Historische atlas van Antwerpen vertoont wat gaten

‘Het stad’, zoals Antwerpenaren zeggen, kreeg een atlas in de reeks die nu verschijnt bij uitgeverij Thoth. Een welkome aanvulling over een stad met een lang en rijk cultureel verleden, maar de balanceeract die het maken van een dergelijke atlas is, lijkt niet helemaal gelukt. Soms mist de lezer uitleg, soms een thematisch onderwerp en soms een hele periode. Maar wat blijft is leesbaar en smaakt naar meer.

door Lauran Toorians

Antwerpen ligt weliswaar niet in Noord-Brabant, maar daar wel dichtbij. Voor velen in het westen van de provincie is het de dichtstbijzijnde grote stad om te winkelen, uit te gaan of cultuur te proeven. In het verleden was het een van de grote steden van het hertogdom Brabant en na de opsplitsing daarvan voor Staats-Brabant nog steeds een belangrijk centrum van rooms-katholieke cultuur (en contrareformatie), onderwijs en de kunsten. Reden genoeg om te bladeren in de nieuwe Historische atlas van Antwerpen.

Uitdaging

Het boek verscheen in een inmiddels lange reeks die al enkele keren van uitgever wisselde en die zich hoofdzakelijk richt op Nederland. De opzet van deze atlassen is steeds dezelfde: in chronologische volgorde worden aan de hand van kaarten (oude en nieuwe) en ondersteunende foto’s periodes en thema’s uit de geschiedenis van de stad belicht. En dat in korte hoofdstukjes die steeds twee pagina’s (een spread) beslaan. Lekker overzichtelijk, maar ook een uitdaging voor de samenstellers waarvan kan worden verwacht dat zij over elk deelonderwerp meer willen vertellen dan zo’n boek toelaat. Weloverwogen keuzes zijn dan van het grootste belang.

Jan Wildens, Panoramisch gezicht op Antwerpen. Olieverf op doek, 1636. Collectie > Rijksmuseum Amsterdam.

Wat de samenstellers van deze atlas zich vooral lijken te hebben voorgenomen, is het afbreken van heilige huisjes. Niet verkeerd, want het is altijd goed als historici voor de nuance gaan en hardnekkige clichébeelden ondermijnen. Maar een atlas is als naslagwerk ook weer niet de plaats voor polemiek, ook omdat de ruimte ontbreekt om dieper op onderwerpen in te gaan. Zo lezen we dat Antwerpen pas laat in de middeleeuwen een echte havenstad werd en pas erg laat belangrijk werd als handelsstad. Niet zo gek, want voordat de Westerschelde toegang tot de Noordzee ging bieden, lag de stad nog behoorlijk ver van zee. Het beeld van de machtige handelsmetropool is daarmee niet onjuist, maar de periode waarin de stad die rol speelde, duurde in het verleden relatief kort.

Frans Hogenberg, Intocht van de hertog van Parma te Antwerpen, 1585. Ets, 1585-1587. Collectie > Rijksmuseum Amsterdam.

Een ander cliché waaraan de atlas tornt is dat na de val van Antwerpen – de inname door Spaanse troepen – in 1585 en de daarop volgende afsluiting van de Schelde een massale uittocht plaatsvond en de stad economisch in het slop raakte. Die uittocht was er wel, maar niet massaal. Vooral de rijke elite en de rijkere middenklasse en een flink deel van de paupers verlieten de stad. De ene groep kon zijn rijkdom meenemen, de andere had niks te verliezen. Bovendien raakten veel families verdeeld tussen achterblijvers en emigranten, wat dan vaak weer als voordeel kon worden uigebuid in de handel. En – zo betogen de auteurs – de afsluiting van de Schelde was lastig, maar betekende geen absoluut einde voor de handel over die rivier. Dat zou je als lezer dan graag toegelicht zien.

Ook de zo lang bejubelde triomf van de contrareformatie wordt genuanceerd. Na eerst deels te zijn weggezuiverd uit de stad en het straatbeeld keerde het katholicisme weliswaar met alle barokke geweld terug, maar de jubel hierover mag best wat minder. De Kerk won, maar voor de stad en haar inwoners betekende dat niet meteen winst.

Stadsbesturen

De atlas laat ook goed zien hoe er steeds een wisselwerking was tussen de stad en het omliggende platteland, en ook hier lang niet altijd ten faveure van de stad. De stadsvernieuwingen sinds de late negentiende eeuw en de exponentiele groei van de haven laten dit goed zien, met het bekende lot van het dorp Doel als dieptepunt. Falende stadsbesturen die – zo lijkt het – voortdurend niet in stand bleken om knopen door te hakken, krijgen ervan langs en enkele van de hoofdstukken over de recente geschiedenis lezen als pamfletten. De kritiek die wordt geuit, is niet onterecht, maar het is de vraag of een historische atlas daarvoor de plaats is.

In 1933 tekende Le Corbusier plannen van een compleet nieuwe stad voor vijfhonderdduizend inwoners op de linkeroever van de Schelde. Het plan werd niet gerealiseerd. Collectie > Fondation Le Corbusier.

Toch maken die kritische noten dit boek ook interessant en verhelderend, ook voor wie Antwerpen maar oppervlakkig kent. Wat dat betreft had deze atlas best wat dikker mogen zijn. Daar wreekt zich het stramien waarin deze reeks van atlassen is opgezet, want uit alles is duidelijk dat de samenstellers meer in petto hadden dan uiteindelijk op de drukpers is beland. De tekst op het achterplat noemt onder meer ‘handelshuizen, pleinen en stadspaleizen’ die ik in het boek niet ben tegengekomen en waarover ik graag iets had gelezen. Ook over Antwerpen als centrum van kunst en cultuur vrijwel niets. Rubens wordt terloops een keer genoemd, de Breugeldynastie, Teniers, Van Dijk, de uitgeverij en drukkerij van Plantijn, de muziekuitgevers en instrumentenbouwers en zelfs de universiteit ontbreken volledig. Dat doet de ondertitel ‘stad van droom en daad’ ernstig tekort. Wannes van de Velde (‘liedjesmaker’, sic!) en Panamarenko worden nog genoemd als actievoerders (in 1968) in een beweging waarbij burgers in actie kwamen voor de leefbaarheid in de stad die de menselijke maat uit het oog verloor.

Bezetting van het Hendrik Consienceplein op 15 juni 1968 door ondermeer Serge Larot, Wannes van de Velde en Panamarenko. Het plein werd – als eerste plein in de stad – autovrij in 1972. Collectie > Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen.

Dat de auteurs blijkbaar in een laat stadium opdracht kregen te snoeien, verklaart misschien ook het ontbreken – op een illustratie na – van de Eerste Wereldoorlog, terwijl de ‘Versterkte Stelling van Antwerpen’ eind september en begin oktober 1914 zwaar is bevochten en de stad onder meer door zeppelins werd gebombardeerd. Wat er wel is, zijn kaartjes met de inslagen van V1- en V2-bommen aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. In totaal zo’n drieduizend in de stad en de randgemeenten. Het ontbreken van de Eerste Wereldoorlog valt temeer op doordat er verspreid door het boek wel aandacht is voor het steeds weer afbreken van oude en inrichten van nieuwe verdedigingswerken rondom de stad. Dan wil je toch ook weten hoe (in)effectief die waren?

Willem Seghers, Herinnering aan den nachtelijken aanval van 24-25 Augustus 1914, te Antwerpen. > Universiteitsbibliotheek Antwerpen, speciale collecties.

Ilja Van Damme, Hilde Greefs, Jason Jongeper & Tim Soens, Historische atlas van Antwerpen. Stad van droom en daad. Bussum: Thoth 2022, 80 pp., ISBN 078-90-6868-834-4, hb., € 24,95 (na 1 december 2022 € 29,95). Van deze atlas verscheen ook een Engelstalige editie.

© Brabant Cultureel 2022

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.