtuigen. Zij ziet niet alleen dat doorvaren op deze wijze geen perspectief biedt, ze wordt ook gek van steeds dezelfde sluisjes en bruggen en steeds dezelfde houtsnippers als lading.

Wie zo kan schrijven, wie zo met eenvoudige woorden muziek kan maken, wie zo afwisseling en ritme in taal weet te brengen en wie zo de lezer de warmte kan laten voelen die de schipper voor zijn meisje voelt, verdient lezers. Veel lezers.

Daarnaast speelt de oude schipper Zwerver een niet opgehelderde rol. Zwerver, die ooit had geaasd op Vierlings moeder, zoals blijkt als hij halverwege het boek te biecht gaat bij de zoon, heeft zich toen hij haar niet kon krijgen teruggetrokken op zijn schuit de Joli-Coeur en daarnaast al zijn overblijvende energie gericht op de bond van wilde schippers. Hoezeer Zwerver ook opgeeft van het avontuur van de wilde vaart, hij blijkt zich gerealiseerd te hebben dat het is afgelopen met het vrije leven en met de bond en probeert er vandoor te gaan met de kas van de bond. Tevergeefs, want ongezien slaat het noodloot toe. Ook Vierling wordt daarna nog geslachtofferd. Kantoorklerk en concurrent in de liefde Riessling wordt onbedoeld de dader. Alleen schippersknecht Blatta, een echt vrijgevochten Zuid-Amerikaan, komt ongeschonden uit de strijd. Hij vertrekt met het kapitaal dat Zwerver voor zijn eigen toekomst had bestemd en gaat wandelend de einder tegemoet.

Ritmisch

De plot van De wilde binnenvaart is niet erg overtuigend. Teveel toevalligheden en samenloop van omstandigheden, maar wat doet dit ertoe als er zulke prachtige ritmische passages in dit boek staan als deze:

Weet je nog, Pluimpje, die keer over de ebstroom op de Westerschelde bij Konijnenschor? We voeren op met een licht vrachtje stukgoed, kwamen we aan de verkeerde wal een zeeschip tegen! Dat schip trok een enorme boeggolf, maar omdat we vlot lagen kwam er geen water aan boord. De spits maakte wel een dansje. De spreuken van opa vlogen van de muur. Weet je dat nog, Pluimie? Jouw koffie ging om. We kwamen met de schrik vrij. En we hebben gelachen! Jouw bevrijdende lach. Meisje van me!

Wie zo kan schrijven, wie zo met eenvoudige woorden muziek kan maken, wie zo afwisseling en ritme in taal weet te brengen en wie zo de lezer de warmte kan laten voelen die de schipper voor zijn meisje voelt, verdient lezers. Veel lezers.

Stijn van der Loo, De wilde binnenvaart. Amsterdam: Querido 2022, 184 pp., ISBN 9789021437088, pb., € 20,00.

stijnvanderloo.com

© Brabant Cultureel 2023

Reacties (1)

  1. Peter van Vlerken schreef:

    Mooie recensie! Als bewonderaar van het werk van Stijn van der Loo ga ik ook dit boek weer lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.